Loading...
You are here:  Home  >  New Age journalistiek  >  Therapie  >  Current Article

Liefde tussen therapeut en client

By   /   december 1, 2016  /   Reacties uitgeschakeld voor Liefde tussen therapeut en client


Over seks en liefde in de therapeutische praktijk wordt maar weinig geschreven vanuit de binnenkant van de spreekkamer. De beroepsverenigingen houden bang de deur dicht, hulp voor betrokkenen is er nauwelijks. Maar toch: tussen de 6 en 10 % van de therapeutisch bedoelde contacten raakt verzeild in seksuele toestanden.
Wat speelt daar nu allemaal?

Ik heb 25 jaar, tot mijn 65ste, een therapeutische praktijk gevoerd met hypnotherapie/regressie als voornaamste instrument naast karmische astrologie. De laatste 15 jaar was ik lid van een beroepsvereniging, de NBVH. De discipline hypnotherapie vond en vind ik de mooiste en krachtigste die ik in een lange carrière van bijscholen tegen kwam. Een goede opleiding is in dat vak belangrijk, veel intuïtie en verbeeldingskracht zijn onontbeerlijk. Een ruime ervaring komt iedere cliënt ten goede, maar toch is ook openstaan voor nieuwe inzichten de motor voor vernieuwing en brede visieontwikkeling in het vakgebied. De helft van mijn collegae hypnotherapeuten ging echter door het lint, toen ik in 2007 het onderwerp Liefde Tussen Therapeuten En Cliënten aan de orde stelde. Let wel: ik brak absoluut geen lans voor seks met cliënten, noch heb ik vergoelijkend gedaan over ranzige misbruikwipjes. Wat speelde er dan als achtergrond, dat ik toen zo’n boosheid heb opgeroepen?

Hypnotherapie definieer ik als kortdurende, inzichtgevende therapie en bepaald geen ideaal traject voor het aanpakken van zaken als incestproblematiek en ernstige seksuele trauma’s. Het is ook GEEN gedragstherapie. Verder is geen enkele therapeut feilloos, verlicht, bovenmenselijk getalenteerd en zonder persoonlijke handicaps. Hij/zij blijft vooral en altijd mens. In elk één op één contact is er wel een wisselwerking van, naar je mag hopen, leerzame aandacht.

Niettemin verwacht in alle gevallen de cliënt iets van de therapeut en er kan frictie ontstaan als de therapeut niet kan of wil geven wat de cliënt denkt nodig te hebben. Als de therapeut dan gaat compenseren op andere terreinen, opent zich een bekende valkuil. Praktisch gezien mag je verantwoordelijkheid bij de hulpverlener leggen, praktisch mag ook je uitgaan van deskundigheid daar, maar toch kan zich een serie steeds complexer wordende foute inschattingen voordoen. Er ontwikkelt zich dan niet zelden een dader-slachtoffer model.

KARMISCH PERSPECTIEF

Vanuit een karmisch perspectief kun je weer heel anders naar het hele gebeuren kijken (tenminste ALS je dat kunt). Alle spelers in het spel spelen daarin een vooraf overeengekomen rol om elkaar naar meer en helder bewustzijn te brengen. Het hele schuldonderwerp gaat dan van tafel, ook het dader-slachtoffer denken. Er blijft alleen een serie bewustzijnsontwikkelingsvragen over: is dit een revitalisering van eerdere gebeurtenissen, fungeerde de ander als een spiegel van iets van mijzelf, wat heb ik er van geleerd, wat begrijp ik nu beter en snap ik de ander nu ook?

Ik begrijp best dat zo’n praatje over karma een grote stap te ver kan zijn voor de geëmotioneerde slachtoffers, maar deze visie bergt wel een diepe troost in zich. Immers, de eventuele dader krijgt een passende karmische straf, ooit, ergens. En misschien gaat het allemaal juist niet om schuld en boete doen, maar om berouw en spijt hebben. Waarna iemand een zielsbesluit kan nemen om bepaalde fouten niet meer te herhalen. Of vrede te hebben met de onvermijdbare gang van zaken in de fysieke wereld, terwijl in de astrale dimensies geheel andere normen spelen…

GEROMMEL BIJ 6-10%

Weer over naar het onderwerp liefde en seks in de spreekkamer. In de (anoniem onderzochte) praktijk blijkt er in 6-10% van alle (nationale en internationale) hulpverleningsrelaties iets seksueels te sluipen. Huisartsen rommelen met patiënten, patiënten verleiden de tandarts, de fysiotherapeut neemt er een gigolobaantje bij enz. Het fenomeen stopt uiteraard NIET omdat men simpelweg met Artikel 3 lid 9 van een beroepscode zwaait, waarin staat dat dat allemaal NIET MAG!  Het onderwerp dient daarentegen vrij besproken te kunnen worden, zodat er nog enig inhoudelijk pionieren plaats kan vinden. Waar wordt iets misbruik, wat is broodnodig contact en wat is toevallig liefde? Wat is de rol van seks?

In het denken over seks veranderde namelijk heel veel in de laatste generaties. Een voorbeeld: dertig, twintig jaar geleden was seks met gehandicapten onbespreekbaar, prostituees voor gehandicapten bestonden niet, nu is dat een gewone beroepsgroep. Pedofielen werden toen trouwens nog met enig begrip benaderd. Vroeger ‘hielpen’ verpleegkundigen troosteloze patiënten wel eens, allemaal in het diepste geheim. Nu praat men er openlijk over in die opleidingen. Zo hoort het toch ook? Naast een beroepsmatige forumdialoog dient er bovendien ergens een veilige plek/vertrouwenspersoon gecreëerd te worden waar indien nodig hulp (of bemiddeling) gezocht kan worden. Zo ver zijn we echter nog lang niet.

GEEN IMMUNITEIT VOOR VERLIEFDHEID

In het Tijdschrift voor Psychiatrie nr 39 uit 1997 stelt M. Hebbrecht o.m. naar aanleiding van het toen net verschenen boek De seksuele gevoelens van de psychotherapeut, dat geen enkele psychiater of psychotherapeut immuun is voor een verliefdheid in de loop van een therapeutische relatie. Hebbrecht: “Het bewaren van de eigen grenzen en het hanteren van heftige tegenoverdrachtsgevoelens zijn vaardigheden die in alle opleidingen meer systematisch bijgebracht kunnen worden. Door een verbod uit te vaardigen, moraalridder te spelen of door het onderwerp in de taboe- en roddelsfeer te houden bewijst men de getroffen patiënten en collega’s geen dienst.” Hij gaat dan diep in op het feit dat een intense erotisering van de therapeutische relatie vaak andere gevoelens en thema’s overdekt. Wraak, narcisme, sado/masochisme enzovoorts.

In een indertijd berucht geworden, opiniërend stukje in Tijdgeest Magazine probeerde ik daarom onderscheid te maken tussen authentieke liefde en neurotisch seksueel gedrag van een behandelaar, al dan niet in combinatie met de manipulatieve, pathologische stoornis van de cliënt. In feite is het voor alle partijen theoretisch duidelijk dat de therapeutische relatie in wezen ongelijk is en dat daarom elke druk, dwang, manipulatie en bevrediging van het ego c.q. de wellust van de therapeut(e) fout is en vroeg of laat ook fout loopt. Maar meer dan ooit worden patiënten en cliënten mondiger, ook in deze affaires. Men weet dat een klacht bij Justitie en/of bij een beroepsvereniging tot drastische sancties zal leiden. Welke therapeut kan dan toch nog zo stom zijn? Omdat er van alles aan zo’n puinhoop vooraf gaat natuurlijk!

PAPPIE-MAMMIE-ROL OVERDRACHT

We moeten ons realiseren dat een seksuele lading, in welk contact dan ook, niet zo maar uit de lucht komt vallen. Elk exces ontwikkelt zich in een stappenplan. Voorbeelden? Het komt veel voor dat de therapeut(e) wordt geïdealiseerd als de eindelijk begripvolle, lieve, echte aandacht gevende pappie of mammie. Die eigen ouder schoot tekort in iemands jeugd, was er niet of juist wel maar kritisch of afhoudend. Ook kan het gebeuren dat het harde werk van de therapeut beloond wordt, omdat het bevroren hart van de cliënt weer opengaat. Dan gloort er weer liefde: voor het leven, voor de eigen partner, tja en soms ook voor degene die zich bij dit proces in het zweet voor jou heeft gewerkt. Dankbaarheid is dan passend en heel gewoon, maar onwennigheid op dit gebied kan maken dat iemand rare manoeuvres gaat uithalen met non-verbale en zelfs fysieke signalen. Het wordt de therapeut bijvoorbeeld moeilijk gemaakt als de cliënt zich uitkleedt om zogenaamd iets lijfelijks te tonen of te demonstreren, jou overdreven cadeaus gaat geven of je fysiek manipuleert, steeds een lift vraagt of wil dat jij hem/haar vergezelt naar ziekenhuis of strand. De cliënt dringt jou misschien eerst een ideale mammie/pappie-rol op en als dat niet lukt die van  vriend/vriendin en dan kan ook nog minnaar/minnares uitgeprobeerd worden. Daar kunnen allerlei onbewust incestueuze wensen aan ten grondslag liggen, het gefrustreerde verlangen naar het onbereikbare ideaal, naar de niet en nooit beschikbare partner, hoe getrouwder hoe beter.

Met al die emoties, pijnen en verlangens van je cliënt kun jij niettemin bekwaam, zachtmoedig en tegelijk confronterend aan het werk gaan als therapeut: ‘de steunende interventie’, zoals dat in vaktermen heet. Je krijgt er wel een lastige klus aan, als die cliënt onberekenbare uitingen van aan- en afhankelijkheid blijft vertonen. Helaas vallen sommige behandelaars dan juist in een subtiele ego-val, omdat ze dit proces als een uitdaging gaan zien: hoe sterk ben ik, hoe volwassen mijn discipline en hoe groot is mijn Universele Liefdesbesef? Ho, ho. Dit moet jij allemaal aankunnen? Oef, pas op: mag het een onsje minder zijn, slager?

DOORVERWIJZEN?

Aan de andere kant, hoeveel therapeuten kiezen niet liever de makkelijke weg: je aanhalige of lust opwekkende cliënt meteen doorverwijzen naar een collega? Tja, alsof dat géén schade aanricht? Het bevestigt immers opnieuw het negatieve beeld van de cliënt die meestal al gewend is afgewezen te worden door een ouder. Die volgende collega krijgt het dus NOG moeilijker.

Er is daarom in de therapeutische literatuur lang gepleit voor een flexibeler houding van de therapeut. Het bespreken van die rolverwisseling, de overdracht staat dan centraal. De therapeut moet ondertussen dapper de eigen seksuele gevoelens erkennen, uithouden, er op mediteren en transformeren, kortom, een weg vol voetangels en klemmen. Ik ken die situatie uit eigen moeizame ervaring, anders zou ik hem niet aan de orde hebben durven stellen. Voor cliënten met heftige stoornissen moet je eigenlijk sowieso al bij de intake afvragen of die persoon niet eerder bij een psychiater thuis hoort in plaats van bij een heel anders opgeleide hypnotherapeut. Maar wat zijn de mogelijkheden?

Een menselijke benadering van dat erotiserende overdrachtsfenomeen is in mijn ogen die van acceptatie, benoemen en waar mogelijk herkaderen, reëler maken van de mogelijkheden tot contact. Dat zal een kwetsbare cliënt ondersteunen in plaats van verder vernederen. Hebbrecht schrijft in zijn stuk: “De kunst bestaat erin de overdrachtsverliefdheid maximaal tot ontwikkeling te laten komen, de betekenis ervan samen met de patiënt te onderzoeken en de ontgoochelingsreacties op de onvermijdelijke frustratie ervan empathisch-begrijpend te analyseren.”

Hij vindt overigens een intervisiegroep niet een forum dat veilig genoeg is om zulke problematische situaties aan de orde te stellen maar hij pleit voor gespecialiseerde één-op-één supervisie omdat in zijn ogen alle grensoverschrijdingen een verzwakking van de therapeut signaleren, die onderkend en besproken dient te worden. Helaas, zijn verlichte aanbevelingen zijn geruisloos onder het vloerkleed van de meest burgerlijke angsten bij de beroepsverenigingen geschoven.

ECHTE LIEFDE

Ai! Dan hebben we het nog steeds niet over echte en wederzijdse liefde, mijn oorspronkelijke thema. Want als dat ontstaat, stelt het starre protocol van de meeste beroepsverenigingen: behandeling afbreken en elkaar na een jaar pas weer opnieuw opzoeken. Een schoolvoorbeeld van irreëel wensdenken. Zo gaan de dingen in de werkelijkheid niet. Er bestaan gelukkig veel geslaagde relaties in dit vlak, die met name overleefd hebben door veel wederzijds vertrouwen. Namelijk dat de ‘zwakke’ partij achteraf niet de publiciteit opzoekt met beschuldigingen over de dubieuze want therapeutische start van het contact, als de relatie onverhoopt toch strandt. Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen, zei mijn oma vroeger.

Ik hoop dat het therapeutische werkveld de kant van verdere verdieping en gespecialiseerde supervisie op durft te gaan. Verbijsterd hoorde ik indertijd van de meest conservatieve collegae de serieuze aanbeveling dat behandelaars voortaan maar hun consulten op video moesten opnemen! Om zich te beschermen tegen valse claims achteraf! O jee, een camera boven je werktafel: een demonstratie van je ultieme vertrouwen, maar niet heus… Ik vertrouw toch maar liever op de liefde op de lange termijn.

PdH

    Print       Email
  • Published: 3 jaar ago on december 1, 2016
  • By:
  • Last Modified: december 1, 2016 @ 2:57 pm
  • Filed Under: Therapie

You might also like...

Slachtoffers, daders en astrale lifters

Read More →