Dikke Hans leert vliegen
Recensie door Christine G. Plat
Dikke Hans leert vliegen – Bestaat reïncarnatie echt? is geen ordelijk bewijsboek over reïncarnatie. Het is eerder een persoonlijk laboratorium van een hypnotherapeut die tientallen jaren cliënten, merkwaardige ervaringen, regressies, astrologie, familieopstellingen en zijn eigen levensbeschouwing door elkaar laat lopen. Dat is tegelijkertijd de charme én de zwakte van het boek.
Peter den Haring maakt er vanaf de inleiding geen geheim van dat hij vanuit een spiritueel wereldbeeld schrijft. Hij beschouwt de ziel als een doorgaand bewustzijn en zoekt in zijn praktijkmateriaal naar aanwijzingen voor reïncarnatie. Het boek telt maar liefst 75 hoofdstukken en beweegt van migraine en hooggevoeligheid naar bezetenheid, seks, verslaving, rouw, karma, orbs en spookhuizen. De inhoudsopgave alleen al laat zien hoe breed — soms wild — die tocht wordt.
De kracht zit vooral in de gevallen uit de praktijk. Wanneer Den Haring ophoudt een theorie te verdedigen en gewoon vertelt wat er aan zijn tafel gebeurde, wordt het boek aanzienlijk sterker. Een goed voorbeeld is Sofie, die tijdens een regressie beleeft dat zij tijdens een pestepidemie levend in een te kleine doodskist werd begraven. Na de sessie zou haar langdurige migraine verdwenen zijn. Dat bewijst uiteraard niet dat Sofie werkelijk een vorig leven heeft herbeleefd. Maar er gebeurde kennelijk iets tijdens die behandeling. Juist het raadsel daarvan is interessant.
Daar ligt achteraf gezien ook het filosofisch interessantste probleem van het boek. Den Haring: “Er bestaat hoe dan ook een vorm van geheugenoverdracht voorbij de tijd.” Maar zelfs wanneer iemand onder hypnose controleerbare informatie zou produceren die hij redelijkerwijs niet kon kennen, volgt daar nog niet uit dat hij die vroegere persoon was. Informatieoverdracht en persoonlijke identiteit zijn twee verschillende zaken.
Dat onderscheid wordt extra interessant doordat het boek zelf al een alternatieve richting aanwijst. Geesten, gidsen, stemmen, aura’s, beïnvloeding en verschillende vormen van geestelijk contact duiken voortdurend op. Den Haring vraagt zelfs expliciet of reïncarnatie wel “de enige optie” is. Misschien beschrijft een deel van het materiaal niet herinneringen van een teruggekeerde ziel, maar ervaringen waarbij informatie uit een andere bron het bewustzijn binnendringt.
De inleiding is sterk getekend door de coronapandemie. Er wordt gesproken over opzettelijke mondiale manipulatie, verschillen tussen vaccinbatches en zelfs de mogelijkheid van gecodeerde vaccins voor bepaalde doelgroepen. Daardoor dreigt een boek over bewustzijn en reïncarnatie gedeeltelijk een tijdsdocument van de coronapolarisatie te worden. Ik vind het boek in 2026 eigenlijk interessanter wanneer je het niet langer leest als verdediging van reïncarnatie.
De verteller heeft honderden merkwaardige verhalen verzameld en probeert ze onder één groot karmisch dak te krijgen. Maar misschien passen ze daar niet allemaal onder. Regressie, synchroniciteit, paranormale informatie, familiepatronen, projectie, suggestie, hypnose, vermeend contact met overledenen en overschaduwing kunnen verschillende fenomenen zijn die in het oorspronkelijke boek te gemakkelijk hetzelfde etiket “reïncarnatie” krijgen.
Dat maakt ook de titel achteraf geslaagd. Dikke Hans leert vliegen klinkt niet als een wetenschappelijk traktaat en pretendeert dat ook niet te zijn. De schrijver is op zijn best wanneer hij nieuwsgierig, oneerbiedig en soms zwart-komisch vertelt. Zelfs het nawoord eindigt met zelfspot: hij wilde wegens de 64 hoofdstukken van de I Tjing bij hoofdstuk 64 stoppen, maar het werden er 75: “een foute spirituele ambitie”. Het typeert het boek uitstekend.
C.P.
Laatste commentaren