Loading...
You are here:  Home  >  Korte verhalen  >  Current Article

Gerard Zoekt Het Hogerop (hoofdstuk 23)

By   /   oktober 9, 2016  /   Reacties uitgeschakeld voor Gerard Zoekt Het Hogerop (hoofdstuk 23)

Gerard Zoekt Het Hogerop
Om te kunnen proeven van de lotgevallen van mijn ondernemende hoofdpersoon in mijn schelmenroman  Gerard Zoekt Het Hogerop is hier vast Hoofdstuk 23:
NET NIET DOODGEVALLEN

Terwijl Angela in Den Haag nieuwe hoogtepunten onderzocht, werd Gerard in de duistere diepte van het watergat tot op het bot verkleumd wakker. Gevoelloze onderbenen, moeizame ademhaling. Fucking hard gevallen! Heel ver boven hem was enig licht te zien, de verzakking waar hij doorheen gedonderd was. Er stroomde nog steeds watervalwater naar beneden, weg kletterend in de hoop losse grond en grint, waar hij in lag. Nat en koud, koud! Hij bewoog heel voorzichtig, iets gebroken? Blauwe plekken zat, maar verder leek het meegevallen. Niet dood!
Heeft mijn lijf op de automatische Taekwondo-piloot toch mijn val gebroken?
Even overweldigde hem de paniek maar toen herinnerde hij zich de oude telefoon in zijn jaszak. Bestond er zo iets als 112 in Roemenië? Beter iemand in Nederland bellen, die hulptroepen kon regelen. Zijn blauwwitte vingers probeerden de rits open te trekken. Au, au. Zijn koude en verkrampte vingers kregen echter Angela’s nummer met het extra 0031 nummer niet ingetoetst.
Het adresboek dan, beter, maar drie toetsjes. O nee!
Ik kan mezelf wel voor de kop slaan, dacht hij razend. Lul, je relatie beëindigen is tot daar aan toe, maar uit welke rancune verwijder je dan meteen haar nummer uit je adresboek? Achterlijke eikel. De tweeling bellen? Haha.
De gedachte kwam op als maagzuur. Leedvermaak mokkels. ‘Moest je weer zo nodig avonturen beleven, broertje? ‘Dommerdtje!’
Bah, allebei kopieën van mamma en haar ondertussen wel haten. Beter Bill bellen. Die gaat me beslist wèl helpen.
De telefoontoetsjes deden akelig zeer aan zijn vingers. Adresboek: Bill, Bill, onder de B. Dat lukte, Goddank.
Er ging een bel over aan de andere kant. Hoe zou het met Mehmet zijn? Weer tot bewustzijn gekomen? En dan? Weggereden met zijn taxi? Ongerust keek Gerard op het telefoonklokje: al bijna vier uur. Over een paar uur zou het donker worden. Hoe zouden ze hem kunnen vinden? Met de telefoon natuurlijk.
Maar dit kloterige prepaidnummer kent niemand! Ik moet eerst iemand dit nummer geven. Dan kan de politie dat bellen en als ze me zoeken kunnen ze misschien de ringtoon horen. Onzin, lulkoek. De politie moest dan eerst Mehmet vinden. Ergens op de weg, langs de weg. Of dood achter in de wagen. O shit!
Weer paniek. Hij moest zichzelf dwingen om gewoon te blijven ademen. Langzaam in en uit. Dat had hij ook mooi van Theo geleerd. Zou hij eerst Theo bellen? Ping! Het antwoordapparaat van Bill, Godsamme: ‘De persoon die u belt, is nu niet te bereiken! U kunt geen boodschap achterlaten.’
Argg! Nog eens het adresboek dan, onder de T: Theo!

Het ergste was dat hij al op de heenweg iets had voelen aankomen bij dat incident in het café. Hij wist gewoon dat er wat akeligs te gebeuren stond en hij had niet naar zijn intuïtie geluisterd. Al blij dat het daar en toen niet geklapt was. Zijn vakantiezeepbel. Zacht begon hij te bidden.
Als ik niet om hulp vraag, krijg ik ook zeker niks, dacht hij. O Engelen, o Heer van dit universum, maak dat ik heel thuiskom in Den Haag. Amen. Amen. Amen. O Theo, neem op, neem op.

Gerard huilde bijna, toen ook Theo een telefoonbeantwoorder aan had staan. Hij stamelde zijn boodschap in.
‘Ik zit in een grondverzakking in een soort tunnel bij een heel hoge waterval, links van een secundaire weg naar Boekarest, vlakbij Bucegi in Roemenië. Mijn taxichauffeur Mehmet ligt gewond in een Dacia Logan Stationcar langs de weg. Bel mij terug voor hulp. Bel Babette Pronten op… Hè gadver!’
Het nummer? Het papier van Mehmet in zijn binnenzak. Goddank.
Met een gevoel van opluchting sprak hij het opnieuw in op Theo’s antwoordapparaat, tegelijk met Angela’s nummer dat hij ineens weer uit zijn hoofd wist en het nieuwe prepaidnummer van de Nokia. Zo, meer kon hij even niet doen. Het enige pluspunt dat wat ankering bood, was zijn portefeuille in zijn binnenzak met zijn paspoort, het vliegticket en geld. Hij scheen met de zaklamp van zijn telefoon om zich heen. Goddank, dat die aftandse Nokia het nog helemaal deed. Ontzet stelde hij vast dat de wanden links en rechts van hem recht waren. Recht? Uitgehakt? Iets van mensen?!

Aarzelend strompelde hij kreunend een paar stappen naar voren tot voorbij de rommelige laag aarde en stenen die naar beneden gekomen was. Een glad oppervlak? De conclusie was zo verbijsterend dat hij bijna niet meer aan de stekende pijn in zijn benen dacht.
Niets gebroken maar ze slapen allebei, realiseerde hij zich. Hij ging heel voorzichtig weer zitten. Van omhoog klimmen naar het gat waar hij doorheen gevallen was, kon geen sprake zijn. Te hoog, te glad. Er stroomde nog steeds water naar beneden, dat ergens in de verte verdween. Hij scheen met de zaklamp verder maar het licht verloor zichzelf in een diffuse donkerte. Het is echt een tunnel, besefte hij. Van A naar B, maar ik kan niet naar A want daar verspert nu een paar duizend kilo stenen en aarde de weg. Dus? Lopen naar B? Naar wat?

Langzaam kwam er weer normaal gevoel terug in zijn benen en wankelend stond hij op. Hoe lang zou zijn telefoonbatterij licht geven? Was er geen andere optie? Hoe moest hij hulp krijgen? Wat zou Theo moeten doen? De Nederlandse ambassade bellen? Zelf Babette bellen? Nee, hij wist het landennummer van Roemenië niet. Hij had ook geen idee waar hij precies was. ‘Disciplineer je angsten.’ Zoiets zou Theo zeggen. ‘Definieer je doel en ga er dan voor.’
Hij begon te lopen. Naar B dan maar. Waar B ook mocht zijn. En als er geen B was, zou hij weer terug gaan naar deze plek voor andere oplossingen. Het verwonderde hem dat alle paniek verdwenen was. Hij moest iets doen en hij kon ook iets doen. ‘Lopen, Gerardus Martinus,’ zei hij hardop.

Vijf uur later liep hij nog. Eenmaal zo ver gekomen kwam het niet meer bij hem op om terug te keren. Hij had na verloop van tijd de telefoonlamp uitgedaan nadat hij zich realiseerde dat hij iets kon onderscheiden. Er was minimaal licht in de tunnel, zonder dat hij er achter kon komen waar het vandaan kwam. Omdat het soms wel volledig donker werd en op andere stukken niet, vermoedde hij dat er ooit in het plafond vensters van glas gemaakt waren, die later grotendeels dicht gegroeid konden zijn. Of? Bleek hij onverwacht nachtzicht te hebben, zoals wolven? Was het een soort mos dat her en der licht fluorescerend licht produceerde?
In het begin van zijn tocht dacht hij dat de vochtigheid in de tunnel kwam, doordat het watervalwater nu wegliep in de tunnel, maar na een paar honderd meter was er geen water meer te zien of te voelen onder zijn voeten. Er bleef toch een ervaring van frisheid hangen.
De weg liep nagenoeg recht, een keer of twee was hij door een flauwe bocht gelopen. Nergens lagen obstakels, nergens was er ook maar iets dat op gebruik wees. Hij piekerde een heel eind weg. Een smokkelaarsroute misschien. Iets tussen Roemenië en Servië? Duur tunneltje. Een politieke nooduitgang van geheime diensten? Iets van die genadeloze miljardair George Soros? Man die een reptielwezen was genoemd door Poetin. Was die Soros niet Roemeens? Nee, nee, een Hongaarse jood. Er schoten hem allerlei ongewone mogelijkheden door de oververhitte kop. Veel inspanning kostte het lopen niet maar toch was hij zich hinderlijk bewust van een natte rug.
Ik knijp hem. Ik knijp hem behoorlijk..

Ineens kwam de meest waarschijnlijke verklaring in hem op. Dit is Roemenië. Vreselijke geschiedenis van onderdrukking en corruptie. Hoe heette die heftige dictator van vroeger ook al weer? Deze tunnel moest een van zijn geheime projecten zijn geweest. Ceauscescu, dat was de naam, dat was een beest van een vent toen. Genadeloze megalomane gek. Net zo iets als Erdogan nu.. Daar kan je dan alles van verwachten. Zijn oksels klotsen een beetje. Ceauscescu. Was in ’89 geëxecuteerd. Vast veel geheimen mee in zijn graf genomen. Zoals dit. Een bizarre tunnel van waar naar daar.
God weet, kom ik dadelijk in een martellaboratorium terecht, dacht bij ongerust. Een ondergronds hok, waar de chef al zijn verdwenen tegenstanders heeft opgeborgen. Nou ja, nou nee, dat is meer iets voor een Zuid-Amerikaans land of voor zo’n Turkse gek.

Als er niets te zien is, is er nog altijd van alles te denken.

Het gehele boek is gesigneerd te bestellen voor € 20 inclusief verzendkosten via [email protected]

    Print       Email

You might also like...

Het bloeiende relatiewezen in Nootdorp

Read More →