Loading...
You are here:  Home  >  Korte verhalen  >  Current Article

De roadies ruimen wel op (kort verhaal)

By   /   februari 25, 2017  /   Reacties uitgeschakeld voor De roadies ruimen wel op (kort verhaal)


Zo eenvoudig is de muziekwereld niet voor het lagere personeel, maar ach, zo hebben we allemaal onze problemen.

Nadat de jongens uitgeraasd waren, stampten ze naar boven. Mary en ik veegden de kapotte glazen, de borden, de etensresten en de verspreide bloemen en bloemstukken bij elkaar. Van de decorstukken was nagenoeg niets meer heel. Welke krankzinnige had hier ook een bar van kunststof neergezet? Splijtbaar materiaal, zulke woorden ken ik alleen in verband met kernenergie.

Er lagen onder de lange, omgegooide tafel enkele verfrommelde plastic tasjes waar het bier uit de avondwinkel in gezeten had. Daar kon de meeste troep wel in, dacht ik. Niet dus. Gelukkig lagen er nog ergens blauwe vuilniszakken in de bus. Ik gebruikte een half bord om de zooi bij elkaar te schrapen en dan weg te scheppen in een zak. Mary had een geplastificeerd A4tje gevonden met de jolige groepsfoto van de boys in betere tijden. Daar ging het opruimen ook aardig mee bij gebrek aan stoffer en blik. In een Belgische film had ik gezien hoe je menselijke resten kon laten oplossen in een zuurtank. Spannende film, maar dat soort dingen gebeurden in de Ardennen, niet hier. Het moeilijkste was om de vloer schoon te krijgen. Eigenlijk hadden we meer dikke bleek moeten hebben. We liepen soms door die plas heen en onze voetstappen zagen er echt niet goed uit. Eerlijk gezegd, het werd steeds smeriger. Luguber. De kelderruimte stonk ook verschrikkelijk. Het was ook allemaal verschrikkelijk. Kon je van zulke beesten beschaving verwachten? En dat meisje was even gek geweest. Wie doet zulke dingen bij zijn volle verstand? Allemaal speedfreaks.

Mary ontsnapt altijd aan de dieptepunten. Dat is omdat Mary oerlelijk is en moddervet, maar ook grappig. Nee, wel blond, hoogblond van haarzelf, maar niet dom, helemaal niet dom. In feite de slimste van de hele club. De jongens kijken niet eens naar haar. Mary hoort bij het meubilair, heeft Jack wel eens gezegd. Een meisje dat alles weet van techniek, iemand die elk instrument kent, zo’n mokkel houden ze in ere. Die weet van elke plug waar die in moet. ‘Inpluggen, Mary!’ schreeuwen ze dan. De drummer heeft wel eens wat met zijn dikke deel bij haar geprobeerd in te pluggen maar toen heeft ze hem vlak in de bek geslagen. Ik ben meer de sul. Ik ben goed voor bezorgdienstjes, ik rijd de bus, ik sjouw, ik regel dingetjes, ik houd me op de vlakte. Ik ben niet gek. Als je wat wil verdienen in dit milieu, dan moet je niet van echte muziek houden. Dan word je crazy van de wansmaak natuurlijk. Alles gaat hier van bonkebonkebonk. Hard is goed, pijn is fijn en bloed moet. Na de pauze gaat de volumeknop nog verder omhoog, want anders gaan de mensen met elkaar praten.

Vroeger was ik dol op Crosby, Stills, Nash en Young, weet je wel, legendarisch drie- of vierstemmig zingen en geraffineerde gitaarloopjes. Ritchie Havens, die ouwe neger zonder tanden, die man kon spelen. Linkshandig geloof ik, kerel stemde zijn gitaar ook anders. Met zulk soort experimenten hoef je bij Jack niet aan te komen. Voor hem is muziek alleen garageboxherrie waar je geld mee verdient. God, wat was ik toen nog jong maar ik had heus wel smaak. Ik bedoel maar, als je gevoel in je donder zou hebben, dan wil je niks met Jack’s soort uitwassen te maken hebben. Niet dat ik moeilijk doe over seks, maar ik woon bij mijn moeder, dat maakt allerlei dingen niet eenvoudig. Toch maak ik heus wel eens iets mee. Grappig genoeg was dat dingetje met Mary, toen die een keer had zitten meezuipen met de rest. Ik had van de een of andere taart gegeten. Behoorlijk veel. In die tijd wist ik nog niks van spacecake. Ik herinner me nog vooral iets met een dwarsfluit, die was ingesmeerd met slagroom. Die bandgasten tripten natuurlijk allemaal op buitenzinnige geintjes maar Mary liet van alles toe. Naderhand heb ik haar nooit meer dronken gezien, zelfs niet aangeschoten. Iemand moet de kop er bij houden, toch? Dat is Mary helemaal.

Ik dacht op die avond dat ik dood zou gaan, maar het was alleen maar de hasjcake. Ik lag over de grond te rollen en ik riep dingen zoals: “Dit is het laatste in mijn leven.” Wat ik daar toen mee bedoelde, weet ik niet meer. Mary vond het grappig. De jongens brulden het uit toen zij op mijn gezicht ging pissen. Ze zat natuurlijk vol drank. Dat is ook vocht en dat moet op een zeker moment geloosd worden. Zo gek was die situatie dus niet eens. Ik heb wel dat beeld altijd onthouden. Die openingen, die grote zwarte gaten. Die warme stroom donkergele sas, dat had echt wel wat. Het werd pas erg toen ik mijn ogen dicht moest doen. Het was hallucineren en nog eens hallucineren. Oranje, rood, geel, zwarte balletjes die in het rondsprongen. Dat doe ik nooit meer. Zo maar iets opeten.

Die nieuwe bassist flikt ook vaak dingen met iets in de jenever of het bier doen. Ja, dan gaan die groupies geheid over de tafel liggen. Ik houd daar niet van. Niet dat ik echt ga wegkijken, want dan denken ze dat je een watje bent. Nee, ik scherm mijn hoofd gewoon af. Ik denk niks. Ik ga in een hoek zitten en ik doe alsof ik lach. Alles gaat voorbij, dat weet ik nu zo langzamerhand wel. De goeie en de slechte dingen. Ik moet wel toegeven dat de jongens er alleen mee weg komen, omdat Mary en ik er zijn. Wij doen handschoenen aan en ruimen de zooi achter hun kont op. En zij gaan het grote geld verdienen boven. Jaloers ben ik heus niet. Ik ben niet muzikaal, ik houd wel van iets moois, maar ik speel niks zelf. Ik heb geen ritmegevoel, mijn vingers staan verkeerd. Zingen? Ach, op de lagere school zei de juffrouw al dat ik een 6 zou krijgen als ik NIET meezong. Omdat de andere kinderen door mijn geschreeuw werden afgeleid. Iedereen heeft zo zijn eigen talenten en handicaps. Ik ben goed in tillen, in veel spullen op de juiste manier, zo efficiënt mogelijk, in een piepkleine ruimte proppen. Ik kijk er even naar, mijn ogen schatten de hoogte, de breedte en de lengte en dan weet ik wat eerst moet en wat er als laatste nog ergens in de open stukken kan worden gefrommeld. ‘Jij had de ideale verhuizer,’ kunnen zijn, riep Jack eens en dat heb ik altijd als een groot compliment beschouwd. Dat soort dingen, dat kan ik nu weer.

Mary stond raar te zwaaien met iets. Een armband. Zo’n gebaar van ‘Dit weegt zwaar.’ Misschien goud? Onzin, zo’n groupie gaat niet naar zo’n concert met een sieraad van een meier of vijf om d’r pols. Mary is wel een beetje sneak. Daar moet je mee oppassen als het over geld gaat. Dadelijk steekt ze iets in haar zak en dan duikt het naderhand ergens op. Hallo ja! Het ideale bewijsstuk dat je in de nor laat belanden. Marc Dutroux hebben ze ook op een klein aanwijzinkje te pakken kunnen nemen. En wij hebben geen kennissen in de kringen van de Secretaris-Generaal op het Ministerie van Justitie. Bij ons is het ook geen kwestie van pedo’s of jonge homo’s in de reet pakken achter in je dienstauto. Wij zijn gewoon de opruimploeg. Voor als er een keertje iets uit de hand loopt want wij willen onze broodheren niet kwijt. Al zijn het smeerlappen met hun bloederige rothobby’s in de pauze en na afloop.

Niks mooi armbandje meenemen dus! We rollen de hele zwik gewoon in het tapijt en dan pletteren we het achterin de bus. Plus dat ouwe gordijn mee tegen het lekken. Daar moet je altijd voor uit kijken. Als je die rol een beetje opvouwt, dan past het net. Dat heb ik met mijn verhuizersoog al gezien. Zo ver is het niet rijden naar die lege fabriek. Lekker met een CD aan van die ouwe dooie Prince. Morgen weer verbaasd doen als de stoere mannen van de recherche uit dit klotestadje vragen komen stellen. En overmorgen weer een optreden in Antwerpen. Kicken!

Peter den Haring

Dit korte verhaal was mijn inzending voor de Lowlands Schrijfwedstrijd 2016 van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Was te luguber voor een plek in het verzamelboek.

    Print       Email

You might also like...

Het bloeiende relatiewezen in Nootdorp

Read More →