Loading...
You are here:  Home  >  Andere verhalen  >  Current Article

De achtentwintig paarden

By   /   juni 21, 2014  /   Reacties uitgeschakeld voor De achtentwintig paarden

Dominostenen

De achtentwintig paarden, een dominosprookje, beschrijft de opvolging van de heftige keizer Domo, de man met de zes dochters, de eerste uit de Do-dynastie.

De keizer en de keizerin gingen aan tafel. Onder het eten legde hij haar uit wat hij met de hertog van Mi van plan was. Hij had het zachtjes gezegd om de bediende, die rondging met de wijn niet op verkeerde gedachten te brengen. Zijn achterdocht was zo geprikkeld dat hij zelfs het personeel in zijn hofhouding van spionage verdacht. Keizerin Omi boog zich met een bezorgd gezicht naar hem toe.
`O nee, eerbiedwaardige echtgenoot’, zei ze. `Ik geloof dat je op het punt staat om een grote vergissing te maken. Zo eentje die alles teniet kan doen wat je nu met grote inspanning gedurende de zes jaar van je regering hebt opgebouwd. De hertog van Mi heeft je zeker beledigd, dat is een onmiskenbare waarheid. Belasting betalen in varkens in plaats van in paarden, ja, daar zou elke heerser razend over mogen worden. Maar om hem zo radicaal af te straffen, nee, dat moet ik je ten stelligste afraden.’

De keizer smeet geïrriteerd zijn lepel op tafel.
`Wat zullen de andere edelen wel niet denken? Ik heb mijn gezicht verloren. Mi is een ploert, een schobbejak, een arrogante kwal en ik ga hem martelen en wurgen. En daarna hang ik hem in het zoutzuur in een glazen bak.’
De keizerin knikte vol begrip en klopte haar gemaal troostend op de arm.
`Natuurlijk, mijn beste. Dat is nu eenmaal een hobby van je; de mensen zullen vol ontzag over je spreken en je vreselijk vrezen. Maar probeer je niet te laten regeren door je wraakzucht en je zelfmedelijden. Je hebt de hele middag doorgebracht met je verstandigste adviseurs, zo vertel je me net. Het lijkt mij echter dat je de verkeerde soort hulp krijgt. Had werkelijk niemand een alternatief advies voorhanden?’
Keizer Domo sloeg met zijn vuist op tafel.
`Moest ik dan luisteren naar mijn nar? Die zwetskop van een Fluis heeft een kwartier zitten mediteren en toen georakeld dat de zevenvoudige Geest het goed met me voor heeft. Hij zei dat het tijd was voor een nuttig afscheid. En weet je waarvan? Die slijmbal wil dat ik onze jongste dochter aan de oudste zoon van die Mi beloof. Is hij nu gek of ben ik het?’
`Heeft hij de bedoeling erachter niet uitgelegd, schat?’
`Moet ik luisteren naar een nar? Ik heb hem van tafel geslagen, hem mijn wijnbeker achterna gesmeten. En ik zal hem weer slaan als hij me opnieuw onder ogen komt! Wat heb ik aan zulke achterlijke raad?’

De keizerin zuchtte. Ze at langzaam de rest van haar knapperig gefrituurde bloemkoolstronkje op. Onderwijl keek ze haar echtgenoot aandachtig aan. Domo was een imposante keizer. Ondanks zijn middelbare leeftijd was hij een man met een nog steeds machtig postuur. Hij had een martiale knevel boven zijn grote mond en een harde stem, gewend om met soldaten om te gaan. Zo had hij zichzelf, vroeger slechts een koning te midden van andere koningen, ooit tot keizer kunnen kronen. Hij had hun onderlinge vijandschappen uitgebuit, verbonden gesmeed, vrienden beloond en verraders vermoord. Zijn vijanden hadden adembenemend snel de wijste partij gekozen toen zijn tomeloze vuur zich vertoond had op het slagveld en aan de onderhandelingstafel. Domo’s neus leek op die van een roofvogel, zijn behaarde handen op de poten van een steppenwolf. Zijn wenkbrauwen waren dik als borstels en zijn bijna zwarte ogen bliksemden.
`Ik heb die Mi te lang de vrije teugel gelaten. Hem een paar jaar niet in de gaten gehouden en nu flikt hij me dit. Varkens!’ schreeuwde hij weer. `Hij is me achtentwintig paarden verschuldigd en hij komt met varkens op de proppen! Hoe haalt hij het in zijn hoofd? Hij stuurt me veertien wagens met varkens!’

`Dat zijn er wél veel’, poogde Omi de zaak te verzachten. Ze dacht ondertussen na over het voorstel van Fluis. De jongste dochter uit het keizerlijke gezin, Prinses Oni, had een bepaald onhandig karma meegekregen bij haar geboorte. Ze had de neus, de handen en de wenkbrauwen van haar vader en toen ze ouder werd, verscheen er ook een fijne snor op haar bovenlip. Met de jaren zou dat niet minder worden, vreesde haar moeder. Oni had wèl haar moeders intelligentie geërfd, wat haar zowel tot zegen was als tot verdriet. Ze besefte daardoor maar al te goed hoe haar voorkomen haar belemmerde in de ontwikkeling van een prettig toekomstbeeld. Haar vijf andere zussen waren knap, omdat ze zonder uitzondering op moeder Omi leken. Dientengevolge waren ze makkelijk en fortuinlijk uitgehuwelijkt aan koningen, hertogen en graven, die met hun enthousiasme en dankbaarheid de verheven positie van keizer Domo versterkten. Helaas kregen de meisjes ook weer allemaal vrouwelijke nakomelingen, lastig in een tijd waarin emancipatie een nog onbekend woord was.

De keizerin nam een besluit: `Domo, beheers je. Disciplineer je drift. Hertog Mi zal zijn eigen zorgen hebben waardoor zijn traditionele schatting van vorm veranderd is. Misschien hebben zijn kudden een ziekte onder de leden, misschien is zijn goudmijn ingestort. We zullen vanzelfsprekend zijn motieven moeten uitzoeken. Ondertussen zullen wij deze winter veel varkensvlees eten, vooruit. Met wortelen en chinese kool is dat nog niet eens zo erg. Maar kijk ook eens naar de positieve kant van de zaak.’
`Positief?’ donderde Domo. `Mens, probeer je me nóg kwaaier te maken? Wat heb jij me nou ineens voor rare inzichten te bieden?’
`Ik help je een beetje om je dagelijkse huishouding georganiseerd te houden, lieveling’, zei de keizerin zonder wrok. Ze had al lang geleden afgeleerd om op het opvliegende karakter van Domo te reageren. Bovendien had ditzelfde vuur haar op andere momenten vorstelijk verwarmd.
`Misschien kunnen we Mi op een andere manier zijn onhoffelijkheid inpeperen’, vervolgde ze. `Zo’n verbintenis met die zoon van hem, wordt daar niet de jonge Dodo bedoeld? Ik heb die knaap eenmaal bij een toernooi ontmoet. Zo onhandig als zijn vader is hij beslist niet, hoewel hij ongelukkigerwijze net zo lelijk is als zijn moeder.’
De keizer bond van pure verbazing een beetje in.
`Ga je me nou vertellen dat ik naar die joker van een Fluis had moeten luisteren?’
`Domo! Luister in elk geval nu even naar mij!’

De keizerin had haar stem verheven en haar man herkende snel de waarschuwing. Omi zòu haar engelengeduld kunnen verliezen. Domo snapte er nog niets van, maar plotseling realiseerde hij zich dat hij zijn gade voldoende ruimte moest geven. Hoe vaak had ze hem niet verweten dat hij door zijn actiegerichtheid door de bomen het bos niet meer zag? Wat dit weer zo’n moment?
`Schattebout, wat heeft Mi ook al weer, dat wij niet hebben?’ vroeg de keizerin met een iets belerende nadruk. `Zet je nijdige gezicht voor een ogenblik af en bekijk de zaken zakelijk. Mi levert ons al jaren de beste paarden voor onze strijdwagens, voor onze koetsen en voor onze ploegen. Zonder hem valt er een belangrijke kracht uit je leger weg. En wat doet Mi dus? Hij laat je op subtiele wijze weten dat jij hem nodig hebt. Snap je? Hij heeft jou echter overschat in zijn eigen domheid. Hij heeft gedacht dat jij zijn signaal wel zou begrijpen: varkens in plaats van paarden! Hij heeft je natuurlijk helemaal niet willen beledigen; zijn leven is hem veel te lief. Hij heeft slechts je denken wat willen provoceren en hooguit tijdelijk een vaste gewoonte doorbroken om je te herinneren aan zijn unieke waarde. Hij wil gewoon iets van ons.’

De keizer voelde hoe er een pak van zijn zware, zwartkijkerige hart viel.
`O mijn duifje, mijn poesje, mijn heerlijke geitje. Wat zou ik zonder jou toch moeten? Natuurlijk heb je gelijk. Dat moet het zijn. O zonnestraaltje, hoe kan ik je bedanken?’
Omi glimlachte wijs. En ze had direct een optie voor de dankbaarheid van haar man: `Serieus over de toekomst van onze dochter praten! Daarmee kun je me van mijn grootste zorg ontlasten. Er is me voorspeld, dat dit kind zes zware lasten te dragen krijgt…’
`Bijgeloof! Onzin!’ mopperde Domo. `Ik haat die voorspellers. Maar waar is waar, ze viel me al tegen bij haar geboorte. Vijf dochters had ik al en toen kreeg ik er nog een zesde bij! Vergeef me, Omi, het is jouw schuld niet. Ik weet het, het is gewoon botte pech. Maar ondertussen is er voor die lelijkerd geen bruidsschat groot genoeg om haar uit huis te krijgen. Het had een jongen moeten zijn! Bah, ze ziet er uit als een vent! Waarom is ze dan ook geen vent?’

De keizerin keek even alsof ze haar man een klap wou geven. Ze nam een hap sperzieboontjes en kauwde die nadrukkelijk in een geladen stilte weg. Keizer Domo zat ineens te draaien op zijn zetel.
`Waarom zeg je niks meer, poppedijntje?’ vroeg hij slijmerig en niet op zijn gemak. `Je wou me toch iets voorstellen?’
`Denk je zélf nog wel eens?’
`Waarom moet ik hier toch altijd alle denkwerk doen?’ antwoordde Domo toch weer nijdig wordend. `Jij heb ook nooit begrip voor mijn moeilijke positie.’
`Als ik de woorden `nooit’ of `altijd’ hoor, krijg ik spontane braakneigingen’, dreigde de keizerin. Er schoot uiteraard onmiddellijk een bediende toe met een doekje.
`Smeer hem, kwijl’, vloekte de keizer hem uit. `Ga jezelf verhangen in de keuken.’
Met een wit gezicht vluchtte de arme man weg. Die ging nog een paar pijnlijke momenten tegemoet in verband met de te verwachten traumatische innerlijke botsing van gehoorzaam plichtsbesef en zijn levenslust.

De keizerin zuchtte. Ze had de keizer even zijn plaats laten voelen. Het was wel weer genoeg. Te lang doorgaan kon Domo werkelijk in een driftbui terecht doen komen. Het was tijd voor een betere samenwerking.
`Het gaat er om wat Mi van ons wil en wat wij aan hem kwijt willen’, zei ze met een vonk van leepheid in haar ogen. `Op ditzelfde moment zit hij zijn kansen af te wegen. Hij wil waarschijnlijk minder belasting betalen, dat is het enige waar zulke kerels aan denken.’
`Dat is niet waar, schatje’, antwoordde de keizer. `Mannen denken heus niet alleen aan geld.’
`Hou jij je vuilbekkende mond toch eens, man!’ snauwde de keizerin. `Denk toch eens aan de onschuld van je dochter! Daar is nog geen man ooit in de buurt geweest.’
`Alsof iemand dat zou willen,’ jende Domo. `Als dat Dodo ei een beetje vent is, wil hij beslist geen andere vent.’
`Ik moet me zó ontzéttend beheersen’, schreeuwde de keizerin. `Maar ik doe het! En nu luister je! Kop dicht, Domo, of je slaapt de hele week verder in de logeerkamer!’

Dat dreigement werkte prompt. Eindelijk kon Omi haar idee ongestoord ventileren.
`Mi stuurt jou varkens in plaats van paarden. Wat hij wil, is een signaal geven dat hij minder belasting wil betalen. Hij verwacht misschien een grote mond van jou, in het uiterste geval jouw leger voor zijn deur. Maar zijn soldaten zijn goed getraind en zijn fort is sterk. Dat kan nog een pittige slag worden. Nee, wij gaan eens wat zaken voor hem omkeren. Wij willen onze dochter uithuwelijken en zijn al tien jaar bereid om daar een niet onaanzienlijke bruidsschat tegenover stellen. En nu werpt Mi ons de ideale aanleiding in de schoot. Hij gaat zijn Dodo in de schoot van onze Oni leggen. Als tegenprestatie ontlasten wij Mi welwillend iets van zijn belastingverplichting. Wat dacht je van een korting van zes procent? Vanavond nog sturen wij hem dus Fluis op zijn dak met een huwelijkscontract voor zijn zoon. Laat hertog Mi maar eens `nee’ durven zeggen. Dan kan Fluis hem alsnog dreigen met de bak met zuur, die jij eerder op de avond in gedachten had!’
`Zo ken ik je weer’, glimlachte Domo.

De keizer bood zijn gemalin een lekker kwarteleitje aan, want hij zag haar graag met volle mond en tevreden. Plotsklaps begon hij klaterend te lachen om zijn eigen fraaie gedachten. Iedereen in het kasteel hoorde het. In de keuken haalde de bediende op dat moment zijn hals uit de strop. Als ik mezelf niet help, helpt niemand mij, dacht hij. Nu de keizer weer in een goed humeur is, zal hij toch niet echt willen dat een gewaardeerd personeelslid zichzelf verhangt?
De nog jonge man voelde dat er voor hem een nieuw leven aanbrak. Hij zou alles voortaan beter doen, nam hij zich voor. Misschien zou hij zelfs om moeten kijken naar een andere baan. Eentje met minder risico bijvoorbeeld. Met iets minder zwaarwegende verplichtingen. Voor mezelf beginnen, dacht hij optimistisch. Met wat ik hier geleerd heb, zou ik best psychotherapeut kunnen worden.

Domo sloeg ondertussen in de eetzaal zichzelf op de knieën van de pret.
`Geen paarden maar varkens, geen wijf maar een vent’, joelde hij.
Omi ging maar niet op zijn grofheid in. Haar man had de kern begrepen en dat was al heel wat.
Ze ontboden Fluis, de nar en verder de landsadvocaat, een geestelijke en de bevelhebber van het leger. Binnen een uurtje of wat hadden ze een waterdicht contract opgesteld, het soort wreed gedicteerde aanbieding die je alleen kunt afslaan als je levensmoe bent. Het zou niet Mi’s ideale keus zijn, maar wat de knaap Dodo betrof, misschien zou die toch een beetje trots zijn op een heuse keizer als schoonvader. De woordspelingen in het contract op `zuur’ en `lange duur’ maakten duidelijk, dat Hertog Mi beter kon kiezen voor de positie van de betere buur dan voor die van verre vriend. Ver in het hiernamaals, dat kon men makkelijk tussen de regels door lezen.
Mi kreeg te verstaan dat de keizer het speelse idee had om zijn hele leger te laten oefenen aan de grens van het hertogdom. Verder schreef Domo van plan te zijn om tijdens de huwelijksvoltrekking ontzettend veel kanonnen te laten afvuren, omdat die daar nu eenmaal toch net in de buurt waren. Uitstappen of ontsnappen was niet echt mogelijk. Hooguit kon de hertog naar de fles grijpen om zijn wroeging over zijn stomme manoeuvre weg te drinken.

Prinses Oni kreeg een recent portret van de ook niet zo aantrekkelijke hertogszoon in haar vrij dikke vingers geduwd, maar ze begon spontaan te zingen. Dat kon ze namelijk heel mooi.
Veel te lang heb ik hierop moeten wachten, dacht ze. En achtentwintig jaar is nog helemaal niet te oud. Weg met de sleur. Ik ga verhuizen! Hoera. Mijn echtgenoot is wat jonger dan ik en dat is prima. Hoe minder ervaring hij heeft, hoe minder hij vergelijken zal. Het is een wat slappig type met een dun neusje en een vroeg kaal koppetje, maar onze kinderen zullen het te weinig van hem en het teveel van mij op passender wijze vorm geven. Weg met het saaie leven. Ik kom er aan, Dodo!
’s Nachts had ze een droom. Omdat ze, net zoals alle onevenredig lelijke meisjes een diepe innerlijke schoonheid en magische wijsheid bezat, wist ze dat het een voorspellende droom was. Ze zag zichzelf naast Dodo staan op het balkon van het keizerlijke paleis. In haar visioen zag ze achter haar zes beresterke jongens staan met keurige neuzen, grote snorren en vroeg kale hoofden. Iedereen wuifde naar het volk beneden. Er stonden bloemen, buffetten en een kroon klaar en Oni wist wie te zijner tijd haar vader ging opvolgen.

Hertog Mi had de meeste moeite om zijn ontevreden vrouw te overtuigen. Zij had voor haar oogappel Dodo een puissant rijke koningsdochter op het oog gehad, elegant en chique. Bovendien was dat een onderdanig soort vrouwtje en zo iemand had de hertogin graag als schoondochter. Prinses Oni leek haar eng en dominant en zij zou Dodo makkelijk aan haar moederinvloed kunnen onttrekken. Een daverende ruzie waarin herhaalde malen het woord `jaloers!’ viel, klaarde na veel vijven en zessen de lucht tussen het hertogelijke paar. Aan zijn zoon kon Mi sneller de voordelen van deze oplossing overbrengen.
`De sterren staan goed’, had hij beweerd. `Het is oogsttijd, jongen. De keizer doet ons een aanbod dat eer over onze familie zal brengen.’
`Je bedoelt huwelijksvruchten met snorren’, antwoordde Dodo besmuikt.
`Zeur niet, knaap. Zolang je zoons krijgt, is er niks aan de hand. En wat dacht je van die glazen bak met salpeterzuur in de kerker van de keizer?’
`Dat is je beste argument, pa’, zei Dodo en daarmee gaf hij aan een goed ontwikkeld gevoel voor logica te bezitten.

Het huwelijk werd een overdonderend feest, ook door de kanonnen natuurlijk. De beide vaders sloegen elkaar herhaalde malen zwaar bonkend op de schouders en daar klonk best nog wel wat onderhuidse wrok in door. Gelukkig was de wijn excellent en de talrijke gasten leidden de edele heren af met welgemeende felicitaties. Het hertogdom van Mi was beslist het krachtigste huis na dat van Domo en de verbintenis van deze geslachten ontnam elke potentiële concurrent definitief het zicht op een geslaagde rebellie tegen de keizer. Dodo en Oni hadden elkaar schattend aangekeken. Eigenlijk heel kort. Ze hadden beiden een gevoel voor wat heilig is en wat des werelds is. Daarom zagen ze in elkaars ogen, datgene wat ver voorbij de uiterlijke schijn lag, ver voorbij dat waar de genen van hun respectievelijke ouders hen mee opgescheept hadden. Ze zagen de potentie van liefde in elkaar. Hun beschermengelen glimlachten zo breed als ze maar konden en dat was wel een hele hemel breed.

Fluis werd op het feest in de adelstand verheven: de eerste nar die het ooit tot baron bracht. Hij had er hard voor gewerkt en hij verdiende daarom die eer. Later bleek trouwens dat hij en Dodo al jaren stiekem bevriend waren. Men zou daarom iets van een opzet in de hele affaire kunnen vermoeden. Waarschijnlijker is dat Fluis voornamelijk een briljant inzicht had in zijn eigen carrièreplanning. Hij vroeg namelijk aan prinses Oni of hij in haar gevolg mee mocht verhuizen naar het hertogdom van Mi. Hij bood aan om voortaan haar huishoudelijke boekhouding te voeren, want hij had ontzettend veel verstand van rekeningen, contracten en kleine lettertjes. Ze willigde zijn verzoek gedeeltelijk in: hij hoefde wat haar betreft helemaal geen arbeidzame tegenprestatie meer te leveren en hij mocht voortaan ook gratis in een paleistuinhuisje wonen. Fluis sprong een gat in de lucht vanwege haar generositeit. Van het nar zijn aan het hof van Domo had hij begrijpelijkerwijze ruimschoots zijn bekomst. Hij beloofde de prinses voor al haar kinderen te zorgen en daarmee bewees hij over onverwachte helderziende talenten te beschikken. Hij zou het inderdaad nog heel druk krijgen! Oni zou zesmaal moeder worden. Zo kwam er ook een oude voorspelling uit, gelukkig anders dan moeder Omi geïnterpreteerd had.

Keizer Domo was achteraf royaal voor de vader van zijn nieuwste schoonzoon. Toen hij eenmaal zag hoe gelukkig zijn dochter was, vooral toen ze in tegenstelling tot haar andere zussen jarenlang moeiteloos voor mannelijke kinderen zorgde en daarmee voor troonopvolgers, vergaf hij de hertog al zijn eventuele aanmatiging. De twee aristocraten gingen soms samen vissen en genoten dan van de vrede, die zonder woorden getekend was.

Keizerin Omi trok zich kort na het huwelijk van haar laatste dochter terug in een klooster op een heilige berg. Ze had iets hogers nodig dan wat de keizer haar te bieden had. Domo was er aanvankelijk razend over, omdat hij zich toen pas realiseerde hoe hij haar miste. Hij probeerde kleine pesterijtjes uit naar het klooster, waar de verlichte geestelijkheid gelukkig in het geheel niet gevoelig voor was. Uiteindelijk gaf Domo zijn verlies maar toe.

Dit verhaal loopt wat luguber af. Toen de keizer ouder werd, overviel hem de aderverkalking zodanig, dat hij iets malende werd. Soms ging hij ook met een borrel te veel op ’s nachts uit slaapwandelen. Dan zwierf hij mompelend of giechelend door het paleis. Door de keukens, door de logeerkamer en één keer door de kerker. Misschien droomde hij toen van een ver ludiek verleden? De grote glazen bak met salpeterzuur stond al jaren ongebruikt, maar het zuur was niet noemenswaard in zijn werking achteruit gegaan. Toen de keizer struikelde over een krukje en er in viel, was hij wel meteen wakker. Helaas niet voor lang. Zou hij ineens de magische wet van oorzaak en gevolg hebben begrepen? Zou hij even geglimlacht hebben? Zijn transformatie in het zuur had in elk geval alles weg van een definitieve oplossing voor velerlei problemen.

Omdat in die tijd de dochters van de keizers geen kroon mochten dragen en niemand anders dan prinses Oni voor mannelijke kinderen had gezorgd, moest de troon naar een van de kleinzonen gaan. Traditiegetrouw zou de keizer zelf iemand hebben aangewezen, want men nam nooit als vanzelfsprekend aan, dat de oudste de beste keus zou zijn. De kleinzonen keken daarom wat ongemakkelijk naar elkaar. Dat werd opgelost met een eenvoudige greep in de orakeldoos van baron Fluis. Daar zaten achtentwintig genummerde dominostenen in, allen met een diep-spirituele betekenis.
`Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?’ had de voormalige nar aan de verzamelde familieleden gevraagd. ‘De vraag is gewoon deze: In welk proces breng ik het keizerrijk als ik de troon bestijg? Wie de hoogste steen pakt, de steen die vrede betekent en grootsheid tegelijk, die is duidelijk het meest welkom voor de goden.’

Toen gebeurde er iets vreemds. Eén van de jongens, Modino geheten, trok de 6 6, de hoogste dominosteen. Toen het applaus echter verstomd was, keek de knaap om naar een ander, naar zijn broer Onimod. Die stond ontroerd met de 4 3 in zijn hand. Iedereen kende de betekenis daarvan: de liefde, de goddelijke verbintenis. Modino pakte de keizerskroon op, zette hem een allerkortst ogenblik op zijn kalende hoofd en zette hem toen ook weer af.
`Nee’, zei hij. `Bijna deed ik iets heel stoms. Onimod moet keizer worden.’
Zijn eerste en enige keizerlijke besluit werd uiteraard geëerbiedigd.
Niemand zal het gek vinden dat dat keizerrijk bijna duizend jaar heeft bestaan onder de Do dynastie.

    Print       Email

You might also like...

HET VAKANTIEGEVOEL

Read More →