Loading...
You are here:  Home  >  New Age journalistiek  >  Spiritualiteit  >  Current Article

Hoe werkt een sekte?

By   /   november 15, 2014  /   Reacties uitgeschakeld voor Hoe werkt een sekte?

Tantra hongerige godin copy

Zelfs de meest slimme, spirituele mensen vallen soms voor een exotische maar niet toerekeningsvatbare  leermeester(es), als in zijn/haar sekte ook wat te halen valt. Door extreme ervaringen krijg je immers het meeste zicht op jezelf. Hoe werkt een sekte, een verhaal over tunnelgedoe als een in memoriam voor Deva Hanna Boeschenstein.

EEN INLEIDING: PLAATS EN TIJD

In de winter van 1989 vroeg een vriendin, Marijke, mij om te komen kennismaken met haar nieuwe leermeesteres, een vrouw die zich Deva Hanna Boeschenstein noemde. Een Zwitserse vrouw, ook sannyasin, net als ik in die tijd, een discipel van Bhagwan Osho Rajneesh. Deze dame organiseerde buitengewoon inspirerende,  creatieve en meditatieve  retraites in India: of ik mee wilde. Mensen uit mijn vriendenkring raadden het mij ten sterkste af, omdat zij Hanna minstens krankzinnig vonden. Ondanks veel bedenkingen ging ik toch voor drie maanden mee naar Khajurao. Hanna was namelijk ook minstens geniaal en sterk paranormaal begaafd. Over mijn barre ervaringen schreef ik in 2000 een lang artikel voor het tijdschrift BRES. Hieronder een deel van dat stuk. Mijn verzet tegen Hanna’s hypnoses was mede aanleiding voor Marijke om uit deze wonderlijke sekte te stappen. Een van de vrouwen die ik toen  in het gevolg van Hanna in India ontmoette, was de Arnhemse kunstenares Yoyo Olivier. In Yoyo’s boek ‘De Soefi-sjamane’ beschreef zij haar ervaringen met de Zwitserse furie, maar ook dat die wonderlijke vrouw (geboren in 1944) inmiddels (in 2011) is overleden.

Ik ontvluchtte Hanna’s schrikbewind in Khajuraho  in januari 1990 en nam de trein naar Poona, waar toen net mijn vroegere leermeester Osho Rajneesh was overleden. In 2009 kwam Hanna met een Zwitserse discipel nog eens bij mij op bezoek in Den Haag omdat ze van mij een introductie bij Prinses Irene verwachtte te kunnen krijgen. De illusies woeien als wazige lappen om haar heen, nog steeds was ze licht in haar hoofd. Zingend en niet eens heel teleurgesteld ging het tweetal weer weg. Hanna strompelde een beetje door haar dikke drankbenen maar ergens was ze toch ook licht. Ik hoop dat ze Rajneesh in het hiernamaals is tegengekomen. Een schitterend spiegelfeest moet dat zijn geworden.

TOEN EN DAAR: DIERENOFFER

Het hondje werd Pipo genoemd, een klein reutje van een week of tien. Het at met zijn zusje Ana uit de zelfde bak. Meestal kregen ze van hun Indiase eigenaar niet meer dan wat oude pannenkoekjes, chapati’s met wat melk of water. Soms probeerden de ondervoede hondjes nog wat drinken te schooien bij hun moeder, een ook al ondervoede, witte teef. Ze was er niet van gediend en grauwde hen weg. Van de honger gromden de twee hondjes dus vaak dreigend tegen elkaar boven die gezamenlijke etensbak. De vader van Pipo en Ana lag onder een afdak al anderhalve week doodziek te zijn, zonder veel medelijden van zijn baas te ondervinden.

Het droeve schouwspel speelde zich eind december 1989 af op een afgelegen landgoed in de buurt van het Indiase Khajuraho, het stadje met de beroemde Tantrische beeldentempels. De veertien deelnemers aan onze spirituele retraite keken het puppyleed met gemengde gevoelens aan. Op een dag was het ineens bijten en heftig vechten geblazen. De vrouw die onze reis georganiseerd had, was het meest stellig over de oorzaak: “Het is de schuld van de universeel overheersende, agressieve mannelijke energie. Dat hondje, die Pipo is symbool voor de sfeer die er in onze groep heerst. Veel te mannelijk, te grof. Ego-verstand dat er uit moet zweren.”
Hanna Boeschenstein scherpte haar visie nog eens aan: “Het superieure mannelijke moet zijn plaats gewezen worden. Die grote reu sterft binnen een paar dagen en dat zal ook een teken voor jullie zijn.”

Oef. Hanna werkte wel erg veel met tekenen. ’s Avonds moesten we in een kring gaan liggen met onze hoofden in het midden en dan kijken naar en mediteren op de Pleiaden sterrengroep, want daar hadden we volgens onze groepsleidster alle mogelijke zielenheil van te verwachten. Hanna zelf werd soms overschaduwd door een duistere energie die zij als de godin Kali benoemde. We moesten haar ook plotseling met een nieuwe naam aanspreken: Kalihatti. Er moest veel in dat kamp. Erg veel. En het werd een steeds serieuzer moeten. Wie niet in de spirituele pas liep, kreeg na een paar weken straf. Bijvoorbeeld minder te eten, tot er alleen een dieet van wortelen en bananen overbleef. En je moest voortaan buiten eten, niet meer binnen bij de anderen. De volgende fase was dan niet meer binnen in het huis slapen maar buiten bij de rivieroever. Wie wankelmoedig of devoot zijn of haar discipelschap bevestigde aan Hanna kreeg voorrechten. De mannen mochten (moesten) haar minnaar worden, de vrouwen kregen haar krachtige, liefdevolle, moederlijke aandacht. Met mijn eveneens gestrafte lotgenoten maakte ik grapjes over dit moderne New Age concentratiekamp. Toen hadden we de grootste narigheid nog niet eens meegemaakt.

Tja, hoe was het mogelijk dat redelijk normale, redelijk verstandige mensen verzeild konden raken in zo’n situatie? Eigenlijk was ons toch een spirituele, culturele vakantie voorgespiegeld? Met therapeutische ingangen, ja dat had ze wel aangekondigd. Een intensief drie maanden durend groeiproces. Wel ja. Maar dat we onze tickets, paspoorten en geld moesten inleveren bij aankomst, dat was even wennen. Voor de veiligheid, zei mevrouw Boeschenstein; in het Indiase achterland kon je maar nooit weten… Toen onze eigendommen in de stalen kast waren weggesloten, werd het spel ineens heel anders gespeeld. Ergens begrepen we de hele opzet van deze geestelijke en fysieke beproevingen best. Het ging immers om het loslaten van ons ego? En natuurlijk moesten we leren onthechten, daar ging het vooral om.

Het spel werd echter ernst toen Kalihatti een definitieve beslissing nam omtrent de vechtende hondjes: Pipo moest worden afgemaakt. Het kleine teefje, Ana mocht blijven, dat was alleen maar lief en slachtoffer, volgens onze groepsleidster tenminste. Er was mij juist een tegenovergestelde rolverdeling opgevallen, maar mijn opmerkingen pasten niet in het plan. En bovendien, ik was al praktisch uit het kamp verbannen omdat ik te weinig coöperatief was bij het afbreken van mijn ego.

CHARISMA

Hanna Kalihatti Boeschenstein was beslist een superintelligente, charismatische vrouw. Vast ook mediamiek en vast ook iemand met een krachtig psychologisch inzicht. Eerdere ontmoetingen met haar in Nederland hadden me geïnspireerd. Ze was scherp, vol humor en goed thuis in de esotherische wereld. Ze was al jaren discipel van Bhagwan Shree Rajneesh, de meeste van haar leerlingen ook. Haar grootste wens was om ooit met haar leraar in een magisch huwelijk te treden, hoewel de betrokkene had aangegeven niet meteen van het idee gecharmeerd te zijn. Het zal wel toeval geweest zijn, dat een dag na de door haar voorspelde dood van de oude reu ook Rajneesh stierf, in zijn ashram in Poona, op 19 januari 1990.
Kalihatti werkte met het overschrijden van grenzen en dat was toevallig ook net mijn hobby. Tot aan de dag dat Pipo moest worden doodgemaakt in een gezamenlijk ritueel, had ik ook wel vertrouwen in haar therapeutische aanpak. Ze kon adembenemend briljant zijn, nogal wat minder als ze veel gedronken had. En dat deed ze elke dag, minimaal een fles wijn, maximaal een fles wodka. “Om de agressie in de wereld om mij heen niet zo smartelijk te voelen,” zei ze als excuus.

Drank had voor haar in elk geval veel boeiende kanten. Dus moest ik op een avond in de groep dronken gevoerd worden om anderen de gelegenheid te geven om gaten te schieten in mijn krachtige egoverdediging, zoals Kalihatti mijn gedrag geanalyseerd had. Helaas, de ongewone ervaring (ik drink nooit) bracht mij vooral een lachkick. Ik verkeerde in de benevelde veronderstelling dat al hun kritiek één grote, ludieke grappenmakerij was en ik deed daar gewoon mijn vertrouwde extra dosis zelfspot over heen. Dat werkte dus niet, vond Kalihatti. Er moest een zwaarder middel aan te pas komen. Het werd een overdosis XTC, twee avonden later. Drie pilletjes moest ik slikken en na een kwartier nog onverhoeds en ongevraagd een vierde. Toen ik eenmaal weerloos was in de immense gevoelsgolf die me overspoelde, brak de hel los. Aangemoedigd door Kalihatti moest iedere deelnemer mij confronteren met wat men maar aan lelijks in mij zag.

Dit projectie-bombardement kon aanvankelijk diep binnenkomen, totdat de beschuldigingen te erg werden en ook niet meer redelijk. Er werden te pas en te onpas vorige levens bij gehaald. Ik was een duivelse pervert geweest, een gek en een sluwe moordenaar uit de Italiaanse Medici-familie, enzovoorts. Plotsklaps belandde ik op de bodem van de put die de groepswaanzin voor me gegraven had. Ik kreeg een spiegel in mijn handen gedrukt. “Kijk, naar je demonische kop, Dreckhund,” schreeuwde Kalihatti mij toe in haar geboortetaal, Schweitzer-Deutsch. De spiegel toonde mij echter geen duivel, geen kwaadwillige, alleen een kwetsbare, gekwetste man. De XTC bleek van een rampzalige invloed tot een louterende te transformeren. De MDMA-component die het hart opent, kon weer stromen. Ik nam niets meer persoonlijk, ik zag de verblinding om me heen. Kalihatti schold me met een vertrokken gezicht uit: haar mannenhaat, haar ambitie, haar eigen ontkend zijn groefde diepe lijnen in het door drank opgezwollen gelaat. Ze gilde het uit: “Er is maar één oplossing voor jou. Je gaat dadelijk naar buiten en het bos in. Doe het enige eervolle dat er nog voor je bestaat: beroof je demonische geest van dit voertuig, dood je zelf… Wij zullen je lichaam hier verbranden en in Nederland voor je vriendin en jullie kind zorgen. Jij mag hen nooit meer onder ogen komen!”

Ik werd naar buiten geduwd, de nacht in. Doelloos en in de war liep ik uren rond, de speed in de XTC hield me aan de gang. Tegen zonsopgang was het middel uitgewerkt, ik vond steeds meer delen van mezelf terug. Mijn ziel was in elk geval ongeschonden. De groep was in stilte blij dat ik mezelf niets had aangedaan maar behalve dat er wat verbijstering over Kalihatti’s vergaande brainwash-techniek voelbaar was, protesteerde niemand tegen de ontwikkeling. Ze lieten het proces maar de eigen gang gaan. Het krankzinnige leek al allemaal zo normaal geworden.

HONDJE OFFEREN

En toen kwam de laatste dag van Pipo. Er was een geweer, maar de eigenaar van het hondje wilde geen dure munitie verspillen. Als de Westerse mevrouw die zijn onderkomen voor drie maanden gehuurd had, aanstoot nam aan dat hondje, wou hij het eventueel wel dood trappen.
“Nee,” zei Kalihatti. “Het is energetisch onze schuld. Wij moeten er verantwoording voor nemen.”
Ik zei dat ik het een extreme oplossing vond. Waarom kon het hondje niet naar het dorp en met een paar honderd roepies erbij onderdak gebracht bij een hondenliefhebber? Kalihatti keek me aan of ze mij ter plekke ook wilde afmaken. Haar mond vertrok: of we goed gehoord hadden, wat ze had gezegd? Er werd schaapachtig geknikt.
Tot negentig jaar geleden werden er in India mensenoffers gebracht aan de godin Kali. Nog steeds worden er geiten, schapen en gevogelte met astrale bedelboodschappen voor die wraakzuchtige godin naar de andere kant van het leven gestuurd. Nu was de ongelukkige, hongerige Pipo aan de beurt. Dood trappen vond de groep toch weer te erg en Robert, als Kalihatti’s minnaar en belangrijkste discipel, koos voor verdrinken in de rivier.

Iedereen stond er bij en keek er naar. We zongen, Zwitserse liedjes en heilige mantra’s, en we waren collectief goed gek gemaakt. Pipo deed onder water wel zes minuten over zijn doodstrijd. Ik dacht nog dat er misschien ook hondenkarma bestond. Of was de pup gewoon op de foute plek in de foute tijd geboren? Of was hij een offer om mij tot inzicht te brengen dat er echt grenzen zijn? Er werd hard gezongen en Kalihatti, op een hoger heuveltje opgesteld, knikte tevreden. Dat zou die egotrippers in haar groep wel mores leren, kon je haar zien denken.

Zo werd de SS getraind, dacht ik later. Zo ontstaan de uitwassen in Ruanda en Joegoslavië. Stap voor stap verder wegzinken in zo’n moraalloos, liefdeloos soort leven onthecht namelijk wel heel doelmatig. Dat ervaarde ik ook. Een uur later schreeuwde ik tegen Robert, die vreselijk gedeprimeerd was: “Hee lul, het was maar een rottig hondje!” en we klaarden samen op.
“Het is gelukkig geen kind geweest,” zei ik. Nee, gelukkig. Maar ik wist al wel zeker dat ik een vluchttasje moest gaan klaarmaken. Wat mij in mijn besluit ondersteunde, was de zoveelste extreme therapeutische techniek.
Robert Zimmerman vroeg ons namelijk de volgende dag om mee te werken aan een pijnritueel. Iedereen zou hem onder het toeziend oog van Kalihatti op zijn ontblote achterwerk moeten slaan, want hij wou “dichter bij zijn gevoel komen.”
“Ja, als hij er nu zelf om vraagt?” zei iemand, toen Antar en ik aarzelden of we wel moesten meewerken aan deze masochistische perversie. Robert vroeg het me nadrukkelijk persoonlijk. En daarna fluisterde hij me toe dat Kalihatti die techniek ook had aanbevolen voor mij.
“Hoe groter je ego hoe harder haar brekende kracht zal moeten zijn,” legde hij namens zijn strenge meesteres uit.

Goed, Antar en ik deden mee. Na afloop van het rondje van dertien hardhandige deelnemers zagen Roberts onderrug, billen en bovendijen zo zwart als de nacht. Hysterisch huilend lag hij aan Kalihatti’s voeten. Was dat tegelijkertijd zijn onbewuste boetedoening voor het verzuipen van Pipo? Zijn meesteres ontdekte waarschijnlijk mijn meewarige blik over de gebogen hoofden van de andere deelnemers heen. Ineens priemde haar dikke vinger in mijn richting: “Du bist der Nächste! Scheissdreck!”
Ik werd de volgende!

VLUCHTEN

Ik kon weg, de anderen niet. In een noodzakje in mijn broek bewaarde ik namelijk een onontdekt gebleven reisbudget. Die nacht ging ik er vandoor. Met een bonkend hart vol schuldgevoel, twijfel en angst maar ik vluchtte weg, door het door de volle maan verlichte bos tot ik op de grote weg een exotisch beschilderde truck kon aanhouden. Een bus bracht me later naar Jabalpur en daar nam ik de trein naar Poona, waar ik vrienden wist, die me verder zouden helpen.
Kalihatti bleek per brief furieus over mijn desertie. Ze eiste mijn terugkomst: ik had toch een overeenkomst getekend? Mijn paspoort en ticket moest ik maar komen halen! Door een werkelijk wonder kreeg ik echter zes weken later toch de rest van mijn achtergelaten bagage en mijn documenten terug. Dat bizarre verhaal hoeft hier niet verteld te worden. Dankjewel Swami Satyamo!

“Wat heeft jouw krankzinnige experiment nou allemaal voor zin gehad?” vroeg me een verbijsterde vriend. Later, toen ik niet meer zo labiel was, viel er veel in de puzzel van kwaad en goed op z’n plek. Ik moest vaak aan het Yin Yang symbool denken. De kern van het zwarte is wit. En tja, de kern van het witte is zwart. Waar hebben we het meeste moeite mee? Ik heb ontzettend veel geleerd in dat spirituele concentratiekamp. Was hier dus het Goede aan het werk in de vermomming van het Kwade? Of omgekeerd? Ik was absurd naïef geweest, zo’n schoolvoorbeeld van de onschuldige, goedgelovige New Age adept, die graag in het goede wil geloven.
Achteraf ervaarde ik het gebeuren als een inwijding in de schaduw. Ik besefte dat wie met het Witte, met het Goede wil verkeren, aandacht zal moeten besteden aan zijn karmische metgezel, het Zwarte, het Kwade. Sommige wetenschappers zien onze wereld als een zinloos strijdtoneel van naar eeuwig leven strevende genen, waarin de sterksten het langste door leven. Zelfs als daar toevallig bewustwordingprocessen door ontstaan, is dat in deze visie uiteindelijk zonder wezenlijke waarde.

Dit wetenschappelijke nihilisme komt vreemd dichtbij de Boeddhistische kijk op het Niets, het Nirwana, met dien verstande dat deze Leegheid, los van Kwaad en Goed, een soort gelukzaligheid met zich zou moeten meebrengen. Ondanks mijn jarenlange meditatieve oefeningen heeft dat zinverloren, onthechte pad me niet kunnen bekoren, hoewel ik me realiseer dat veel anderen in die technieken van verstild, puur gadeslaan een noodzakelijke, positieve rust kunnen ervaren. Voor mij was er binnen die meditatie echter geen plaats te vinden voor de sterke gevoelens van dankbaarheid die me overvielen als de schoonheid van het aardse leven tot mijn bewustzijn doordrong. Natuur, mensen, liefde, seks, eten, muziek, de extase van de tegenstellingen…

GOED VERSUS KWAAD

In dàt filosofische plaatje pasten mijn mensonterende ervaringen bij Hanna Boeschenstein in Khajuraho weer wel. Juist die waanzinnige gebeurtenissen brachten me tot het besef dat het Kwade uitsluitend de bedoeling heeft om het verontreinigde Goede uit te zuiveren. De Goddelijke liefde wordt pas in de verbinding met de materie van de Aarde getransformeerd van engelachtig abstract en woordeloos tot bewuste, concrete Levensvreugde.
Uit dankbaarheid zal daarna het Goede helpen om het Kwade een weg te bieden uit de verkramping van ego en verblinding. In dat licht bezien is het ook heel stom om onze misdadigers te isoleren, want hoe moet het Goede dan ooit getest worden?

Hallo, Hanna Boeschenstein en Ronald Zimmerman, ik hoorde later dat het tweetal nog lang samen ergens in de wereld therapiegroepen begeleid hebben. Het ga jullie goed.

Peter den Haring

Gepubliceerd in het Tijdschrift BRES 2001

    Print       Email

You might also like...

MIJN SEKS IS STUK

Read More →