Wandelende tak

 PAASMOP

Twee kippen komen op Paasmaandag elkaar tegen. Vraagt de bruine aan de witte: “Hoe is het met je kinderen?” De witte kakelt blij: “”Goed, heel goed! De een is advocaat geworden en de andere uitsmijter!”

 INVLOEDMOP

De nieuwe melkmachine van de boer prikkelt onmiddellijk zijn perverse fantasie. Als er niemand thuis is, stopt hij er zijn piemel in en wordt direct gelukkig van de krachtige omklemming. Helaas laat de greep niet los na die twee minuten boerenplezier. Goddank zit zijn telefoon in zijn overall. Hysterisch belt hij de leverancier: “Hoe krijg ik het zuigstuk van de uier?” Het antwoord is niet bemoedigend: “Meneer, de machine koppelt standaard automatisch af als er twee liter melk verzameld is. U moet die hoeveelheid gewoon van tevoren instellen.”

 JUBILEUMMOP

De bejaarde boer loopt met zijn vrouw door de schuur, als zij hem plotseling aan zijn mouw trekt: “Gerrit, we zijn volgende week zaterdag vijftig jaar getrouwd!” Gerrit kijkt pijnlijk verrast op: “En?” “Nou,” zegt zijn vrouw, “laten we een varken slachten!” Gerrit schudt zijn hoofd: O, nee! We gaan niet afreageren op zo’n onschuldig beest voor iets wat een halve eeuw geleden gebeurd is!”

  VARKENMOP

Een toerist rijdt op de fiets langs een afgelegen boerderijtje. In een modderig weiland lopen tien, twaalf varkens. Een bejaarde boer houdt een varken in zijn armen, loopt er mee naar een appelboom en houdt het varken omhoog zodat het dier drie appels uit de boom kan pakken en opeten. Dan pakt de boer het volgende varken. Bij de vierde moet de boer een ladder gaan halen om hoger in de boom te komen. Dan spreekt de toerist hem aan: “Meneer, is er niet wat tijd te besparen als u de appels met een stok uit de boom slaat?” De boer kijkt stomverwonderd: “Ach, kerel, wat is tied veur ’n verken?”

 JOBHOPMOP

Een advocaat heeft helemaal genoeg van zijn corrupte en ontmoedigende vak en besluit te kippen te gaan fokken in zijn tweede huisje op het Franse platteland. Bij een lokale boer koopt hij 100 bevruchte eieren. “Monsieur gaat het meteen groot aanpakken,” stelt de verkoper vast. De advocaat glimlacht breed. “Dat zijn we in mijn vak gewend.” Een week later is de advocaat terug voor nog eens 100 bevruchte eieren. De boer vraagt of er iets is mis gegaan. “Ik vrees het,” zegt de advocaat. “Ik denk dat ik de eerste serie te dicht op elkaar geplant heb.”

 NINJAMOP

Na twintig jaar huwelijk is Amy ten einde raad. Op de boerderij is alles geautomatiseerd en de knechten doen hun werk goed. Amy’s man hangt met bier en Cola vetter en vetter te worden op de bank voor de tv. Alles verveelt hem, niets is goed. Er is wil een muizenplaag, maar Krelis komt er zijn stoel niet voor uit. Dan ziet Amy in een dierenwinkel een flyer voor een Ninja-kat. De verkoper demonstreert deze nieuwe beveiligingsvariant. Hij opent de kooi en zegt dat het noemen van zijn naam de kat activeert. Dan wijst hij op de krabpaal verderop in de winkel: “Ninja-kat, pak de krabpaal!” Binnen vijf minuten is de krabpaal aan flarden en loopt de kat ontspannen terug. ‘Als dat mijn man niet geïnteresseerd krijgt, lukt niets meer,’ denkt Amy en ze schaft het prijzige huisdier meteen aan. Thuis zit Krelis onderuitgezakt op de bank, verdiept in zijn gameconsole. ”Schat, ik heb iets nieuws, iets sensationeels!” roept Amy al in de gang, terwijl ze de kooi open maakt. “Ik heb een Ninja-kat gekocht.” Haar man schreeuwt op de automatische piloot terug: “Ach wat, wijf! Ninja Kat? Steek maar in mijn reet!”

 PAARDENMOP

Drie dure racepaarden scheppen in de stal op over hun overwinningen. De Engelse volbloed hinnikt dat hij van de 12 races er 7 gewonnen heeft. De schimmel deed nog beter: “Van de laatste 24 won ik er 15!” De zwarte Arabier steekt zijn neus omhoog: “Ik won er 28 van de laatste 36!” Ontzag vult de stal. Ineens heft de hazewindhond, die in een hoekje heeft liggen slapen, zijn kop en zegt: “Ik wil niet speciaal patsen, hoor, maar eh, in mijn laatste 40 races heb ik 37 keer gewonnen.” Het wordt doodstil. Dan schraapt de Arabier zijn keel en zegt: “Kijk, kijk, een pratende hond.”

  HENGSTENMOP

De jonge, succesvolle boer heeft een vrouw gevonden via een televisiequiz, maar zijn probleem blijkt erger te worden als ook zijn schoonmoeder bij hem komt wonen. Ze zeurt over de strontgeur, over de stilte, over het eten en over zijn vieze handen. Op een ochtend loopt ze het weiland in en maakt de hengst aan het schrikken. Het dier draait zich om en schopt met de achterbenen haar schedel in. Het is druk op de crematie. Dan valt de pastoor iets op: bij de condoleancerij wordt er door de vrouwen iets tegen de boer gezegd en die knikt dan steeds ja. Soms fluistert echter een man iets in zijn oor en dan knikt hij onveranderlijk nee. De pastoor vraagt er na afloop naar. ‘Tja,” zegt de boer. “De vrouwen zeggen altijd, ‘Arme man, wat een tragedie’ en dan knik ik ja. En die mannen vragen altijd of ze die hengst een tijdje kunnen lenen. En dan moet ik Nee knikken omdat dat beest al een jaar vooruit verhuurd is.”

   HONDENMOP

De slager kijkt zijn ogen uit als er een grote Rottweiler met een mand in zijn bek zijn zaak binnenloopt. Hij wil de hond wegjagen maar die gromt en buigt zijn kop zodat de slager kan zien dat er een briefje in de mand ligt met twintig euro eraan met een paperclip. EéN KILO BESTE BIEFSTUK, staat er op. De slager kijkt vreemd op. “Ja, hallo, hond voor die prijs kan je hooguit schnitzel krijgen.” Als hij echter de ingepakte kilo schnitzel in de mand wil leggen, begint de hond onaangenaam te grommen. De slager aarzelt: “Okay, dan, ossenhaas gaat het worden,” maar de hond blijft grommen. “Ga ik je echt kogelbiefstuk geven?” vraagt de slager zich hardop af, maar als de hond begint te kwispelstaarten, maakt de man met tegenzin de boodschap in orde. Tegelijk roept hij zijn knecht uit de vrieskelder om even voor hem de zaak in de gaten te houden want hij wil weten waar zijn dure bestelling heen gaat. De Rottweiler rent drie huizenblokken verder en neemt dan de trap naar de vierde verdieping. Voor een appartementsdeur begint hij hard te blaffen. De deur gaat open en een scheldende man laat de hond binnen. De slager steekt zijn hand op: “Meneer, waarom scheldt u die hond zo uit? Dat beest is hartstikke slim!” De man blijft razend: “Wat slim?! Dit is al de twee keer deze week dat hij de huissleutel vergeet!”

  HELDERZIENDENMOP

De kikker belt wanhopig de helderziendenlijn: “Komt er ooit nog een lekker stuk voor mij?” Madame Jackie kijkt in haar glazen bol en stelt hem gerust: “Volgend jaar om deze tijd ontmoet je een beeldschoon jong meisje dat erg in je hele lichaam geïnteresseerd zal zijn.” De kikker juicht: “En waar gaat dat feest plaatsvinden? Bij mij thuis?” Madame Jackie kijkt nog eens goed: “Nee, nee, in haar biologielokaal!”