Loading...
You are here:  Home  >  New Age journalistiek  >  Humor  >  Current Article

Het bosmannetje en de heksenelf (een modern sprookje)

By   /   januari 2, 2013  /   No Comments

Een schokkend verhaal over de relatie van onbekende wezens in onze natuur, anders dan anders. En zelfs: viezer dan vies!  

Onder een dicht bladerdak van rode beuken had een bosmannetje een hut gebouwd. Op het eerste gezicht was het niet veel soeps. Het dak was van bruin verweerd riet en helemaal begroeid met donkergroen mos. Er was maar één raampje en daar hing een roodgeblokt, viezig gordijn voor, zo strak dichtgetrokken dat je absoluut niet naar binnen kon kijken. De raamsponning was al wat vermold, maar de deur was stevig en kon met een loeizware grendel goed worden afgesloten. Het was geen uitnodigend huis, maar Orm, zo heette het bosmannetje, hield toch niet van visite dus dat kwam goed uit.

De schoorsteen rookte meestal met een vette grijsgele walm, want Orm had het vaak koud en meestal honger. Zo iemand is veel buiten om in de tuin te werken, of om noten of vruchten te zoeken, om hout te hakken of om water te halen bij de snelle beek, die verderop door het bos stroom­de. Toch is dat nog geen reden om je huis, al is het maar een hutje, zo vunzig te laten verslonzen als die Orm deed. Wat een troep was het daar! Wat stof afnemen was, wist hij niet eens. Stofzuigers bestonden er niet in de tijd van dit verhaal, maar bezems wel. En Orm had géén bezem. En geen stoffer en blik. Water was er wel, fris en koel, maar zeep had ook niemand daar ooit gezien. Orm kon niet zeggen dat hij te oud was. Als je 49 jaar bent, dan ben je niet oud. Tenminste niet te oud om je huis eens flink schoon te poetsen.

Op een zomermorgen vloog er een heksenelf langs. Ze moest niet in die buurt zijn, ze had er even lichte spijt van, ze kende het bosmannetje zelfs niet, maar nou ja, iedereen vliegt wel eens een verkeerd bos in. De heksenelf had een paddenbuik en ze was er trots op, net als op haar sliertjeshaar. Toen Orm haar zag langskomen, riep hij agressief en lelijk: “Vetpens!”
Het was bedoeld om haar af te schrikken, maar toevallig beschouwde de heksenelf het juist als een compliment. Hoe dat zit?
Heksenelfen draaien wel meer dingen om. Als je een heksenelf `Schatje’ noemt, dan stompen ze je meestal op je neus of op je oor om het je af te leren. Ze zijn anders dan anders. Er zijn er die achteruit vliegen en sommigen gaan ondersteboven hangen aan hun tenen in bomen, net als vleermuizen, als ze een dutje willen doen. De heksenelf remde af en hield flapperend stil in de lucht.
“Zo bosmannetje,” zei ze opgewekt. “Wat heb jij mooie bruine oren vandaag.”

“En dat zal jij echt mooi vinden, hangwang?” informeerde Orm wantrou­wig, maar die toon gaf de heksenelf het gevoel dat ze thuis was en ze vond haar eigen hangwangen ook al prachtig. Dus keek ze met een toene­mende aandacht naar het bosmannetje in zijn oude, gore overall en zijn vette, geblok­te shirt. Ze hield werkelijk van bruine oren.
In de boomhuizen van de heksenelfen zit men namelijk altijd uit elkaars oor te eten, zo zijn heksenelfen nu eenmaal. Ze snibben en snauwen, terwijl ze tegelijk ook enorm kunnen giechelen. Het is een volk waar je maar moeilijk van op aan kunt. Krab ze echter een beetje over hun schedel, zodat hun luizen gaan lopen en je kunt hun hart winnen.

“Ik kom thee bij je drinken,” kondigde de heksenelf aan en Orm sloeg van schrik achterover. Het hangwangvrouwtje beschouwde dat als een teken van instemming en vloog pardoes Orms hutje in.
“Heb je er wat lekkers bij?” vroeg ze hebberig en ze begon direct in al Orms potjes, busjes, pannetjes, laatjes en kastjes te kijken. Ze lustte kaarsen en ansichtkaarten uit verre landen. Bovendien at  ze ook Orms vieze sokken op, die al drie weken onder zijn bed lagen.
“Mm, heerlijk,” glimlachte ze. Orm was stomverbaasd, verbouwereerd en verbijsterd. Hij zette zonder te spreken theewater op en mompelde toen dat hij even naar buiten moest om te plassen. De heksenelf likte ondertussen met groot behagen langs de vensterbank de verzameling dode vliegen weg en smikkelde wat spinrag op, dat overal van het plafond af hing.
“Wat heb jij het hier leuk,” riep ze hem na.

Buiten plaste Orm heel lang tegen de beuk.
“Zo zo,” zuchtte hij toen.
“Dank je wel voor je ochtendwijn,” antwoordde de beuk direct. “Wat tref je het weer Orm.”
“Hoezo?”
“Het is reuze slim om altijd het lelijkste meisje uit de rij te kiezen,” ze de beuk. “Dan loop je de minste kans dat ze je afwijst.”
Orm keek met grote ogen op.
“Je bedoelt dat ik haar te logeren moet vragen?”
“Tuurlijk,” zei de beuk. “Ik zou niet twijfelen. Pluk de dag en pak de nacht, zeggen wij beuken onder elkaar.”
“Ik ben benieuwd wat ze zegt,” aarzelde Orm, maar hij ging met meer zelfvertrouwen zijn hutje binnen dan toen hij er uit ontsnapt was.

“Blijf je eten?” vroeg hij met de deur in huis vallend.
“Als ik je oor mag leegzuigen als toetje,” riep de heksenelf enthousiast. “Wij kunnen samen nog heel erg lachen, want ik heb verstand van padde­nstoelen­ragoutjes.”
Orm keek nog eens naar de dikke paddenbuik van de heksenelf en naar haar hangwangen. Toen krabde hij eens aan de dikke wratten op zijn voorhoofd en neus.
“Goed,” antwoordde hij. “Misschien is dit wel mijn geluksdag.”

En gelijk had hij. De heksenelf keerde alles om. Ze hield van vies en dat vond ze lekker. Ze likte de ramen schoon, ze zoog het stof overal van af en ze sabbelde net zo lang op het gordijn tot alle vet er uit was. Zo werd Orms hutje brandschoon en hijzelf ook. Want ze lustte ook wel pap van bosmannetjes. Eens per maand ging ze tien dagen naar haar eigen boom­huis, zodat Orm alles weer lekker vies kon laten verwaarlozen om haar te trakteren als ze weer terug kwam. En van haar speciale paddenstoelenragoutjes kregen ze allebei rode wangkoontjes, grote ogen en een lachaanval.

Waar zou die Orm al deze bof aan verdiend hebben? Niemand weet het. Sommige dingen in het leven zijn een groot geheim en dat moet gewoon zo blijven.

 

    Print       Email

You might also like...

Grappen bij de vleet, plakkend aan je reet.

Read More →