Loading...
You are here:  Home  >  Korte verhalen  >  Current Article

De Prinses en de Kikkerbloem (een modern sprookje)

By   /   January 2, 2013  /   No Comments

Zatte kikker

Een jonge, ondeugende prinses verveelde zich vaak aan het hof van haar vader. Iedereen had het druk en vergat soms aan haar te vragen, hoe het er mee ging. Vanzelfsprekend kreeg ze het lekkerste eten en drinken wat er maar bestaat en sliep ze in het zachtste donsbed dat je je voor kunt stellen. Maar het was haar steeds minder genoeg.

Op een nacht ging de prinses uit wandelen omdat ze niet kon slapen. Plotseling hipte er een roodkleurige kikker voor haar uit op het pad. Hij had zo’n bijzondere kleur dat ze hem wel achterna mòest lopen. Bijna raakte ze hem kwijt toen hij van het pad afging, maar door het bewegen van het hoge gras zag ze steeds waar hij heen sprong. Na een kwartier­tje hoorde ze onverwachts een plons. Geschrokken hield ze stil, want bijna was ze in een brede vijver gelopen. Ineens voelde ze zich onbehagelijk alleen en een klein beetje verward. Ze was zo aandachtig geweest voor de weg van de kikker, dat ze de gewone dingen om haar heen vergeten was. Het was niet koud, maar het aanvan­kelijke zo krachti­ge maanlicht werd soms getemperd door langzame wolkenflar­den, die aan de hemel voorbijtrok­ken. Dan bewogen er vreem­de fluiste­ringen tussen de schaduwen van de bomen en struiken om het meertje. Net toen ze zich wilde omkeren, klonk er een hoge kwaak. En daarna nog eentje, op een hogere toonhoog­te. Verrast keek ze naar het midden van het water, waar op een breed lelieblad de rode kikker zijn roodgouden keel toonde aan de maan.

“Kwaak! Kwaak!”

Het klonk als een dringende oproep, haast betoverend. De prinses kon gewoon nog niet weg. Er lag daar net een droge boom langs de water­kant, lang geleden omgeval­len, vermolmd en begroeid met paddenstoelen. Ze ging er rustig op zitten en luisterde naar het nadrukkelijke kikkerlied. Plots kwam er van de overkant een licht gesnuif. De prinses was niet bang, want echte gevaar­lijke wilde dieren werden er zelden in dat woud gezien. De beer was zeldzaam en de wolven joegen liever ver weg van de mensen. Nieuwsgie­rig keek de prinses die richting uit. Ze was niet eens zo verrast toen ze een groot gewei boven de rietpluimen ontwaarde. Een mannetjeshert kwam even wat drinken. Ze schrok wel toen ze een bronzen stem hoorde, die “Hela, kikker!” riep. Ze was al ontzettend blij, dat niet zij aangespro­ken werd, maar het kwakende diertje. De kikker kwekte kort terug en toen vervolg­de de resonerende stem: “Haal mij eens wat aarde van het diepste diep.”

Tot verbazing van de prinses plonsde de kikker direct het water in. Sprak het hert nu daar? En had de kikker er op gereageerd? Er klonk gespetter.

“Mooi zo, ventje,” baste de bromstem. “Dat is net genoeg voor mijn paleis.”

Een geluid van brekende takjes en een schurend lijf langs een boomstam vertelde de prinses dat het hert er vandoor ging. Kon ze haar eigen oren geloven? Ze snapte er niets van. `Een hertenkoning? Droom ik soms?’ dacht ze. `Ik moet het zeker weten.’

Voorzichtig stond ze op en toen riep ze met haar mooie stem, die klonk als een zilveren klokje: “Hela, kikker!” Eigenlijk vond ze het niet eens gek dat de kikker antwoordde: “Kwak?”

“Haal mij ook eens wat aarde van het diepste diep,” vroeg de prinses spontaan. Ploep! hoorde ze. Was de kikker werkelijk gedoken? Lang hoefde ze niet te wachten. Vlakbij haar voeten kroop de kikker de kant weer op. Op zijn rug lag een druipend kluitje modder. De prinses ver­baasde zich nergens meer over. Eerlijk gezegd vermoedde ze dat ze gewoon droomde en daarom kon het haar niet schelen, dat alles minstens vrese­lijk geheimzinnig was.

“Dit is niet veel,” zei ze. “Daar kan ik nooit een paleis van maken.”

De kikker maakte een boos pruttelgeluidje en dook opnieuw naar onde­ren. Het duurde langer dan de eerste keer. Op zijn rug vervoerde hij nu een tweede modderkluit, maar hierin stak een kleine groene leliescheut. Blij bukte de prinses. Ze hield van tuinieren, vooral van rozen. Ze dacht eraan om de leliescheut te planten in een mooie waterbokaal.

“Dankjewel, kikker,” zei ze opgetogen. “Als je groter was, zou ik je misschien een kus op je neus geven.”

Binnen twee seconden was de kikker een meter hoog. Hij hield zijn bolle ogen schalks een beetje dichtgeknepen en zijn grote brede kikkermond grinnikte belust.

“Kwak dan,” spoorde hij haar aan. Omdat de prinses het deed en niet meteen bang werd, kun je zien dat ze echt van koninklijke bloede was. De kikker kromp onmiddellijk na die kus terug naar klein en plonsde terug in het meertje. De prinses nam de twee modderkluit­jes en liep dromerig terug naar huis. Voor ze naar bed ging, plantte ze de leliescheut in de mooiste glazen keukenschaal die ze kon vinden. Daarna zette ze die in een stille hoek van haar balkon, uit de zon, zodat het water niet verdampen kon.

Toen vergat ze haar droom. De volgende dag kwamen er namelijk allerlei gasten op het koninklijke kasteel, die spannende verhalen te vertellen hadden, die ruzie maakten en die stomme opmerkingen over de prinses ten beste gaven. Zoals zeggen dat ze ogen van fluweel had en voetjes als druivenranken.

`Die zijn echt gek,’ dacht de prinses nijdig. `Ogen van stof! Willen ze me blind hebben soms? En voeten als een plant! Mag ik niet meer dansen soms?’ Gelukkig was er een schildknaap bij het gezel­schap ridders, die niets zei. Hij was feitelijk te verlegen, maar de prinses beschouwde zijn zwijgen als een teken van beschaving. Met hem wandel­de ze soms in de tuin. De schildknaap sprak netjes met twee woorden, maar het scheen alsof hij er maar vier kende. Hij zei namelijk alleen maar `Ja, mejuf­frouw’ of `Nee, mejuffrouw’ al naar hij dacht wat er van hem verwacht werd. Op een middag nam ze hem mee naar het balkon. Boven hun hoofden vloog er een groep wilde eenden over. Het moet zo geweest zijn dat één van die vogels een verwonding had van een jagersschot, want er klonk een uiterst zacht plofje en ineens zat er een spatje bloed op de voorkant van de witte jurk van de prinses. Ze zag het en ze slaakte een gilletje.

“Bloed!”

De schildknaap zocht onmiddellijk naar zijn zakdoek en toen hij in de balkonhoek de waterbokaal zag, doopte hij daar direct zijn doek in om gedienstig de vlek weg te kunnen wassen. Hoewel zijn hand nog half onder de jurk van de prinses zat, sleurde zij echter de jongen onverwacht opgewonden mee, terug naar de waterschaal, die ook haar weer was opgeval­len. Het bloedvlekje kon haar niets meer schelen, want er viel iets veel belangrij­kers te zien.

“De lelie komt uit!” riep ze overgelukkig. “Ik was het vergeten, maar het is waar. De kikkerbloem is gegroeid.”

Wortelend in het beetje modder op de bodem was er een blad en een stengel zichtbaar in het waterbekken en daarnaast stak een wit kopje op. De prinses stond te dansen en te juichen.

“Dit moment vergeet ik nooit!” riep ze. “Zie je wel! Dromen zijn waar. Jongen, jongen, als je een paleis wilt, zeg het maar. Het is allemaal even makkelijk!”

“Nou mejuffrouw, dat wil ik wel,” zei de schildknaap en met een knalro­de kop stotterde hij er nog iets achteraan. Het klonk als `En een konin­ginnetje erbij.’

“Wat zei je?” vroeg ze want ze had haar oren niet kunnen geloven.

“Nee, niks, mejuffrouw,” krabbelde hij terug. “Ik vergat mezelf even. Vergeeft u mij alstublieft.”

“Vergéten, dat moet je juist doen,” antwoordde de prinses. “Je moet juist al dat gewone vergeten. En jezelf helemaal. Geloof jij dat een hert een paleis heeft en dat een kikker van kussen houdt?”

“Ik wel, dus waarom een kikker niet?” zei de schildknaap, die stukken minder verlegen werd, omdat de prinses nog steeds niet boos op hem bleek.

“Echt?” vroeg de prinses.

“Nou ja… Ja!” bekende de schildknaap.

“Even ho,” pauzeerde de prinses. “Je vader is toch wel van hoge adel, hè?”

De schildknaap knikte.

“Dan is het goed,” knikte de prinses. “Ga dan je gang maar.”

Ze kregen er geen genoeg van. En toen ze na een tijdje toch even hun ogen open deden, zaten er een stuk of honderd grote rode kikkers op het balkonter­ras naar hen te kijken en te ginnegappen. Sommigen zaten foto’s te nemen en anderen namen de hele vertoning op video op. De prinses keek ineens streng op. “Waarom filmen jullie ons?” wilde ze weten.

“Voor de hertenkoning in het bos, lieve prinses,” riep de dikste kikker. “Die zit zo eenzaam in zijn nieuwe paleis en die wil een beetje gein hebben thuis.” “O, dan is het goed,” zei de prinses. “Doe hem mijn groeten maar.” Ze sloot haar ogen opnieuw. Ze had een lichte buikpijn, maar ook een gevoel van duizend spelende vlinders in die buik. Met de lippen van de schildknaap op de hare dacht ze `Dit is de mooiste dag van mijn leven.’

De schildknaap dacht dat hij gek was geworden van die kikkers en van de video, maar hij was ondertussen ook gek van liefde en dat maakt heerlijk blind.

Achteraf vonden de koning en de koningin alles ook goed, want ze schaamden zich wel wat dat ze de opvoeding van hun kind nogal ver­waarloosd hadden door al hun staatszaken. Het tweetal trouwde echter niet maar ze werden wel heel gelukkig. Ze werden bovendien overtuigd vegetariër. Rechtlijnig in die leer waren ze niet, maar ze verboden wel al hun personeel in elk geval het eten van hertenbief­stuk, eenden en kikkerbilletjes. En dat er later een paar rare video’s waren verschenen op YouTube kon hen niets schelen, want ze hadden geen tv en dat bleef ook zo.

    Print       Email

You might also like...

Het bloeiende relatiewezen in Nootdorp

Read More →