Loading...
You are here:  Home  >  Blog  >  Current Article

De strijd tegen K., leven met een strijdmodel

By   /   februari 7, 2018  /   Reacties uitgeschakeld voor De strijd tegen K., leven met een strijdmodel

Mijn cliënte had darmkanker. Ze was razend, ze voelde zich met haar 68 nog veel te jong voor de dood. Ze was dankbaar dat haar doctoren met haar innerlijke vijand de strijd aan gingen. Pillen en chemo. De kanker moest verslagen worden.

Sylvia’s opvattingen over politiek gingen ook volgens het strijdmodel. Allerlei uitwassen moesten hard aangepakt worden. Natuurlijk stemde ze al jaren PVV: “We moeten die drugs uitroeien en die terroristen ook.” Ik noemde dat destructief vijanddenken maar Sylvia noemde mij weer een watje en naïef. Deze vrouw was haar hele leven al meer dan gemiddeld achterdochtig. Onveilig gehecht heet dat in vaktermen. Als je ouders je onvoldoende gekoesterd hebben, niet gezien of verwaarloosd. Je bent tekort gekomen, je gelooft niet dat je de moeite waard bent, je loopt je zelf altijd meer dan leuk is te bewijzen. En de wereld is je vijand. En natuurlijk reageert je lichaam op wat jij denkt.

Voor mij zijn zulke gedachtestromen nogal onnatuurlijk. Alle leven op aarde functioneert in een parasitaire kringloop. Alles eet alles. Als ons lichaam sterft, eten de micro-organismen die altijd al in ons leefden, ons hele fysieke systeem op. Er bestaan geen vijanden, hooguit tegenstrevers, die je een spiegel voor houden of je confronteren met je schaduwkanten. Elke gebeurtenis kan je dan iets leren. Bij mensen is ziekte een signaal van de ziel aan het lichaam als de geest niet goed meer wil of kan luisteren. Eerst wordt je genetisch meest zwakke plek daarvoor gebruikt: koppijn, diarree, zere voeten, jeuk of griep. Meteen zou je moeten denken: “Waardoor of door wie heb ik mijn natuurlijke weerstand laten ondermijnen?” En: “Aan welke destructieve geestelijke conditionering houd ik zo krampachtig vast, dat ik eerst ziek moet worden voordat ik snap dat het tijd is voor verandering?”

Als je de kwaal uit laat zieken, terwijl je, gedwongen door voldoende rust, zelfonderzoek doet, dan geneest de doorsnee ‘gezonde’ mens vanzelf weer. Ben je bang, neem je geen tijd voor echt onderzoek, tja, dan duw je jezelf meestal sneller het graf in. Wie trouw is aan zijn Hoger Zelf, zijn karmische opdracht zou je kunnen zeggen, die zal sneller een onbalans regenereren. Zo iemand zet immers het zelfreparerend, zelfgenezend vermogen van zijn eigen lichaam weer aan het werk. De regulier-medische stand ondermijnt dat proces helaas al direct met koortsremmers, antibiotica en vaccinaties. Ai, terwijl koorts het allereerste natuurlijke afweersysteem is tegen onprettige indringers! Ai, terwijl bacteriën en virussen het een heerlijk spel vinden om zo snel te muteren dat ze resistent worden tegen onze antibiotica! Ai, terwijl van talloze vaccins en medicijnen bewezen is, dat ze niet goed of zelfs averechts werken! Of dat de bijwerkingen ernstige problemen geven.

Sylvia bleef naar haar ziekte kijken, zoals ze naar vermomde IS-aanslagplegers onder de vluchtelingen keek. Ze verwachtte altijd het slechtste. Ieder pijntje maakte haar kwaad. “Kanker kanker,” grauwde ze en ze wilde toen van me weten of er genezing in haar horoscoop stond. Zo simpel was het niet. Want eigenlijk stond haar Marspositie (haar lichamelijke welbevinden) mooi. De astrologisch narigheid zat echter in een zogeheten Halve Vlieger: een combinatie van teveel meeleven met de ongelukkige wereld (Maan in Vissen), een radicale wantrouwige Zon in Schorpioen plus een boze, perfectionistische Saturnus, net in Maagd. Ik legde haar dat allemaal geduldig uit: “Jouw fanatieke strijdmodel bepaalt dat jouw verkrampte darmen niet meer gewoon kunnen verteren wat er is.”

Daar wilde Sylvia niet aan. Dat haar ingekankerde wantrouwen tegen ‘de vreemdeling’ ook innerlijk een tumor laat woekeren, dat kwartje viel niet door. Terwijl ze bijna tegen me schreeuwde, voelde ik zo’n pijn in mijn eigen lijf en zo’n verdriet in mij, dat de tranen me in de ogen sprongen. “Waarom huil JIJ nou ineens?” vroeg ze verbaasd. “Onder jouw drift zit zo’n diep verdriet! Ik kan het gewoon niet uithouden,” mompelde ik. Ineens ging de stop uit de fles, alsof het toen pas mocht. We huilden een tijdje samen. En daarna hadden we een echt gesprek. Oud zeer moet verteerd worden, verwerkt en uitgescheiden. Die middag liet Sylvia heel veel los uit haar kindertijd. Helaas bleek haar ziekteverloop toch niet meer af te remmen, maar Sylvia ging wel rustig en vredig thuis dood. “Ik ga kijken of God bestaat,” dat zijn haar laatste woorden geweest. Heel bijzonder.

Dit artikel is eerder als column gepubliceerd, in het tijdschrift ParaVisie in januari 2018. 

    Print       Email
  • Published: 2 weken ago on februari 7, 2018
  • By:
  • Last Modified: februari 7, 2018 @ 4:36 pm
  • Filed Under: Blog

You might also like...

Niets vragen=niets krijgen

Read More →