Loading...
You are here:  Home  >  Andere verhalen  >  Current Article

Jij bent ongeschikt voor teamsport!

By   /   februari 9, 2018  /   Reacties uitgeschakeld voor Jij bent ongeschikt voor teamsport!

Pien loopt rond met een overslaand hart. Totaal onverwacht heeft haar volleybaltrainer haar uit zijn club gezet. Ze zou te agressief spelen, ze zou een ongeleid projectiel zijn, een explosieve vulkaan. Wat gebeurt er? Niemand snapt het maar er is een akelig vorig leven gereactiveerd.

De andere speelsters zijn op zijn minst verbaasd. Hun is wel opgevallen, dat de trainer Pien juist vaak extra aandacht gaf en dat de vrouw van de trainer al een paar weken heel moeilijk naar hem liep te doen. Pien is verbijsterd, ze is op een bepaalde golflengte immers dol op haar trainer. Niet verliefd, zegt ze, maar wel een groot liefdesgevoel.
“Hij hield toch ook van mij?” huilt ze dan. “Ik hoefde werkelijk niets van hem. Ik heb nooit aanleiding gegeven voor de jaloezie van zijn vrouw.”
Ze is bang om in een depressie terecht  te komen.
“Is er misschien iets uit een vorig leven?” vraagt ze mij. Ik breng haar daarom in een hypnose en dan terug naar de tijd waarin hun conflict is ontstaan.

Pien reist ver terug in de tijd, naar Zuid-China naar een open kamp in de jungle, waar een tiental hutten en barakken staan. Een legerkamp, denkt Pien, harde mannen, allemaal getraind in vele soorten van gevecht. Ze bereiden zich voor op een missie. Ze trainen met messen, zwaarden en speren. De leider van de groep is een dikkige man met een harde stem, die zijn mannen ongenadig afmat. Hij is de onbetwiste kampioen, die iedereen uitdaagt, provoceert en verslaat, een methodiek waarmee hij al zijn soldaten met hun zwakke plekken confronteert. Niemand komt met slordigheden of angsten weg. De meester straft alles af. De groep draagt de meester toch op handen. Dankzij hem worden ze steeds alerter en krachtiger. Pien is een nog jonge man, ze voelt in trance zijn krachtige vitale levenslust door haar hele lijf gieren. Ze ziet en voelt zichzelf opspringen, slaan, rondwentelen, steken en schoppen.
“Een soort Kung Fu,” hijgt ze. De meester leert zijn actieve, leergierige en getalenteerde leerling graag de fijne kneepjes van het vak. Hoe je zand in het gezicht van de tegenstander schopt. Hoe je het gevest van je zwaard na een slag na een houw op links rechts in iemand gezicht kunt slaan. Eén foutje en de meester slaat hardhandig door zodat de pijn je laat realiseren dat je in een echt gevecht dood was geweest. Pien blijft dralen bij zulke details.
“Ga naar de kern, wat is er gebeurd?” spoor ik haar aan. Haar ogen rollen onder de gesloten oogleden heen en weer. Ze hijgt en haar adem stokt. Erger nog, het lijkt of ze helemaal niet meer gaat inademen. “Wat gebeurt er?” vraag ik iets ongerust. “Word je gedood?”
Dan ademt Pien eindelijk weer in. Het onbenoembare, onbestaanbare is gebeurd. Het is juist andersom. Iets heeft de meester afgeleid, niemand zal ooit weten wat, maar hij reageert te traag op een aanval. Plots hakt het zwaard van de leerling het hele hoofd van de meester van zijn romp. Het wordt ijselijk stil.

Al die geharde mannen in het kamp voelen dat hun toekomst weg valt, dat ze zonder deze verbindende meester een samengeraapt zooitje ongeregeld zijn. Hun belangrijke missie zal in het ongerede raken en degene die alles veroorzaakt heeft, moet vluchten in het bos om niet verteerd te worden door de woede en de frustratie van zijn vroegere strijdmakkers. Pien huilt intens in mijn stoel: “En ik bewonderde de meester zo. Ik hield zo van hem.”
We hebben het lek boven water, zoals dat heet. De situatie heeft zich herhaald. Naarmate de meester dieper op de leerlinge (Pien) gesteld raakte, is ook totaal onbewust bij de trainer de invloed van hun afgrijselijke ongeluk gaan werken. In een verwoede controlepoging heeft hij met een onzinnig excuus Pien de laan uitgestuurd. Noch haar liefde noch haar toewijding heeft iets goed kunnen maken. En alle communicatie wordt door hem afgeweerd met de redenering: “Jij bent niet geschikt voor teamsport.”

Het komt tussen Pien en de club nooit meer goed, maar nu de jonge vrouw de oorzaak en de gevolgen begrijpt, lost haar stress helemaal op. En na twee maanden gaat ze ergens badminton spelen. Minder fanatiek, nooit meer agressief.
“Gewoon leuk!” mailt ze. Hoe het de trainer verder vergaat, zoekt ze niet meer uit.
“Gun iedereen zijn eigen lijden,” heb ik geadviseerd en daar houdt Pien zich aan.

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd, in 2017 in het Tijdschrift ParaVisie.

    Print       Email

You might also like...

GELOOF IN SINTERKLAAS

Read More →