Loading...
You are here:  Home  >  Kinder(voorlees)verhalen  >  Current Article

Nooit meer dromen (de enge kwallendroom)

By   /   januari 2, 2013  /   No Comments

In de vakantie gaan pappa en David naar een ander land op vakantie. Naar de zee van Frankrijk. Ze lopen langs de boulevard van Duinkerken, zo heet het daar. Ze slapen in hun tentje, heel gezellig. Midden in de nacht moet David opeens hard huilen. Zijn pappa draait zich meteen om om hem te troosten. “Maak je maar niet ongerust,” zegt pappa. “Ik ben nu bij je en ik ben je vriend. Ik zal je helpen, want ik hou hartstikke veel van je.”

David ligt nog eventjes te snikken maar hij kan niets verstaanbaars zeggen. Alleen zoiets als “Hoeihaai, maa heeje nie.”

“Vertel morgen maar waar het over ging,” zegt pappa. “Nou hoef je niet te praten. Nou doe je lekker je duim in je mond en dan stop ik je dekentje lekker in achter je rug. Zo, ja? Lekker slapen, ja?” Gelukkig, soest het jongetje dan toch weer weg naar dromenland. Naar leukere dromen.

’s Morgens schilt pappa voor de tent een kiwi en een appel. Dat is het gezond-gezond-ontbijt voor David. Zo noemen ze dat. “Weet je je droom nog van vannacht?” vraagt pappa. Het was zo’n akelige droom dat David hem niet heeft kunnen vergeten. “Ik had een opdracht. Maar het was veel te moeilijk,” vertelt hij en zijn stem bibbert nog een beetje. “Er waren zes kwalmonsters van een andere planeet en binnen drie dagen moest ik die klein rollen. Zo, tussen mijn handen als een balletje, anders zou er oorlog komen in het hele land. Dat zeiden de monsters. En ik kon het niet. En toen kwam er oorlog en het was mijn schuld.”

Pappa schudt zijn hoofd. “Wat voor kleur waren ze?”

“Alle kleuren. En ze riepen hoehoehaai, hoehoehaai. Met zwaarden in hun poten. Ze wou’en steeds dat de mensen oorlog gingen maken met elkaar. Ik kon ze nooit aan. Zo groot waren ze. Als een huis, nee, nog groter. Zo groot als een planeet.”

“Groter dan de Euromast in Rotterdam?”

“Nog groter dan toren van de pier bij Scheveningen!”

“Poe, poe, dat is vreselijk,” knikt pappa.

“Toen gingen de mensen met tenken vechten en ik werd in de zee gegooid. Nog een auto ook. Die reed nog extra over me heen in de zee. Toen heb jij me wakker gemaakt.”

“Van wie kreeg je nou die opdracht, David?”

“Van niemand. Ik wist het gewoon.”

“Konden de mensen in jouw droom niet samenwerken tegen die mon­sters?”

“Nee hoor. Ze waren bang. Ze gingen liever elkaar doodschieten, zoals de monsters wou’en.”

“Ik denk dat je in je volgende droom mij maar moet roepen, Daaf. Dat soort opdrachten zijn veel te moeilijk voor een jongetje van acht jaar in zijn dooie eentje. Misschien kunnen we dan sámen iets verzinnen.”

David kijkt heel somber. Hij gelooft er zelf helemaal niet in: “Dat lukt toch nooit, pappa…”

Maar pappa geeft het niet op: “Als we het niet proberen, dan lukt er nooit wat. En als je niet gelooft dat het wèl kan, nou dan gaat het ook niet. Nou, wil je het proberen, de volgende keer?”

“Ik hoop dat ik het nooit meer droom,” zegt David boos. “Nooit meer!”

“Dat is de beste oplossing,” antwoordt zijn vader. Dan gaan ze nog gauw een spelletje Memory doen, voordat ze de tent gaan afbreken. David wint met 13 punten en pappa heeft er maar 5. David wint heel vaak met Memo­ry. Knap hoor van hem.

PdH

    Print       Email

You might also like...

Kijken door de ogen van je kinderen

Read More →