Loading...
You are here:  Home  >  Kinder(voorlees)verhalen  >  Current Article

De troubleshooter (en ander ouderlijk jargon)

By   /   januari 2, 2013  /   No Comments

Bicepventje

Op het schoolplein wachten de moeders en de vaders op hun kinderen. Zo zeg! Die schreeuwen behoorlijk als de school uitgaat. Ze zijn uitgela­ten. Einde­lijk! Vrijdag! Het is weer twee dagen vrij. Dat is heerlijk, want het is heel warm weer, de hele week al. Dan op school zitten is geen pretje. David komt naar buiten, samen met zijn vriend Boris. Ze hebben de armen om elkaars nek en ze slieren giechelend door de gang, het schoolplein op. Maar hun vrolijkheid duurt niet lang. De moeder van Boris stapt met driftige passen naar hun toe.

“Kom eens hier, joh!” snauwt ze. “Wat heb jij vanmorgen met de fiets van Annelies gedaan?”
Boris krijgt een knalrode kop. Hij herinnert zich vast dat hij iets doms gedaan heeft.
“Buiten gezet,” mompelt hij. Zijn moeder kijkt hem aan of ze hem wil slaan maar ze doet het niet. Wel grijpt ze Boris hard bij zijn bovenarm.
“Precies! Omdat jij joùw fiets uit de schuur wou halen, hè? En omdat jij altijd alleen maar je eigen egoïstische planning volgt, ben je vergeten om haar fiets daarna weer binnen te zetten. En dus had zo iedereen die fiets kunnen stelen! Rotjong!”

David is een beetje verder weg gaan staan. De stem van de moeder van Boris is nogal scherp. Het is een magere vrouw met diepe lijnen naast haar neus en een harde rimpel tussen haar wenkbrauwen.
“Ik heb echt mijn portie nou wel gehad met jou,” moppert ze. “Mijn reali­teit is dat ik er voor pas om jouw permanente troubleshooter te worden. Jij moet maar eens een beetje beter met jezelf in gesprek gaan over je anti-sociale gedrag, want ik heb werkelijk meer ruimte nodig, dan ik op deze manier krijg met jou! Jij moet je echt een tijdje flink anders gaan opstellen, knaapje.”

Ze trekt Boris mee naar haar auto, die voor de school geparkeerd staat. Boris kijkt strak naar de grond en hij durft niet eens meer zijn vriend David gedag te zeggen.

David heeft er niet veel van begrepen. Wat moet die Boris nou allemaal gaan doen thuis? Het lijkt net of zijn moeder hem allemaal karweitjes heeft opgedragen, maar wat? Hij vraagt het later aan zijn eigen moeder, als hij achterop haar fiets naar huis rijdt.
“Wat is een trubsjoeter, mamma?”
Mama heeft geen idee en het lukt hun ook niet om er achter te komen, waarom de moeder van Boris dat niet meer wil zijn.
“Ze wil zijn rommel niet steeds opruimen,” denkt mamma. Dat snapt David wel. Daar klagen alle pappa’s en mamma’s immers over.

Op maandagmiddag staan de moeder van David en de moeder van Boris lang met elkaar te praten. De jongens zijn maar even uit hun buurt gegaan, want ze snappen helemaal niet meer waar het allemaal over gaat. De moeder van Boris heeft nog geroepen: “In de buurt blijven, hoor! Ik ga niet weer de halve middag verlatingstrauma’s oefenen.”

De mamma van David moet er om lachen, maar David vraagt aan Boris: “Wat zegt jouw moeder nou?”
“Dat ik iets niet goed heb gedaan.”
“Wat dan?”
“Dat weet ik niet.”
“Hebben jullie ruzie of zo?”
“Bijna altijd.”
“Wat mag je dan niet doen?”
“Nou, ik moet beter doen wat zij vraagt.”
“Maar wat vraagt ze dan?”
“Ik moet mijn troep beter opruimen, denk ik.”
“O ja,” knikt David. “Ja, dat dacht mijn moeder ook al. Jij moet een trubsjoeter worden.”
“Wat is dát nou weer?”
“Weet je dat niet eens?”
“Nee,” bromt Boris.

Maar dan zien ze plotseling een dikke duif met een slappe vleugel wankelen, half onder de auto van Boris zijn moeder. Ze zijn direct alle trubsjoeters vergeten. Gelukkig maar. Boris heeft heel veel medelij­den met het dier, want het valt steeds een beetje om. Is hij soms aangere­den door een auto? Zou hij naar de dierenarts moeten? Spannend hè? Ze rennen terug naar de school. Misschien heeft de juf wel een kartonnen doos. Inderdaad. Eentje waar de schoolmelk ingezeten heeft. Ze lopen vlug over het plein. De moeders staan nu te giechelen.

“Bij ons in de buurt woont een dierenarts,” weet David.
“Ik hoop dat mijn moeder er heen wil rijden,” antwoordt Boris, maar hij kijkt een beetje somber, alsof hij het idee niet veel kans geeft.
“Ik hoop het ook,” zegt David. Ze gaan op de stoep zitten, bij de duif. Wachtend tot de moeders klaar met praten zijn.

Ze hopen dat het niet heel lang gaat duren.

 

 

    Print       Email

You might also like...

Twee keer in tien jaar mijn tieten onder het mes

Read More →