Loading...
You are here:  Home  >  Andere verhalen  >  Current Article

DE IDOOLHOF: verdwaald tussen idealen, idolen en illusies

By   /   juli 27, 2020  /   Reacties uitgeschakeld voor DE IDOOLHOF: verdwaald tussen idealen, idolen en illusies

Van Morrison zong het al op één van zijn prachtige albums: “No guru, no method, no teacher.” Laat je niets wijsmaken, er is maar één basis en dat is je eigen hart. Toch heeft bijna elke mens behoefte aan een voor­beeld. Velen blijven eeuwig kinderen, op zoek naar die ene liefheb­bende, ideale ouder. Vrouwen zoeken vaders in hun mannen en mannen willen hun moeder terugzien in hun partners, maar dan ideaal natuurlijk.  Peter Pan blijft dan onvolwassen eeuwig Kapitein Haak uitdagen.

In de tussentijd staan de 06-hulplijnen roodgloeiend, de contactrubrieken puilen uit en de relatie­stoelendans versnelt in tempo. De wereld schreeuwt om bonafide idolen, maar bij nader inzien blijken we gewoon ver­dwaald tussen de gewone mensen. Aan de ingang van de idoolhof blijft Satan echter vrolijk kaartjes verkopen. Opgroeien, ouder worden is zo simpel nog niet. Waar zijn de rolmodellen, de voorbeelden, de ankerpunten? Als jongetje van elf droomde ik van een huwelijk met Prinses Irene en later was ik zwaar kalverver­liefd op filmster Romy Schneider. Frans de Munck, bijgenaamd de Zwarte Panter keepte in 1961 in het voetbaldoel van het Utrecht­se D.O.S. en ik schreeuwde verhit mee met het supporterslegioen bij elke lange, lange doeltrap. Wat een doelman! Ik bewonderde Bob Dylan enorm en later draaide ik Beatles en Stones grijs.

“Idolen,” zei psycholoog Kans Korteweg eens, “zijn de uitstulpsels van de massa, waarin die zichzelf aanbidt.” Filmgo­den, muziekhelden en sportsterren zijn onze eerste idolen en ze blijven een onvoorstelbare kracht houden. O.J. Simp­son, de voormalige topbasketbalster die van moord verdacht werd, trok een bewonderend miljoe­nen­publiek naar de TV. Er kwamen steunbetui­gin­gen voor zijn gedrag, begrip en getuigen voor en tegen. Er waren spontane aanbie­dingen van zelfs overduide­lijk meinedige verkla­ringen, die dit idool van talloze sportfans hadden moeten ontlasten.

Heftige zanger Prince was voor mij zelf meer een idool, maar de favoriet van mijn toen 9-jarige zoon was Michael Jackson. Dit wereldvreemde wonderkind hing indertijd in postervorm in ontel­bare kinderka­mers, boven de bedden van hun alleen­staande moeders en op de wc’s van sommige vaders, die achteraf liever gay wilden zijn.
“Pappa, Michael Jackson kàn niets lelijks naar een kind gedaan hebben, hè?” vroeg mijn nageslacht vertwijfeld. Zijn held door het slijk? Dat mocht niet en nooit. Het conflict vroeg om een lange, gedetailleerde uitleg en dat bevredigde hem. Zijn eigen echte idool, zijn vader, had het verklaard met begrip voor alle partijen: “Michael Jackson had een probleem, namelijk van beroemd en rijk zijn. Hij wou ook wel eens wat gezelligheid en dan bleef er wel eens iemand bij hem slapen. En misschien hadden ze wel eens een wedstrijd vèr pissen gedaan, zoals wij ook wel eens deden in de douche van het zwembad. En het kan zijn, dat Michael misschien ruzie had gekregen, zoals wij ook wel eens hebben. Maar dan erger. Met een paar klappen of zo. En die jongen van 13 jaar had wraak willen nemen en veel geld willen hebben van Michael. Om terug te pesten. Want de mensen vinden van alles vies, helemaal als je beroemd ben. Snap je? Zo gaat dat in de wereld, David.”
Hij snapte het. Het idool was weer een gewoon mens gewor­den, driftig en met lol in gore spelletjes. En gewone mensen mogen tenminste weer fouten maken of pech hebben.

ZOEKENDE MENS

De zoekende mens leent tijdelijk van heksen, tovenaars, idolen, coryfeeën en enkele redelijk verlichte lieden allerlei meningen, visies en filosofieën, totdat hij zijn eigen weten tegenkomt. Ondertussen mag men niet teveel onaardigs over het betrokken idool zeggen. Dat wordt niet zelden als een persoonlijke aanval gezien. De nagedachtenis van J.F. Kennedy nam als geslachtofferde figuur steeds mythischer proporties aan en Brigitte Bardot mocht eigenlijk nooit ouder worden. De Indiase goeroe Sai Baba bleef lang de onaantastbare, perfecte heilige, ondanks het precaire feit dat vlak naast zijn slaapkamer de moordenaar van zijn penningmees­ter door de politie werd doodgeschoten.
De pausen zijn heilig van zichzelf en iemand als de theosofische leraar Krishna­mur­ti werd heilig gemaakt met het verhaal dat hij ’s morgens vroeg alleen maar blòemen bracht aan het bed van de vrouw van één van zijn groepsge­noten. Jomanda Onderwater genas in Tiel mensen onder toepassing van hypnoti­sche trances en omdat er daardoor wonder­baarlijke dingen gebeurden, was direct alles goed wat ze deed.
“Alles wat van ver komt, is lekker,” zei mijn grootmoeder al. Onder dat motto ontplooi­en zich ook steeds meer ge­channnelde Wijze Entiteiten. Ik werd er soms flink huiverig van. Omdat die informatie van Meester Wappa, Broeder Andreas of het Ashstar Commando, ergens `uit het hiernamaals’ of van de Pleiaden kwam, zou hij wáár moeten zijn?
De leidster van de Theosofische Beweging, Madame Blavatsky, is terecht haast heilig verklaard, omdat ze waarschuwde tegen het fenomeen van `etherroof’ waarbij onstoffelij­ke wezens zogenaam­de etherische fosfor en andere lekkernijen aftappen van levende lieden om zo hun eigen astrale bestaan te kunnen verlengen. Op het podium wordt een kunstje vertoond, maar de zaal betaalt. Dat gebeurt al gauw letterlijk. De toneelhypnoti­seur krijgt drie mensen korter of langere tijd van het roken af, maar daar gaat het hèm niet om. Hij denkt aan de duizend mensen in de zaal, die vijftien piek voor hun toegangskaartje betaald hebben. Op die manier willen vast ook allerlei plaaggeesten graag wat kennis kwijt of wat mysterieuze operaties verrich­ten. Alles heeft echter zijn prijs, stoffelijk of onstoffelijk. Dit heelal draait om geven en nemen of je dichtbij kijkt of ver af.

OSHO RAJNEESH

Lang geleden zocht ik het ook ver weg. In mijn wilde dagen, van 1979 tot 1981, woonde ik dus, volop genietend, in de internationale Indiase ashram van Bhagwan Shree Rajneesh, later Osho genoemd. Iedere avond was er een energy darshan in die tijd. De aanbeden Meester van Mees­ters, zoals hij zich zelf graag noemde, ontving zijn discipelen in zijn betegelde achtertuin en deed boeiende energetische experimenten. Hij verbond met zijn vingers en voeten chakra’s en andere lichaamsdelen van zijn door opzwepende muziek en eigen verlangen in trance gebrachte toegewijden, die sanyassins werden genoemd. De mooiste meiden van de commune dansten extatisch om het gebeuren heen en dan ging plots het licht uit. En als het weer aanging, leunde Bhagwan tevre­den achteruit en veegde zijn vingers met Kleenex af. Raar vond ik dat wel. Zweethanden?
Totdat één van de `mediums’ zoals die dames ge­noemd werden, in tranen haar onthutste beklag bij me deed. In het donker had haar idool twee vingers in haar vagina gestopt. Ze was er van geschrokken en had het later doorverteld. Het gerucht kwam niet ver. Direct had de ashramba­zin haar een ultimatum gesteld: ze kon met het eerste vliegtuig terug van Poona naar Duitsland als ze niet spoorslags haar roddelen­de mond hield. Wist ze dan niet dat dat een spiritue­le gewoon­te van de Meester was? Zo werd er namelijk meer seksuele energie opgewekt en dáár ging het om. Daarom mochten de mediums geen ondergoed dragen, had ze dat niet zelf kunnen snappen? Nee, nee, daar had ze nooit aan gedacht en ze wou niet dat er in haar zonder toestem­ming werd rondge­sopt. Haar idool was ineens een gewone man voor haar geworden, die te ruw en te begerig had aangevoeld. Ze heeft heel lang moeten huilen, maar misschien is ze nog steeds sanyassin.

Die zelfde achtertuin is nu overdekt, met marmer en glas tot een wonder­schoon mauso­leum omgeto­verd, waar na zijn overlijden Bhagwans urn bewaard wordt. Op zijn eigen instructie ontstond er een nieuwe kerk, de Church of Raj­neeshism. De meester leende zelf een nieuwe naam: Osho, de aanspreektitel van een Zenmeester. Hij omschreef nauwkeurig hoe zijn kerkgangers voortaan gekleed moesten gaan, wat de kleur moest zijn van de ashramge­bouwen (zwart) en hoeveel uur er per dag video gekeken moest worden. Video’s van ZIJN toespraken vanzelf. Hè? Diezelfde man hoorde ik in 1980 nog zeggen, dat wij, His People, na zijn dood anoniem zouden moeten onderduiken in de stroom van de wereld en dat we geen enkele relikwie van hem mochten bewaren?

HUMORISTISCHE SPREKER

Osho was beslist een begena­digd en uiterst humoris­tisch spreker. Zijn inzicht in de menselijke psychologie was fenomenaal, maar hij heeft er, met opzet of niet, alles aan gedaan om zijn eigen idool­positie te ondergraven. Op macht, luxe en erkenning belust liet hij zijn Amerikaanse modelstad in Oregon, de grootste New Age commu­ne ooit ter wereld opgebouwd, crimi­neel en beleids­matig ondermijnen. Nòg steeds vinden zijn trouw gebleven discipelen dat het om een `device’ ging, een bewustma­kende techniek. De ideale vader wordt immers alles verge­ven.
In mijn eigen blinde troostbehoefte (mijn vader stierf toen ik 12 was) dacht ik lang hem ontlastend mee. Ik had immers niet onaanzienlijke bedragen aan de Rajneesh Stichting gedoneerd? En ik was dol op die man, hoewel ook bang voor zijn magische trukendoos. Zijn vermogen tot volksverlak­kerij had ik wel al eerder van heel dichtbij moeten aanzien.
In 1981 werd één van Bhagwans lijfwachten, Swami Vimal Kirti tijdens een karatetrai­ning in de vroege ochtend radicaal in de borst getrapt. In paniek bracht men hem naar het ashram­hospitaal, waar onherstelbare schade werd vastgesteld. Ook de wc-ontstopper op de borst hielp niet meer. Daarop kwam er een pijnlijk circus op gang. Een vervolging wegens dood door schuld zou de ashram enorme schade doen. Bovendien was Kirti ook nog eens geboren als Welf, Prins van Hannover en verwant aan het Engelse koningshuis. Twee Indiase specialisten werd omgekocht, ineens was er officieel sprake van een hartaanval. Bhagwan bezocht Kirti in het nabije Ruby Hall ziekenhuis, waar de onfortuinlijke aristocraat heenge­bracht was. Bhagwan nam het hartaanvalverhaal moeiteloos over en uiteraard werd Kirti in zijn laatste uren Verlicht verklaard door zijn meester. De crematie werd een schitterend feest en de overgekomen Duitse familie werd moeiteloos ingepakt met honderdduizend rozenblaadjes en klassieke muziek over de ashramspeakers. Van een autopsie was geen sprake. Hoe zou men dat durven vragen? Ik had een vriendin, een verpleegster, die dienst had gedaan in het ziekenhuisje die ochtend. De haar opgelegde zwijgplicht over het werkelijke gebeuren kon ze niet aan. Ze moest er met iemand over praten. Op mijn beurt heb ik er ook lang mijn mond over gehouden. De zoon verraadt zijn vader niet gauw.

POONA’S ERFENIS

Na de dood van de meester in januari 1990 was er echter sprake van een erfenis. In zo’n geval dienen de nabe­staanden de gehele boedel over te nemen, de baten èn de lasten. De neo-sannyas beweging heeft snel vooral de baten naar zich toegehaald en de schulden laten liggen. Emotionele waarheden of geldzaken, op beide terreinen lagen er helaas toch nog wat vuiltjes uit het verleden. Een Raj­neeshbank heeft in 1985 mijn Amerikaanse tegoed van $ 613 verdonkere­maand. Ik was maar één van de kleinste schuldeisers, maar enige toelichting of uitleg is er nooit gevolgd, ook niet aan de grote verliezers. Na het faillissement zette de meester zijn zaak gewoon opnieuw op de vroegere stek in India op.

Jarenlang ­kwelde ik mezelf door mijn zelfonderzoek naar mijn relatie met die man. Ooit stelden NRC/Han­delsblad-reclameposters met betrekking tot Rajneesh de vraag: Profeet of Profiteur? De zoon van toen heeft inmiddels op beide beelden `Ja’ moeten knikken. Mijn vader heeft goede en slechte kanten, zo moest ik erkennen. En zo zal ik ze ook in mijzelf moeten leren aanvaarden. Het voordeel van dat nare leerproces was niettemin helder. Door me voor hem te buigen, me over te geven en uit zijn handen ritueel een kralenket­ting met zijn foto, de `mala’ te ontvangen, plus een duimafdruk op mijn voorhoofd heb ik me opengesteld voor een symbolische Goddelijke Autoriteit. Ik wilde mijn jong gestorven vader beter leren kennen middels een levende plaatsvervanger. Ik heb toen, in februari 1979, `Ja’ gezegd en acht jaar later weer `Nee’ toen de maat vol was. Zo kon de jongen zelf man worden. De band met de vader-tovenaar, met het aanbeden idool, werd verbroken toen ik de mala in mijn open haard verbrandde. Of Rajneesh werkelijk verlicht was of niet en wat verlichting überhaupt is, maakt niet meer uit. Ik moest mijn idool voeten in de aarde geven, terwijl zijn hoofd in de wolken hing.

Naderhand heb ik diverse mensen ontmoet, die zichzelf als verlicht therapeut of verlicht leraar presenteren. Ik heb ook veel video’s van de internati­onale spirituele cracks gezien en hun lezingen of workshops bijgewoond. Ze zijn Het ge­woon, zeggen ze. Of ze zijn ER. Klaar. Ze hoeven niks meer, behalve anderen helpen. De meesten hebben echter met Osho gemeen dat ze niet tegen kritiek kunnen. Wie doorvraagt over hun persoonlijke seksleven, over hun geldzucht, manies of fobie, maakt hen driftig. De criticus wordt de deur gewezen, soms zelfs met geweld.

CRITERIA VOOR VALS OF VERLICHT

En zo kan de zoeker eindelijk wat criteria opstellen voor zijn idolen. Zo’n vals idool vleit je, dat is Fase 1. Als je eenmaal een beetje in zijn of haar ban bent, krijg je te horen hoe bijzonder je bent, hoe slim het van je is om juist aan de voeten van déze teacher te komen. Dan weet je nog niet, dat de valse meester altijd in alles gelijk heeft of weet te krijgen. In Fase 2 worden je beloften gedaan: dat je tot een uitverkoren volk gaat behoren, dat je, als je maar hard genoeg werkt (cursus koopt of training volgt), je iets zal bereiken en kunnen, iets dat je Speciaal gaat maken. Er worden je in Fase 3 dezelfde magische vaardigheden in het vooruitzicht gesteld zoals de meester ook al lijkt te hebben. Onthechting, innerlijke vrede en geen relatiestress meer (iedereen houdt dan namelijk van je). Je gaat een betere toekomst visualiseren, je gaat rijk worden en geres­pec­teerd. Bij de ene meester heten het siddhi’s, bij de andere discreaties, een derde zal transformaties beloven. Fase 4 is pijnlijker: de bedreiging. Als je niet doet, wat je idool vraagt, zit je `in je kop’ of verstrikt in je ego en uiteindelijk gaat er straf volgen. Sancties, verbanning of vervloeking.

”Als jij dit therapieproject verlaat, ga je een zekere dood tegemoet. Je zult jezelf ombrengen uit schuldgevoel,” schreeuwde een beruchte Zwitserse quasi-therapeute me toe, toen ik me weer eens in mijn zoek­tocht, nu naar het wezen van mijn drie jaar daarvoor gestorven moeder, had laten verleiden tot een ingrij­pend therapeutisch experiment. Hanna Boe­schenstein heette ze, een kanjer van een wijf met een uitstraling van de Oermoeder zelve. Haar charisma en haar briljantie deden het wonder heel makkelijk. Ze had bovendien een paar dozijn erg aardige discipelen. Ik werd verleid door de sfeer in haar Nederlandse commune, weer een gelukkige familie! Haar `Making Friends’ project klonk zeer overtuigend. Drie maanden in de Indiase bush bij Khajuraho (de plaats met de magische Tantra-tempels) om onder haar leiding aan jezelf te sleutelen. Duur was het wel, maar dat is een bekende verborgen verleider. Duur moet wel goed zijn. Eenmaal aangekomen moesten de veertien deelne­mers paspoort, ticket en geld inleveren, zogenaamd ter collectieve beveiliging. Iets in mij waar­schuwde me toen al. Ik gaf niet alles af. Daarna brak inderdaad de hel los onder het mom van werken aan ons egoverlies. Om mij `open’ te maken bleek alles te mogen. Weinig slaap, vernederingen, uithongering en andere boeiende meditatieve technieken. Het echte werk begon met een overdosis alcohol, maar dat bracht me alleen aan het schaterla­chen. Toen volgde er een overdosis XTC. Dat greep dieper in. Toen ik weerloos onder de invloed was, begon Hanna, gesteund door haar co-therapeuten me allerlei zwarts te verwijten, inclusief mijn misdra­gingen uit vorige levens: ik was één van de ergste Florentijnse Medici’s geweest in 1500-zoveel! Ik was een duivel, een beest, ik mocht mijn zoon nooit meer onder ogen komen, ik had schade aan tientallen vrouwen toegebracht, ik kon maar beter zelfmoord plegen. Daarna werd ik het bos ingestuurd, alleen, om over mijn zonden na te denken.

U leest dit verhaal waarschijn­lijk met een toenemende afschuw. Hoe kan een normaal mens zich zo te pakken laten nemen? Ik voelde me zelf wèl normaal. Ik bleef kijken, hield ik mezelf voor. Ondertussen had mijn therapeute geen enkele eerbied meer voor individuele grenzen. Mijn karma? Het zal best. De zoektocht naar de waarheid brengt ons ook naar de zwartste krochten van de ziel en in alle denkbare aardse hellen. Peter Pan was zijn schaduw kwijt en Wendy moest hem weer aannaai­en… Wat heb ik later geluid bij die film Hook! Allemaal archetypisch leed in de vader-zoon relatie.

NET GEEN ZELFMOORD

Ik pleegde geen zelfmoord. Nee, ik vond iets nuttigs op de bodem van mijn put. Daar lag het inzicht dat het niet uitmaakt, wat een ander van mij vindt of in mij ziet. Ik ben gewoon ik. En voor mijzelf ben ik de moeite waard. De volgende dag was ik er getuige van hoe Hanna zich liet overschadu­wen door het godinnenaspect van Kali, de wreekster. Deze Hindoeïstische godin wordt afgebeeld met een halsketting van onthoofde mannen, symboliek voor de demonen in je eigen ziel. Hanna, die zichzelf gedurig beriep op haar Verlichting enkele jaren eerder, was van plan die in onze zielen stevig aan te pakken. De sfeer werd er niet beter op en het eten ook niet. Slechts bananen en wortels kregen de onwilligen, die zich nog steeds niet konden overgeven.
Hoe gek het ook klinkt, ik hield toch ook van Hanna. In haar stille momenten was ze zo sensitief en liefdevol dat ik totaal toegewijd haar voeten weer kon masseren. Mijn idool liet me dan weer zien, hoe mooi mijn moeder kòn zijn en hoe ik dat vreselijk gemist heb en tekort kwam. Haar wreedheid kende evenmin grenzen. Binnen Hanna’s religieuze paranoia moest ineens e­en bijtende pup in een groepsritueel gedood worden. Dat stomme hondje was plotseling het sym­bool geworden van alle mannelijke agressi­viteit. Pipo werd verdronken, het duurde vijf minuten voor het lijfje onder water in Roberts handen stillag. Hij was Hanna’s discipel num­mer Een en hij zou alles doen en laten om haar liefde maar te behouden. Hoewel ze vijftien jaar ouder was, beminde hij haar veel­vuldig en enthousiast en beschreef daarna die helende ervaring aan ons. Als ik maar meer mijn best deed in ons concentratiekampje, werd ook mij dat voor­recht in het vooruitzicht gesteld. Die seksuele slavendienst trok mij onvoldoende aan, zo ver was ik nog niet gezonken. Dat Robert zich op een noodlottige avond door de hele groep bont en blauw moest laten slaan om dichter bij zijn gevoel te komen, was voor mij de druppel die mijn emmer deed overlopen. Of was het puur lijfsbe­houd? Toen zijn billen volkomen zwart zagen van de bloeduitstortin­gen, schreeuwde Hanna me toe dat ik de volgende was: “Scheissdreck!”
Mijn vluchtkof­fertje stond echter al stiekem klaar, ik had nog genoeg roepies en het adres van de Nederlandse ambassade in Bombay. Het was volle maan en ik rende die vijf kilometer naar de grote weg. In de vroege ochtend werd ik opgepikt door een vrolijk beschilderde Indiase truck. De chauffeur wou niet eens geld van me aannemen, zo goed voelde hij waarschijnlijk mijn verweesde gevoe­lens aan. Mijn moeder had me verraden, maar ik had mezelf net op tijd uit haar handen weten te red­den. Thuis gekomen ben ik ook. Bang was ik onderweg beslist wel. Bang voor haar vervloeking en bang dat ik toch ergens een spirituele fout had gemaakt. Je weet immers maar nooit in dit mysterieuze leven? Voor je het weet is goed ineens kwaad en omgekeerd. Vandaag krijgt het kind een kus en morgen een klap…

REDDING ZOEKEN

In minder extreme zin dan ik hebben talloze anderen hun eigen therapeu­tische redding gezocht. Hun innerlijke kind is verwond geraakt, hun geïnternaliseerde vader- en moederbeelden zijn onvolledig, vervormd en verwar­rend. Nieuwe ervaringen rijten de oude wonden weer open. Liefdesrelaties zijn favoriet in dit proces, maar ieder idool kan dezelfde functie vervullen. Wie blijft steken in zijn of haar beschuldigende vinger naar die ander, blijft echter ster­ven van verdriet en pijn. De wond mòet open, zodat het pus eruit kan. Daarna kan hij echt dicht. Littekens zullen je nog wel herinne­ren aan het verleden en soms bij slecht weer jeuken. In zo’n dieptepunt valt mij wel eens een bruikbaar liedje in, dat ik dan zing: “Alleen de liefde wil ik dienen, de liefde alleen, geen andere heer wil ik meer om me heen, alleen de liefde, de liefde alleen.”
Het was leuk geweest als mijn eigen Nederlandse idool-kandidaat van vroeger Herman Brood dat eens op de TV had kunnen brengen. Misschien had ik zelf dan ook zijn foto boven mijn bureau gehangen. Zomaar. Voor de lol.

 Peter den Haring

(Gepubliceerd in het tijdschrift Prana in 1999)

    Print       Email

You might also like...

DE VERTROUWENSBREUK

Read More →