Loading...
You are here:  Home  >  Andere verhalen  >  Current Article

Roman over buitenaardse contacten en het Koningshuis

By   /   februari 21, 2014  /   Reacties uitgeschakeld voor Roman over buitenaardse contacten en het Koningshuis

 

Cover Gerard 2jpg  Gerard zoekt het hoger op
Een roman over de dagelijkse realiteit in Nootdorp, parallelle dimensies, buitenaardsen, tantra en Willem Alexander. Schrijver Peter den Haring leeft zich ongeremd uit in Den Haag (en haar burgerlijke voorstadjes) en in Roemenië. Veel is niet wat het lijkt, tot en met de climax in Paleis Noordeinde.  Bol.com prijs € 17,95 (327 pagina’s). Hier vast de proloog en hoofdstuk 1.

(DAAR EN DAN)

De onderaardse ruimte waar Gerard weer tot bewustzijn kwam, was schemerachtig. Er was niets of niemand. Tochten deed het wel. Een naar gierend windje creëerde een onaangename kou die Gerard tot op het bot verkleumd had, toen hij weer wakker werd. Zijn onderbenen waren totaal gevoelloos, ademen was pijnlijk. Hij moest behoorlijk hard gevallen zijn. Een eind boven hem, schuin omhoog was enig licht te zien, maar raar gedempt. Er waren natuurlijk bomen en struiken over het gat gevallen. Een fout filmscenario, heel fout! Onder hem lag losse grond, veel stenen, grint. Er klonk nog steeds het geluid van snel stromend water. Had hij iets gebroken? Zijn benen voelden nat aan. Net voor de paniek hem helemaal overweldigde, herinnerde hij zich de internationale mogelijkheden van een telefoon. Bestond er zo iets als 112 in Roemenië? Beter iemand in Nederland bellen, die hulptroepen kon regelen. Zijn blauwwitte vingers probeerden de rits van zijn jaszak open te trekken, de zak waar zijn mobiel in moest zitten. Dat duurde een eeuwigheid, maar toen hij eindelijk de telefoon voelde, waren zijn vingers zo verkrampt en koud dat hij Angela’s nummer niet ingetoetst kreeg. Het adresboek dan, beter, maar drie toetsjes. O nee! Als hij zichzelf had kunnen slaan, had hij dat gedaan. Je relatie beëindigen was tot daar aan toe, maar om dan ook rancuneus haar nummer uit je adresboek te verwijderen, dat was achterlijk. Zijn zusjes bellen, de tweeling? Die zouden eerder met leedvermaak reageren. Allebei kopieën van hun moeder, die ze ondertussen wel haatten. Zou Bill hem willen helpen in deze heftige situatie? De telefoontoetsjes deden zeer aan zijn vingers. Geschaafd toen hij uit begon te glijden. Adresboek: Bill, Bill, onder de B. Dat lukte, Goddank. Er ging een bel over aan de andere kant. Hoe zou het met Mehmet zijn? Was die weer tot bewustzijn gekomen? En dan? Weg gereden met zijn taxi? Hij keek op het telefoonklokje: al bijna vier uur. Over een paar uur zou het donker worden. Hoe zouden ze hem kunnen vinden? Met de telefoon natuurlijk. Ze konden hem bellen en dan misschien de ringel horen. Onzin, lulkoek. De politie moest eerst Mehmet vinden. Ergens op de weg, langs de weg. Of dood achter in de wagen. O kut! Weer paniek. Hij moest zichzelf dwingen om gewoon te blijven ademen. Langzaam in en uit. Dat had hij ook mooi van Theo geleerd. Zou hij eerst Theo bellen? Ping! Het antwoordapparaat van Bill, Godsamme: “De persoon die u belt, is nu niet te bereiken! U kunt geen boodschap achterlaten.” Nog eens het adresboek dan, onder de T: Theo!

Het ergste was dat hij al op de heenweg iets had voelen aankomen bij dat incident in het café. Hij wist gewoon dat er wat akeligs te gebeuren stond en hij had niet naar zijn intuïtie geluisterd. Al blij dat het daar en toen niet geklapt was. Zijn vakantiezeepbel. Zacht begon hij te bidden. ‘Als ik niet om hulp vraag, krijg ik ook zeker niks,’ dacht hij. ‘O Engelen, o Heer van dit universum, maak dat ik heel thuis kom in Den Haag. Amen. Amen. Amen.’ In boeken waren er dan oplossingen, op tv ook. ‘O Theo, neem op, neem op.’ Hoe had het zo ver kunnen komen? En waar moest het naar toe?

(1)

LEUK HONDJE

Zeven weken daarvoor verliep het leven van Gerard en zijn vriendin Angela nog erg voorspelbaar. Angela was in de zevende hemel, nadat Gerard en zij alle asielen in Europa op internet afgezocht hadden om uiteindelijk in Barcelona Raco te vinden. Toen wist ze het al: dat wordt ònze Rakker! Een reutje van onbekend ras, een half jaar oud, een puppy nog. Hangoortjes, dik staartje, dus vreselijk aaibaar. De asielorganisatie stuurde het diertje naar Schiphol en de gelukkige ouders waren dagen euforisch. Eén van de overbuurvrouwen aan de achterkant had al jaren een hond en adviseerde ongevraagd: “Naar een gedragstraining met die Rakker, hoor! Je weet niet waar hij vandaan komt!”
Angela keek gepijnigd.
“Ik wil dat Rakker zichzelf blijft. Niks aangeleerd gedrag bij hem aankweken. Hij moet zich veilig voelen bij ons!”

De overbuurvrouw zag het al aankomen. Toen Rakker zich na een paar maanden stress eenmaal veilig voelde, werd het appartement van Gerard en Angela ook helemaal ZIJN huis. Als het paar weg ging, “Eventjes, hoor, Rakkertje!” dan deed het beestje zelf de gordijnen dicht. Voor en achter. Tenminste, hij ging voor de ramen staan blaffen en springen en dan kwamen vaak de gordijnen mee. Angela werd bij het uitlaten de hele wijk door gesleurd en moest onprettig vaak haar verontschuldigingen aanbieden voor het feit dat Rakker dol bleek op kleinere, ruwharige hondjes. Daar waren er veel van in Nootdorp en Rakker lustte ze rauw. ‘Waarschijnlijk werkte hij zo een jeugdtrauma uit,’ dacht Angela, fantaserend dat hijzelf als pup akelig gebeten was door zulke medeplantsoengebruikers in Barcelona.
De overbuurvrouw hoorde altijd meteen aan de herrie dat Rakker eventjes alleen gelaten werd en ze adviseerde een bench, een kleine metalen kooi met een deken er over heen om hem door opsluiting te kalmeren. Angela vond het hele idee onverkwikkelijk: “Zeg hallo Wies! Moet jij je niet eens zelf laten opnemen in de gevangenis, achterlijk mens?”

Op zaterdagochtend gingen Angela en Gerard altijd naar de Aldi in Pijnacker. Rakker mocht nooit meer mee, want dan stond hij zo hysterisch buiten te blaffen dat ongeruste omstanders het beest al twee keer naar het politiebureau gebracht hadden. Ja, Rakker had absoluut een verlatingstrauma overgehouden aan zijn Spaanse jeugd. De overbuurvrouw kon op haar balkon goed in Angela’s woonkamer kijken. Het stel bewoonde een chique, extra ruime parterreflat met een fraai aangelegde tuin. Rakker liep razend te blaffen. Die mevrouw op de derde etage die vaak nachtdiensten had, zou wel niet zo goed kunnen uitslapen, dacht de overbuurvrouw. Ineens vloog er iets door Angela’s kamer. De overbuurvrouw keek nog eens goed en riep haar vriend erbij: “Kijk, Pauli! Rakkertje verbouwt de bank!”
Leren lappen, stukken hout en slierten kunststof vlogen overal door de kamer.

“Wat een leuk hondje,” zei de vriend van de overbuurvrouw de volgende dag toen hij Angela toevallig bij de waterpartij tegenkwam. Angela gaf een ruk aan de lijn, maar Rakkertje wilde niet stoppen: er was een wit poedeltje in zicht op de houten brug.
“Ja,” gromde zijn vrouwtje nog in het voorbij vliegen. “Leuk.”
“Helemaal zichzelf!” glimlachte de vriend van de overbuurvrouw nog.

(…) Wordt vervolgd

    Print       Email

You might also like...

HET VAKANTIEGEVOEL

Read More →