Loading...
You are here:  Home  >  New Age journalistiek  >  Paranormaliteit en orakelen  >  Current Article

I Tjing voor beginners, wat te denken van veel bewegende lijnen?

By   /   februari 1, 2013  /   No Comments

Bagua

 

Op zoek naar het ideale I Tjing handboek wil de beginner vooral begrijpen wat men aan moet met meerdere bewegende lijnen. Dit orakelboek leert ons begrip voor verhoudingen en een overgave aan de natuurlijke loop der dingen, aan de Tao, zou je kunnen zeggen.

De orakelende, voorspellende kwaliteiten van de I Tjing, het antieke Chinese Boek der Veranderingen, worden al minstens 2500 jaar, en tot voor de communistische Revolutie van 1949 ook nog in China zelf, alom  gerespec­teerd. De opbouw van dit beroemd geworden filosofisch-religieuze wijsheidsboek weerspiegelt de organisatie van een keizerlijke maatschappij en het strakke gevoel voor verhoudingen in het (polygame) gezin in het oude China. Ieder gezinslid diende zich te houden aan een strakke traditionele en behoorlijk hiërarchische structuur en bijpassende moraal. Elke handeling diende ‘juist’ te passen in een gemeen­schappelijke geestesgesteldheid. Steeds overstijgt het belang van het Grote, het collectieve, dat van het Kleine, het individuele, het persoonlijke.

Daar moeten de meeste Westerlingen een beetje aan wennen. Ten eerste kende de Chinese traditie vroeger geen absolute religieuze theorieën en vaste definities over leven en dood. Het leven liet aan de wijze een permanent proces van veranderingen zien, waarin mee bewegen een geëerde kunst was. Daarin ontbrak het minstens bij Wester­lingen zo beruchte gevoel dat er maar één gelijk kan hebben. De vroege Chinese bestuurders voelden zich verwant met het Confucianisme, de ambachtslieden hingen het Taoïsme aan en de boeren het Boeddhisme. Dat verschil heeft nooit in China tot enige vorm van godsdien­stoorlog geleid.

KIJKWIJZE VAN EEN ‘EDELE’ 

Dat prettige gebrek aan hinderlijk rationa­lisme maakt dat de I Tjing diepe gevoelens en subtiele waarnemingen kan prikkelen bij de alerte gebruiker. Volgens net onderzochte wetten van resonantie zouden er cyclische herhalingen kunnen bestaan, die ondanks hun irrationa­liteit toch ordelijke relaties en patronen tussen mensen en materie vast­leggen. Zijn die ‘toevalligheden’ nu in een orakelsysteem te definiëren? De Chinese cultuur heeft er een respectabele poging toe gedaan. De 64 tekens (hexagrammen) uit de I Tjing geven allemaal archetypische sociologische of strategische situaties aan, geënt op de kijkwijze van een ‘edele’, een wijs heerser die de kosmische wetten in acht neemt en verlicht opereert in een soort holistisch ‘mor­fisch veld’. Daarin grijpt regelmatig een ongestuurde kracht in, een Toeval, dat onze logisch maar beperkt waargenomen werkelijk­heid op zijn kop kan zetten

Hoe gaat dat praktisch gezien? Wie het orakel raadpleegt, gooit zesmaal met drie gelijke muntstukken. De kop representeert een waarde 2, de munt telt voor drie. Zo zijn er vier verschillende lijnen mogelijk: 2+2+2=6 (een bewegende, open, vrouwelijke lijn), 2+2+3=7 (een niet bewegende, dichte mannelijke lijn), 2+3+3=8 (een niet bewegende, open, vrouwelijke lijn) en een 3+3+3=9 (een bewegende, dichte mannelijke lijn). De eerst gegooide worp wordt van onderaf genoteerd, de laatste, de zesde worp, komt bovenaan. Zo tekent men dus één van de 64 hexagrammen. Dan presenteren zich twee situaties: of men krijgt te maken met een statisch programma of er manifesteren zich in het orakel bewegende lijnen die verandering aangeven.

HANDBOEKEN

Er bestaaninmiddels  veel I Tjing handboeken naast de  vertrouwde interpre­tatie van Richard Wilhelm: het dikke boek met de zwarte kaft uit 1953. Zijn archaïsche vertaling is beeldend en inspirerend maar ook nogal zware kost voor wie niet met Chinese cultuur verwant is. Voor de moderne, verwende lezer was die antieke I Tjing natuurlijk wat ontmoedigend. Daarom heeft een aantal ook Nederlandse schrijvers (ik zal ze maar niet noemen)een poging gedaan om het “Boek der veranderingen” te populariseren tot een licht verteerbare uitgave. Mij joeg de I Tjing als pulpcadeauboekje, c.q. voorspellingengidsje echter de stuipen op het lijf. Bepaalde beginners zullen de ‘wollige’ werkboekoefeningen (veel opschrijven in je dagboek!) uit sommige van die pulpboekjes misschien tijdelijk appreciëren, maar de gevorder­den gaan gelukkiger worden van de recht-toe-recht-aan versie van Drs. Karen Hamaker: De Management I Tjing uit 1998. Hoewel het orakelboek op zich vooral als instrument voor psychologisch, individueel zelfonderzoek zijn waarde heeft bewezen, presenteert haar boek een opmerkelijk goed herkenbaar handvat voor mensen uit het zakenleven. De 6e lijn van de wijze valt natuurlijk best te lezen als de Raad van Commissarissen, de 5e van de keizer wordt nu de president, premier, hoogste leiding of directeur. Lijn 4 (de minister) wordt dan adviseur of onderdirecteur, lijn 3, de traditionele landheer of edelman, beschrijft dan het middenkader, afdelingschefs of een lagere bestuurslaag. Lijn 2, de vroegere ambtenaren, duidt de rest van de witte boorden club aan en lijn 1, ooit de Chinese burger of boer, benoemt alle handarbeiders en het lagere personeel. De ‘krachtige, sterke leider’ kan duiden op de baas, waarom niet?

Wie even voorbij gaat aan de commerciële gedachte achter deze uitgave, moet erkennen dat de symbolische beelden journalistiek perfect zijn uitgewerkt naar moderne verhoudingen. Gek genoeg kijk je na een tijdje gebruik weer moeiteloos door die verwijzingen naar het bedrijfsleven heen en brengt Hamaker’s psychologische duiding steeds meer persoonlijke, individuele diepte. Jammer dat er geen goede gebruiksaanwijzing is voor het fenomeen van meer bewegende lijnen. Ik leg dat daarom zelf nog maar even overzichtelijk uit.

MEER BEWEGENDE LIJNEN

Ik baseer me op eigen ervaring en ook op het in 2006 uitgegeven I Tjing werkboek van de Amerikaanse Feng Shui-meester Roger Green. Hij gaf voor het eerst een heldere interpretatie van meer tegelijkertijd bewegende lijnen. Het is overzichtelijk als je maar één bewegende lijn hoeft te analyseren, of desnoods twee (verleden en toekomst bijvoorbeeld) maar vijf of zes wordt heel lastig.

Eén bewegende lijn maakt het commentaar van de I Tjing duidelijk: dit is de actie in deze situatie en als je naar deze wijze raad luistert, zul je in het resulterende hexagram (waarin de bewegende lijn in zijn tegendeel veranderd is) je ‘toekomst’ kunnen zien. Als de hoogste, de zesde lijn, beweegt, is dat of een teken van spirituele begeleiding of een aanwijzing dat iets in de situatie buiten de normale lijn der verwachtingen ligt.

Twee bewegende lijnen kunnen geïnterpreteerd worden als de bewuste laag (de onderste) en een nog verborgen, meer onbewuste laag. Sommige duiders letten meer op de aarde van de beweging. Als beide lijnen van hetzelfde type zijn (of dicht, yang, of open, yin), moet je alleen naar de aanwijzing van de onderste lijn kijken bij twee negens en alleen naar de bovenste bij twee zessen.

Drie bewegende lijnen kun je het best vanuit het Taoïstische principe duiden dat het midden (of de meest neutrale stand) het krachtigste is. Kijk dus alleen naar de middelste bewegende lijn.

Vier bewegende lijnen brengen je aandacht juist naar de twee overgebleven, niet-bewegende lijnen, waarbij de bovenste alle aandacht verdient. Die biedt namelijk de noodzakelijke helicopterview.

Vijf bewegende lijnen wijzen op een complexe, mogelijk dramatische situatie. Helderheid kan alleen nog die ene niet bewegende lijn brengen.

Zes bewegende lijnen maken de chaos nog groter. De situatie zal zo snel veranderen dat men kan volstaat met het raadplegen van het veranderde hexagram, als het eindoordeel.

 

PdH

    Print       Email

Laat een boodschap achter

You might also like...

Echte en schijnheiligheid

Read More →