Loading...
You are here:  Home  >  HSP  >  Current Article

Communiceren met spoken

By   /   januari 27, 2013  /   No Comments

 

Exif_JPEG_422

Bestaat er een gebruiksaanwijzing voor het omgaan met spoken, met geesten, met overledenen? Wat werkt en wat niet.

Krakende traptreden, maar er is niemand in huis behalve jij. Ineens strijkt er een windvlaag langs je gezicht, maar er staat nergens een deur of een raam open. Je staat bij je aanrecht en je voelt iemand achter je, maar in de spiegel zie je alleen je eigen gezicht. Je kunt vluchten, bevriezen of sterven van angst. Is er een alternatief?

In een Amerikaanse film uit 1999 met Bruce Willis, The sixth sense wordt een cynische, ongelovige kinderpsychiater geconfronteerd met een paranormaal jongetje, dat zijn geheim als een loden last mee torst. Geen ander mens ‘ziet’ immers wat hij ziet: de levende doden om ons heen. Omdat het knaapje voor die geesten van overledenen de brug is naar hun vroegere werkelijkheid, proberen ze hem voor hun karretje te spannen. Hij moet iets voor hen doen of een boodschap overbrengen. Helaas, als je negen jaar bent, ervaar je al die wezens vooral als doodeng en schrikaanja­gend. Voordat hij begrijpt, dat hij troost kan brengen en echte hulp kan verlenen, is de film al bijna afgelopen. De kern van zo’n film zal ook veel volwassenen raken. Vooral overge­voelige mensen ervaren immers ‘aanwezigheden’ uit andere dimensies. Schrikken is een volkomen normale reactie maar je komt er niet verder mee. Maar wat is dan de volgende stap?

Jij of je kind voelt iets in huis. Misschien blijft je zoon of dochtertje alsmaar en onverklaarbaar bang voor die ‘krokodil’ onder het bed of voor die donkere gangkast. Als jij de zaak serieus neemt, als jij ‘gelooft’ in het spook, dan is de eerste stap naar bevrijding gezet.

HEMEL OF HEL

Ga er vanuit dat iemand die overlijdt, niet meteen en automatisch naar een zogenaamde hemel of hel wordt afgevoerd. Laten we eens aannemen dat iemands geest in een soort shock nog een tijdje blijft rondhangen. Om afscheid te nemen van het dode lichaam, om afscheid te nemen van de nabestaanden en om te verwerken dat dit stuk van je bewustzijnsreis nu echt voorbij is. Er wordt in sommige occulte scholen gesproken over een ‘levenspanorama’ dat de stervende te zien krijgt. Stel je een soort film voor met aanwijzingen over je successen en je falen, waaruit je bepaalde levenslessen zou kunnen leren. Voor iemand die enigszins voorbereid is (of wordt) op de dood, zal dat inderdaad wel zo ongeveer werken. Maar als je plotseling door een vreselijk ongeluk of onvoorzien geweld omkomt? Of als je korter of langer in een diepe coma hebt gelegen? Of als je nog vol trauma’s, drift en wraakgevoelens zit? Dan is het toch te begrijpen dat die bewustzijns­rest (noem het de ziel, de geest of het spook) het flink moei­lijk heeft. Misschien blijft zo’n geest gekweld rondhan­gen en experimen­teren met de beperkte energetische mogelijkheden, die hij nog merkt te hebben. En dus kraken je traptreden, is er wind waar geen tocht is, ruik je parfum of rotting of vliegen er steeds steentjes tegen je ruiten.

NIERZIEKTE

Ik praat niet vanuit een theorie maar vanuit persoonlijke ondervinding. In 1988 overleed mijn Tante Tiny aan een pijnlijke en slopende nierziekte. Omdat zulke patiënten een bijna onverdraaglijke lucht van bederf met zich meedragen, doet het ziekenhuis een stankonderdrukkend middel in het eten van de patiënt. Dan nog moet de familie erg wennen aan die zeer speciale geur. Ik zat naast het ziekenhuisbed van mijn stervende tante in Ede en hielp haar om de nadere dood te accepteren. Ik zei haar te durven geloven in de hulp van de andere kant. Ik wees er op dat mijn moeder (haar zus) ook al daar was evenals mijn oma (haar moeder). “Mis­schien kunnen zij je de weg wijzen, Tiny!” drong ik in groot vertrouwen bij haar aan. Ze rochelde nog een laatste keer en eindelijk ademde ze niet meer in. Haar gezicht ontspande. Ineens leek ze weer op het mooie meisje dat ze geweest was toen ze zestien jaar was. Het ontroerde mij enorm. Opgelucht ging ik naar huis in Den Haag. Twee dagen later stond ik in mijn keuken af te wassen en plotseling rook ik die heel speciale nierziekte-lucht weer. Minutenlang. Ik hoefde niet te twijfelen: mijn tante kwam me een bewijs leveren van een bewustzijnsbe­staan aan de andere kant! Ze wist dat ik juist die lucht zou herkennen als van haar. Ik bedankte haar en wenste haar sterkte en een goede reis. Een groot gevoel van vrede overviel me.

Een half jaar na de crematie sprak ik over mijn ervaring met mijn jongere zus, die op het moment van Tiny’s overlijden ook in het ziekenhuis aanwezig was geweest. Ze keek me totaal verrast aan. “Bij mij is ze dan toen ook op bezoek geweest,” stamelde ze. “In de gang. Diezelfde geur!” Die gezamenlijke ervaring heeft ons gesteund in ons geloof in het Meer tussen Hemel en Aarde dan je ‘gewoon’ kan waarnemen. En in het bijzonder durfde ik echt te gaan geloven in een mogelijkheid van bewust contact maken met overledenen.

Sinds die tijd heb ik allerlei alternatieve oplei­dingen gedaan. Ik heb mijn gevoeligheid leren kanaliseren. Ik ben aura’s gaan lezen en heb diverse zogenaamd spookhuizen schoongemaakt. Ik had jarenlang in Den Haag een praktijk als hypno­therapeut. Regelmatig voelde ik dat een cliënt ‘iets of iemand’ meegenomen had. Mensen die vernoemd zijn naar een overledene, hebben dat vaak. Soms voelde ik de astrale aanwezigheid van ongeruste ouders of grootouders, van een storen­de plaaggeest of van een gids die zelf ook even de weg kwijt is. Wijzer geworden door dit soort belevenis­sen heb ik een lijstje opgesteld. Misschien heb jij iets aan deze handlei­ding.

HANDLEIDING VOOR HET COMMUNICEREN MET SPOKEN

Neem je intuïtieve waarneming serieus en ga er mee aan het werk. Laat iedereen jou maar rustig voor gek verklaren als je vertelt hoe je in die lege kamer hebt staan praten tegen de lucht. Niet meer schrikken, niet bevriezen, niet weg vluch­ten. Durf te communiceren. Doe dat ook hardop: “Hallo, ik weet dat je er bent!”

1. Maak de spokende geest zijn of haar situatie duidelijk. Vraag allereerst hardop of de geest weet dat hij dood is. Dat kan hij zelf vaststellen door te proberen om met de rechterhand van zijn ‘geestlichaam’ zijn linkerpols te omvatten. Dat lukt dus niet. De geest voelt namelijk geen fysieke weerstand meer. Zo begrijpt hij dat zijn geestlichaam een illusie is, die door zijn eigen verbeeldingskracht wordt gevoed. Sommige geesten kunnen ongelukkiger­wijs niet horen wat jij zegt, maar ze kunnen wel ‘zien’. Daarom moet je dit verhaal soms opschrijven. Voor bepaalde geesten ben jij echter pas overtui­gend als je er een krant met een duidelij­ke datum bij haalt. “Kijk, beste geest, hier staat het: 2000!” Weer andere geesten hebben eerder een energetisch bericht nodig. Dan kun je hen de datum of een boodschap laten voelen door de cijfers of woorden met grote gebaren op een muur of tafelblad te schrijven. De eerste stap is dus: het spook er van bewust maken dat hij of zij overleden is.

2. Vraag de geest of hij weet waar hij is. Als je zelf paranormaal bent, kun je mogelijkerwijs een antwoord als een stem in je hoofd horen of ineens iets ‘weten’. Voorlopig doet dat deel van je communicatie er niets toe. Het gaat er om dat het spook jou verstaat en zich wil laten helpen. Zeg hardop (of schrijf. Of toon gewoon dit artikel): “Misschien ben je wel bang voor andere doden? Misschien ben je bang voor nog ergere situaties dan deze. Je probeert misschien een veilige plek te vinden in de andere werkelijkheid. Misschien houd je je schuil in een kast of onder een bed, in een kamer of in een muur. Of je blijft leven in een herinne­ring of situatie die zichzelf steeds voor jou herhaalt.” Begrijpt je spook dat hij dus feitelijk opgesloten zit in een tijdlus of in een bepaald gebouw of op een voor hem belangrijke plek? Mooi. Als het spook beseft dat hij in zijn eentje niet verder kan of durft, zijn we al enorm opgeschoten.

3. Ga verder met je positieve inleving. Bijvoorbeeld zo: “Het kan zijn dat je door vroegere slechte daden bang bent om naar de hel te moeten. Reali­seer je dan, dat waar je nu zit al de hel voor je is. Wil je eeuwig in deze tussen­wereld leven? Nee toch? Geloof in vergeving en in groei. Boete doen hoeft niet eeuwig te zijn; dat zou onmenselijk zijn. Niets is eeuwig. Alles is in beweging. Er is echt voor jou een weg hieruit.” Vraag dan:“Mag ik proberen om je verder te helpen?”

4. Vraag de geest dan waarom hij nog in die tussenwereld leeft. Spreek weer deze tekst uit (of kies je eigen woorden): “Het kan zijn dat je hier iets wil leren. Dat je op een bepaald terrein van iemand hier de kunst af wil kijken. Wil je dan ook ons recht op rust respecteren, net zo als ik jou nu hier en nu respecteer? Het kan ook zijn, dat je hier bent om mij of één van mijn huisgenoten lastig te vallen of te kwellen. Misschien ben je boos over iets dat in het verle­den gebeurd is. Maar bij deze stel ik je een experiment voor. Denk aan iemand van wie je veel hebt gehouden en die op dit moment nog in leven is. Ga daar eens een paar weken op bezoek. Geef die persoon je liefde en aandacht. Kijk wat je daar nog voor nuttigs en liefdevols kan doen. Vraag je dan af of je echt nog hier terug wilt komen voor het uitwerken van je boosheid.” Geesten die niet heel erg gestoord zijn, kiezen bijna altijd voor werken in een positief klimaat in plaats van treiteren en sarren.

5. Vraag de geest ook: “Waar zit je aan vast? Aan een emotie, aan wraak, aan angst? Of aan een persoon? Aan deze plek? Is hier iets gebeurd dat je vast houdt? Weet je dat er verleden, heden èn toekomst is? Ook voor jou? Dat je het verleden en de bijbehorende pijnen los kunt laten?” Vraag de geest dan of hij eventueel magisch gebonden is aan iemand. Waarom?

Er werken in ons land een aantal, vaak Afrikaanse tovenaars. Ze hebben namen als Professor Moussa, Marabout El M’oka of Meester Baribsa. Je krijgt hun kaartje in de brievenbus met het adres van een spookachtig achterafka­mertje. De meesten zijn pure oplichters maar sommige werken inderdaad met medeplichtigen uit de schaduwwereld: betoverde overlede­nen. Hun smerige spel lijkt veel op de Voodoo-technieken uit het Caraibische gebied. Kwaadaardige tovenaars dwingen dan met spreuken, geweld of vergif de ziel van een kwetsbaar, angstig iemand uit zijn lichaam. Wat over­blijft, is een soort zombie die door de tovenaar als een slaaf in dienst gehou­den wordt. Ook de angstige, gevluchte ziel wordt in een soort fles gevangen gehouden, net als de geest in de lamp van Alladdin. Zo’n zielslaaf kan in opdracht mensen schrik aan gaan jagen, waardoor ze bijvoorbeeld terug keren naar de ex-geliefde, die zo’n tovenaar in dienst genomen had.

Vermoed jij de tussenkomst van zo iemand (bijvoorbeeld omdat je te maken hebt met mensen uit andere culturen), breng dan het volgende ter sprake: “Houdt een krachtig persoon of een magiër je gevangen waar je nu bent? Gebruikt iemand jou om andere mensen te beïnvloeden? Voel je dat je eigenlijk liever vrij wil zijn? Roep dan hulp in van een veel hogere kracht. Vraag bijvoorbeeld of Jezus, Boeddha of Krishna je wil bevrijden. Vraag of Oermoeder Aarde je helpt of de Goddelijke Vader van het Heelal. Besef dat de duivel uiteindelijk een dienaar en de mindere van God is, hoeveel angst zijn slechtheid je ook aanjaagt.”

6. Dan kun je nu gaan proberen om je geest of spook een transformatieweg te presenteren. Bied de volgende innerlijke beelden aan: “Stel je eens voor dat je hulp vraagt aan iemand van wie je heel erg gehouden hebt en die ook overleden is. Denk aan iemand die de weg al weet aan Gene Zijde. Die jou een uitweg wil wijzen. Je eigen creativiteit kan een weg uit het donker naar het licht scheppen. Denken aan een geliefde roept hem of haar ook op. Vraag of die liefde jou een bevrij­dingsweg toont.”

7. Het kan nodig zijn dat je een ziel herinnert aan vroegere incarnaties: “Weet je nog dat je eerder geleefd hebt? Dat je toen ook gestorven bent en weer opnieuw ingedaald in een mensenbaby? En dat je daaruit hoop kunt putten? Omdat je, als je dapper bent, opnieuw die weg kunt proberen? Om opnieuw zo op aarde te komen. Kom een tijd op adem in de lichtwereld en probeer het dan opnieuw. De vreselijke ervaringen, die je in je vorige leven hebt beleefd, zullen je dan wijzer en toleranter gemaakt hebben. Niets is ooit voor niets geweest. Niemand heeft ooit voor niets geleefd! Alles heeft betekenis voor het Goddelijke Geheel!”

DEMONEN ZIJN GEKWELDE MENSEN

Achter ieder dodenmasker zit een echt gezicht, een goddelijke ziel. Onder de huid van elke demon zit een ongelukkig, radeloos kind. Veel mensen raken door geweld en allerlei narigheid bij hun leven al alle vertrouwen kwijt. Zo’n depres­sie is heus niet meteen voorbij na hun overlijden. Zo goed als er onder de levenden totale gekken zijn, zo goed tref je die ook aan in de tussenwe­reld, in het schaduwland. Ze zijn te helpen.

Ze zoeken op hun eigen, vreemde manier ook soms zelf contact. Denk maar eens aan al die eigenlijk bange scholieren die zichzelf veel spookachtige narigheid bezorgen door oninge­wijd te spelen met een Ouija-bord of glaasje draaien. Hulp aan astrale we­zens, aan geesten en spoken kun je alleen verlenen, als jij jezelf en je eigen angsten goed kent. Ken daarom ook je beperkin­gen. Als deze gebruiksaanwijzing onverhoopt niet lukt, als iets je boven het hoofd groeit, roep dan zelf ook hulp in. Die is er als je hem nodig hebt.

PdH

    Print       Email

Laat een boodschap achter

You might also like...

Echte en schijnheiligheid

Read More →