Loading...
You are here:  Home  >  New Age journalistiek  >  Gastcolumns  >  Current Article

Onbegrepen duisternis (Matthijs Kamphoff)

By   /   februari 1, 2017  /   Reacties uitgeschakeld voor Onbegrepen duisternis (Matthijs Kamphoff)


Zwarte, negatieve energieën even naar Het Licht sturen? Een valkuil voor lichtwerkers, want er is veel inzicht nodig omtrent de dynamiek van de Schaduw.

De zaal is nog maar halfvol en ik kijk een beetje rond. Alles is klaar voor de lezing: scherm, beamer, laptop – de techniek is aangesloten en getest en mijn map met aantekeningen ligt klaar. Bij de bar staan nog wat mensen, in de weer met koffie en thee, en een van hen trekt volop aandacht door haar gebaren en stemvolume.
‘Maar ik zag natuurlijk meteen wat er aan de hand was’, zegt zij trots tegen een vriendin die haar bewonderend aanhoort. ‘Ik keek eens goed naar de aura van die man en daar zag ik allemaal donkere vlekken in. Duistere entiteiten, zeg maar. Nou, daar heb ik me dus op geconcentreerd, met héél veel liefdesenergie, en ik heb ze allemaal naar het Licht gestuurd’.
Met dezelfde trots verklaart zij dan dat die man zich meteen weer kiplekker voelde – en aansluitend dankt zij, in gepaste bescheidenheid, de Engelen voor deze wonderbaarlijke genezing van haar doelwit.

Dat belooft wat, denk ik bij mijzelf, zo’n luid-verkondigde voorzet voor een lezing over ‘Duisternis en Licht’. Zelf ben ik allergisch voor dit soort spirituele lariekoek, maar hoe vaak worden dergelijke getuigenissen niet in kritiekloze bewondering geabsorbeerd? Natuurlijk klopt het dat onze wereld vol duistere krachten is, maar die krijg je echt niet zomaar ‘naar het Licht’ – ze laten zich nog liever naar Siberië sturen of naar welke andere helse plek dan ook. Hoofdschuddend wend ik mij af, om nog maar eens mijn aantekeningen door te kijken. Er valt over deze zaken nog heel wat uit te leggen en het wordt tijd om mijn lezing te beginnen.

Na de pauze blijken de genoemde dame en haar bewonderaarster stilletjes te zijn vertrokken – waarschijnlijk is mijn verhaal, over de oorsprong van de Duisternis en de pijnlijke ontmoetingen van Duisternis en Licht, hen wat zwaar op de maag gevallen. Ach ja, het is ook niet bepaald een zoetsappig sprookje en het is ongeschikt voor diegenen die wel ‘the Beauty’ maar niet ‘the Beast’ willen ontmoeten.

Hoe komt een mens er eigenlijk toe om dat laatste wel te willen? Om te willen begrijpen wat een monster ís, waar het vandaan komt en waar het naar toe gaat? Om te willen doorvoelen welke offers worden gebracht op onze wegen tussen Duisternis en Licht? Om het ‘Mysterie van het Zwarte Licht’ te willen doorgronden? Voor mijzelf begon het zo’n achttien jaar geleden, bijna vijf jaar vóór de monsterlijke aanslagen op de Twin Towers.

Duisternis: een ‘bijproduct’ van Licht?

Een cliënt van mij zag in hypnotherapie onbevattelijke beelden, waarvan we pas ná 11 september 2001 konden begrijpen wat hij had gezien en waarom. Maar hij zag nog meer en hij groef diep, tot in de fundamenten van zijn gewonde ziel. Daar ontdekte hij, in de oudste tijden van zijn zielsgeschiedenis, de intense lichtkrachten van zijn geest. Krachten die hij ook nog bij zich droeg in een latere incarnatie, als een Griekse filosoof die zich voor ‘puurheid’ en ‘reinheid’ beijverde. Maar hij ontdekte ook dat juist die Griekse filosoof, door het onderdrukken van allerlei duistere emoties en intenties, in zijn ziel een intense ‘schaduw’ had gevoed. Een schaduw die er later uit zou komen in gewelddadige levens van grootschalige verwoesting. Voor hemzelf waren deze ontdekkingen zijn eerste stappen op een lange, moeizame weg naar heelwording; voor mij, als begeleider, lag hier het begin van inzicht in de dynamiek van de Schaduw. Voor het eerst drong tot mij door dat duistere, kwaadaardige krachten in een mensenziel zich niet straffeloos laten onderdrukken, omdat zij zich uiteindelijk met toegenomen kracht en heftigheid zullen ontladen – ook al gebeurt dat soms pas eeuwen later.

Dit inzicht sloot voor mij aan bij iets dat ik toen al sinds jaren voelde: weerzin tegen de neiging van vele ‘spirituele broeders en zusters’ om het Licht te verheerlijken en alles wat ‘duister’ is te veroordelen en te ontwijken, of het gewoon ‘weg te sturen’ – hetzij terug naar zijn eigen donkere hol, hetzij naar het Licht, als het maar wég is. Ik had altijd al het gevoel dat hier iets niet klopte, maar wát precies … daar had ik nog nooit de vinger op kunnen leggen.
Met het nieuwe inzicht dat mij nu via die cliënt bereikte, begon mij te dagen dat elke vorm van afstand nemen van het ‘duistere’ geen heilige maar juist een heilloze weg is. In dit voorbeeld werd mij duidelijk hoe in sommige levens een intense geestelijke reinheid was verworven ten koste van schrikwekkend duistere daden in andere levens. Maar al gauw ontdekte ik ook dat dit bizarre contrast niet alleen kon bestaan binnen één mensenziel en door de tijd heen, maar ook tussen mensen of groepen mensen binnen eenzelfde tijdsbestek.

Antroposofisch ziener Rudolf Steiner

Het waren Rudolf Steiners geschriften die mij indringend lieten zien hoe in onze wereld zuivering en verlichting aan één kant slechts kan ontstaan door vertroebeling en verduistering aan de andere kant: als uit troebel water het vuil bezinkt, wordt het water helder, maar er blijft ‘drab’ achter op de bodem. In een vergelijkbaar beeld toonde Steiner mij ook, in zijn indrukwekkende ‘Vijfde Evangelie’ hoe destijds de geestelijk pure gemeenschap van de Essenen duistere krachten wist af te wenden, maar dat die krachten dan hun koers verlegden naar de weerloze gemeenschappen van gewone mensen daaromheen1. Ook daar werd schrijnend duidelijk hoe zuiverheid kan ontstaan ten koste van dat wat vooralsnog achterblijft – in feite dus door een offer van degenen die de rol van ‘onzuiverheid’ of ‘duisternis’ op zich nemen.
Vanuit een andere invalshoek vond ik hetzelfde thema terug in de gnostische Nag Hammadi-geschriften. Daarin vertelt een oude scheppingsmythe over het hemelse wezen Sophia, dat op eigen houtje iets moois probeert te scheppen, maar door de een­zijdigheid van haar scheppingsdaad onbedoeld buiten de hemel een afschrikwekkende duistere kracht creëert2. Hoewel in deze mythe nog de hoopgevende suggestie doorschemert dat met wat meer bedachtzaamheid en wijsheid dit ongelukje had kunnen worden voorkomen, blijft ook hier de waarschuwing voelbaar: het scheppen van schoonheid en zuiverheid is een hachelijke zaak voor wezens die geen zicht en vat hebben op de evenwichtsbewegingen die mét het beoogde schoons ook de duistere tegenpool daarvan creëren.

Onder de indruk van deze eerste inzichten over Duisternis en Licht, begon ik mij van toen af aan steeds meer in deze zaken te verdiepen – zowel via boeken als door onderzoek van de gegevens die ik als reïncarnatietherapeut kon verzamelen.

Duisternis als referentiepunt voor Licht?

Die studies lieten mij niet onberoerd: er bleek heel veel te ontdekken, maar de impact van die ontdekkingen was voor mij gigantisch. Vanuit twee totaal verschillende hoeken bereikte mij het schokkende inzicht dat de Duisternis of het Kwaad in onze wereld méér is dan een betreurenswaardig ‘bijeffect’ van de Schepping, of – erger nog, zoals door sommigen verondersteld – de uitkomst van een ‘mislukt plan van de Schepper’. Ik werd indringend geconfronteerd met het beeld dat het ontstaan van de Duisternis in de Schepping was voorzien en ingebouwd ten bate van de ontwikkeling van het geheel.
Het was eerst en vooral in Steiners werken dat ik deze gedachte vond uitgediept, vanuit diens helderziende waarnemingen over het ontstaan van ons Zonnestelsel en de hiërarchische ontwikkeling van bewuste wezens tot aan de mens. Geïntrigeerd door zijn gedachtegoed begon ik langzaamaan te bevatten hoe al die kosmische puzzelstukjes in elkaar passen: het schenken van de ‘vrije wil’, het opzettelijk creëren van tegenwerkende krachten door die vrije wil in enkele hogere wezens wat extra te benadrukken – de kiem voor wat later zou uitgroeien tot het Kwaad. Daaruit voortvloeiend: de ‘val van de Engelen’ en van andere bewuste wezens, ook hoger in de hiërarchie. Het pijnlijke dilemma in deze ontwikkeling is enerzijds de invoelbare noodzaak van individuele wilsontwikkeling, als groei-impuls voor differentiatie en verdieping van grotere verbanden van bewuste wezens – maar anderzijds de tragiek van de onvermijdelijke consequentie: het ontstaan van het Kwaad. En, last but not least, de onmisbaarheid van het gecreëerde contrast tussen Licht en Duisternis, omdat een bewuste ontwikkeling van Licht aan de ene kant niet kan bestaan zonder obstakels – tegengestelde krachten die Niet-Licht zijn – aan de andere kant3.

Neale Donald Walsch

Bij het lezen en bestuderen van dit alles stuitte ik, zo’n beetje in dezelfde jaren, ook op de opmerkelijke inspiraties die Neale Donald Walsch optekende in zijn ‘Ongewoon gesprek met God’ en de daarop volgende boeken van die reeks. Tot mijn verrassing vond ik hier een belangrijk deel van Steiners inspiraties in een nieuwe vorm terug, zoals bijvoorbeeld in het volgende stukje van Neale’s dialogen:

‘God wist dat liefde alleen kan bestaan – en zichzelf als zuivere liefde kan kennen – als exact het tegenovergestelde ervan bestaat. Daarom schiep God uit eigen wil de grote polariteit, het absolute tegengestelde van liefde, alles wat niet liefde is en wat nu angst wordt genoemd. Vanaf het moment dat angst bestond, kon liefde bestaan als een ding dat kan worden ervaren. Naar deze schepping van de dualiteit tussen liefde en haar tegengestelde verwijzen mensen als ze spreken over de geboorte van het kwaad, de zondeval van Adam, de opstand van Lucifer enzovoort.’ 4

Via deze inspirerende bronnen en ook door onderzoek in mijn eigen praktijk, raakte ik meer en meer doordrongen van twee wezenlijke en met elkaar vervlochten inzichten:

  • De ontwikkeling van bewust ‘Licht-zijn’ in een mensenziel is ondenkbaar zonder een contrast met dat wat ‘Niet-Licht’ is. Hieruit vloeit voort dat zielen die hun ‘Licht-zijn’ ontwikkelen, dat deels danken aan het achterblijven van andere zielen, die vervallen tot ‘Niet-Licht-zijn’.
  • De ontwikkeling van dat wat ‘Niet-Licht’ is, vindt zijn basis in het ontvangen van de Vrije Wil, welke (in elk geval in een deel van de Schepping) tot op bepaalde hoogte onbegrensd is, en waaruit zich de krachten kunnen vormen die wij benoemen als ‘Kwaad’ of ‘Duisternis’.

Door duisternis naar Licht

Eenmaal op dit punt beland, raakte ik geboeid door het aspect van ‘ontwikkeling’ – niet alleen van individuele mensenzielen, maar ook van onze kosmische leefomgeving: de Aarde en ons Zonnestelsel. Over het Zonnestelsel was mij duidelijk geworden dat in de ‘groei’ daarvan, vanuit een beginfase van harmonie en licht, pas later – door de ontwikkeling van de vrije wil – een confrontatie was ontstaan tussen krachten van Licht en krachten van Duisternis. Deze ‘Strijd in de Hemel’ (weerspiegeld in oude mythologieën als ‘St. Michaël en de Draak’) bleek een immens historisch gebeuren, waarvan de echo’s nog nagalmen in onze spiritualiteit van het hier-en-nu – daar kom ik straks nog op terug.

Maar ook over de ontwikkeling van individuele zielen ontdekte ik dat die steevast aanving met een fase waarin alles nog doordrongen was van ‘licht’ en ‘liefde’. Pas later in de tijd – vele levens voorbij dat eerste begin – bleek er dan een contrast ontstaan tussen Licht en Duisternis, doordat een deel van de zielen tot het Kwaad verviel en daarmee dus ook anderen het leven begon zuur te maken. De grote vraag die daarbij rees, zowel op het kosmische als het individuele niveau, was natuurlijk hoe die ontwikkeling verder zou gaan.

De bevindingen uit mijn eigen praktijk maakten mij duidelijk dat de menselijke zielsontwikkeling niet alleen aangevangen was maar ook zou eindigen met een toestand van Licht – zoals dit overigens ook op kosmisch niveau de enig mogelijke uitkomst leek. Ergens voorbij het midden van de weg moest er dus een mysterieus gebeuren zijn, waarin de krachten van Duisternis en Licht herenigd werden. En inderdaad vond ik, in mijn werk met reïncarnatietherapie, de puzzelstukjes van dat mysterie.

Het mysterie van het Zwarte Licht

Over die hereniging van duistere, kwaadaardige wezens en verlichte, liefdevolle wezens, was één ding mij meteen al duidelijk: de boosdoeners gewoon ‘naar het licht sturen’ was geen optie. Idem dito voor de populaire variant om hen vanaf een veilige afstand ‘licht te sturen’. Zowel uit het dagelijkse wereldgebeuren als uit talloze reïncarnatieverslagen bleek immers klip en klaar dat kwaadaardige geesten geen boodschap hebben aan het Licht – en waarom zouden ze ook? Ze waren immers niet voor niets ‘van God los’ geraakt. Gefascineerd door hun eigen Ik en de kracht van hun vrije wil hadden ze hun verbondenheid met de Schepping en met andere schepsels steeds meer losgelaten. Reïncarnerend in de loop der eeuwen hadden zij zich, vanuit hun ik-gerichte kracht, allerlei voordelen toegemeten die niet te rijmen waren met zoiets als ‘liefde’ – dus hadden zij (vanuit werelds belang gezien) veel te verliezen bij een ‘bekering’.

Los van deze praktische bezwaren, was er echter nog een andere, meer diepliggende reden voor de terughoudendheid van kwaadaardige wezens naar hun liefdevolle tegenpolen. In het diepste geheugen van hun ziel wisten zij immers dat zij ooit zelf Lichtwezens waren geweest, al hadden zij hun liefdevolle kracht uit vrije wil veranderd in een duistere kracht: zij hadden zich afgescheiden en daarna hun Licht laten verworden tot een ‘Zwart Licht’. Diep van binnen wisten zij ook dat dit een offer was dat zij gebracht hadden voor de ontwikkeling van het geheel – zoals wanneer uit een schoolklas de belhamels vertrekken of worden weggestuurd en daarna de rest van de klas zich beter kan ontwikkelen. Zo voelden zij ook dat dit ‘Offer van de Duisternis’ de groei had mogelijk gemaakt van al die Lichtwezens die hen nu voorkwamen als goedbedoelende maar wereldvreemde, arrogante wijsneuzen. Van die zijde konden zij een vrijblijvende toezending van of doorverwijzing naar ‘licht’ niet accepteren, omdat daarmee hun offer – de verwording van hun Licht tot een Zwart Licht – niet erkend, laat staan beantwoord werd.

Het oudste Offer

Het enige dat hier werkelijk iets kon uitrichten, was de erkenning door Lichtwezens van dit oudste offer en een bereidheid van hun kant om nu ook zelf een offer te brengen: het ‘Offer van het Licht’. Een oprecht en vérstrekkend offer, niet gebaseerd op plichtsbesef of rationeel inzicht maar op compassie. Een offer vanuit diepgaande betrokkenheid met die andere, duistere wezens – vanuit de herkenning dat dit ‘gevallen kameraden’ waren, die de doorgroei van lichtere wezens mogelijk hadden gemaakt, maar nu zelf verdwaald waren in hun eigen duisternis. Zo’n herkenning kon in liefdevolle zielen een diepgevoelde wens opwekken om hun duistere kameraden tegemoet te treden en hen iets wezenlijks van zichzelf te schenken – voorbijgaand aan angst of pijn. Een werkelijk offer dus, dat in de praktijk vaak verder reikte dan zorg of hulp en nogal eens neerkwam op het incasseren van geweld en verlies van het eigen leven. Schokkende en pijnlijke ervaringen, maar natuurlijk niet echt onverwacht: kwaadaardige geesten zijn nu eenmaal niet onder de indruk bij de nadering van een profeet, apostel of missionaris.

Toch zag ik in mijn praktijkonderzoek, dat van dit ‘Offer van het Licht’, wanneer het echt vanuit verbondenheid werd gebracht, een mysterieuze helende kracht uitging, omdat de aangereikte verbondenheid bij de tot kwaad vervallen ziel iets wakker maakte van het eigen verduisterde Licht. Weliswaar niet meteen bij de eerste keer, en ook nog niet bij de tweede en de derde … maar uiteindelijk (lees: na een aantal levens) begon er in zo’n kwaadaardige ziel iets door te schemeren van zachtere gevoelens en kwamen er barstjes in het pantser. Opvallend genoeg was dit effect niet toe te schrijven aan de confrontatie met ‘licht’ en ‘liefde’ – dat wekte eigenlijk alleen maar weerstand op. Waar het hem in zat, was de voelbare verbondenheid en de bereidheid van de lichtere ziel om daarvoor alles te riskeren – dát zette iets in gang waardoor het Zwarte Licht in de gevallen ziel langzaamaan weer werd omgevormd tot het Licht dat het ooit was geweest. Maar dit bleek wel een heel zwaar en langdurig proces, dat zich meestal uitstrekte over vele levens van zo’n duistere ziel en daarbij talloze offers van lichtere zielen vroeg.5 

Kentering van formaat

Gaandeweg werd mij duidelijk dat een uiteindelijke hereniging van Duisternis en Licht niet tot stand kon komen zonder een diepgaand en doorvoeld begrip van dit ‘Mysterie van het Zwarte Licht’. Dit zou echter een enorme omschakeling vereisen, vooral voor de wezens die zichzelf sinds onheuglijke tijden ervoeren als ‘strijders voor het Licht’. Hun oude en destijds zinvolle rol bij de ‘Oorlog in de Hemel’: het in toom houden van de groeiende macht van de Duisternis, zouden zij moeten loslaten ten gunste van compassie en toenadering tot datgene wat zij voorheen hadden bestreden. Een onmetelijk lang tijdperk van scheiding tussen Licht en Duisternis – een scheiding die nog altijd diep doorwerkte in talloze duisternis-afwerende spirituele praktijken – liep ten einde.

Deze kentering in de relatie tussen Licht en Duisternis was in feite al ingeleid met de komst en de kruisiging van Christus: het grootste ‘Offer van het Licht’ dat ooit op onze Aarde is gebracht. Maar toentertijd werd nog nauwelijks begrepen wat daar eigenlijk gebeurde, ook door Jezus’ volgelingen niet. Uit herinnerde ervaringen van mensen die daar toen bij waren (een vrij grote groep, veel ruimer dan de kring van de discipelen), komt vooral een enorme verbijstering naar voren. Zij konden niet begrijpen dat hun grote leraar en inspirator, die de macht getoond had om wonderen te verrichten, zich weerloos overgaf aan zo’n gruwelijke gewelddaad. Velen van hen verloren in die verbijstering hun geloof en worstelden in daaropvolgende levens eeuwenlang met hun beschadigde vertrouwen in de Vader én de Zoon.

De essentie van dat gebeuren lag echter niet in het vlak van macht en tegenmacht. Wat daar plaatsvond was een voorgenomen offer, een tegemoet-treden van het Kwaad dat in de mensen was gekomen, vanuit een allesomvattende liefde. Het was een gigantisch helend offer, waarin – juist door de compassie en de overgave van een zo machtig wezen – een onvoorstelbare impuls werd gegeven voor het her-opwekken van het Licht dat in de mensen verduisterd was geraakt. Een impuls die pas eeuwen later werkelijk tot de mensen zou gaan doordringen, maar die energetisch al werd ingezet met de uitstorting van de Heilige Geest in de aura van de Aarde.6

Het helende Offer 

In onze tijd, in het dagelijks leven om ons heen, zien we dit proces van het ‘helende offer’ nu overal aan het werk – weliswaar in kleiner formaat en niet meer zo wonderbaarlijk, maar wel op grote schaal en wereldwijd. De extreme vormen ervan halen het nieuws: slachtoffers van zinloos geweld, vrouwen die zich blijven offeren aan mishandelende mannen. De duizenden doden van de Twin Towers. Publiekelijk geëxecuteerde slachtoffers van nieuw religieus fanatisme. Slachtoffers van kogelregens op openbare plaatsen. Complete stammen en volkeren die zomaar worden uitgemoord. Miljoenen offers van veelal onschuldige en vriendelijke mensen. Offers die ons verstand te boven gaan, maar die op een dieper niveau – van ziel tot ziel – wel degelijk bewust en vrijwillig worden gebracht en die de kiemen leggen voor het her-ontwaken van Licht in de zielen die nu nog verduisterd zijn.

Naast deze extreme en angstaanjagende ontmoetingen van Licht en Duisternis, zijn er gelukkig echter ook andere: minder opvallend en opofferend, maar daarom niet minder belangrijk. Overal waar ‘goede’ mensen hun ‘kwade’ soortgenoten niet veroordelen en van zich afstoten, maar er contact mee zoeken en vanuit verbondenheid iets van zichzelf trachten te geven, wordt gebouwd aan de uiteindelijke hereniging van Duisternis en Licht. En – vergis je niet! – het zijn lang niet altijd de ‘lichtwerkers’ die hierin het wezenlijke werk verzetten.
In mijn gedachten zie ik hier eerder die allochtone jongerenwerker die ik zo nu en dan tegenkom: vriendelijk, behulpzaam en integer. Doet rustig zijn werk in een oude wijk in een grote stad, waar criminaliteit en geweld aan de orde van de dag zijn. Van ‘lichtwerkers’ heeft hij waarschijnlijk nog nooit gehoord, of hij haalt er zijn schouders over op. Maar hij heeft gezag onder de jongeren omdat hij een van hen is en zij weten dat hij hart voor ze heeft, ook voor de boefjes en de messentrekkers. Als iemand ergens mee zit of wat nodig heeft, stapt hij erop af en helpt, met 200% inzet. En af en toe weet hij zowaar zelfs onder de meest doorgewinterde ‘slechteriken’ er één in zijn hart te raken, en dan groeit daaruit – onverwacht – een mooier mens.

Noten bij de tekst

1 Rudolf Steiner: ‘Aus der Akasha-Forschung, Das fünfte Evangelium’ (Kristiana, oktober 1913, 4e en 5e voordracht; Berlijn, november 1913 – januari 1914, 2e en 4e voordracht)

2 J. Slavenburg & W.G. Glaudemans: ‘Nag Hammadi-geschriften II’ (Geheime Boek van Johannes; Oorsprong van de wereld)

3 Rudolf Steiner: ‘Kosmische hiërarchieën’ (5e en 10e voordracht, Düsseldorf, april 1909)

4 Neale Donald Walsch: ‘Een ongewoon gesprek met God’, als aparte uitgave of in bundels (p. 33-34 in de eerste Nederlandse uitgave)

5 Nadere uitwerkingen van deze thematiek zijn te vinden in de boeken ‘Zoektochten van de Ziel’ (2010) en ‘Schaduwspel’ (2014). Voor meer info: zie www.matthijskamphoff.nl

6 Rudolf Steiner: ‘Aus der Akasha-Forschung, Das fünfte Evangelium’ (Hamburg, november 1913)

Matthijs Kamphoff www.matthijskamphoff.nl

 

 

 

    Print       Email

You might also like...

STRALING EN NOG EENS STRALING

Read More →