Loading...
You are here:  Home  >  New Age journalistiek  >  Alternatieve gezondheid  >  Current Article

TCM, de traditionele Chinese geneeskunde

By   /   February 14, 2013  /   No Comments

Chinese kruiden

Genezen met mandarijnen en boomschors? In de traditionele Chinese geneeskunst kijkt de dokter naar je tong, je hartslag, de lijnen en rimpels in je gezicht. En naar je geboorteuur en -datum. En dan vraagt hij “In welke windrichting staat het hoofdeinde van uw bed?”

China laat een langdurige en consequente opmars op alle Westerse markten zien. De Chinese restaurants zijn niet meer weg te denken,  Chinese producten domineren zelfs in sommige sectoren. Met de Chinese immi­granten mee kwamen ook hun doctoren. Wat is er anders, wat zijn de prin­cipes achter de traditionele Chinese geneeskunst en wat kun je er aan hebben?

Ik had vroeger onregelmatig last van een onbestemde buikpijn. Mijn huisarts noemde het stress. Daar had ik zelf ook al aan gedacht. In noodgevallen wilde hij wel een beetje valium voorschrij­ven. “Je bent waarschijnlijk te ontvan­ke­lijk voor de spanning van anderen,” zei hij. Wat te doen? Een vriend bracht me op het spoor van de traditione­le Chinese medicijn­kunst, doorgaans afgekort tot TCM. In de tijd dat hij bij Fei Yu Liang, de Wushu bondscoach voor de Chinese vechtsporten trainde, brak hij al zijn middenhands­beentjes en werd in het zieken­huis direct in het gips gezet. “Haal dat er maar af,” zei Fei meteen. De coach mas­seerde de breukplekken stevig met een kruiden­zalf, straal­de zijn bij­zondere energie in en bond toen de hand in met een in kruiden gedrenkt wind­sel: “Ook mee slapen!” Na veer­tien dagen liet vriendlief röntgenfo­to’s maken, nadat Fei hem voor gene­zen had verklaard. De ziekenhuisart­sen konden hun ogen niet geloven.

TRADITIONEEL OF WESTERS

In China kunnen patiënten meestal een keus kunnen maken tussen traditi­oneel of Wes­ters opgeleide artsen, maar de laatsten hebben op z’n minst een behoorlijke basis­kennis van de tradi­tionele genees­wij­zen. Op het platte­land vindt men echter vooral TCM-beoefe­naars. Vroeger kregen deze artsen betaald als hun patiënten niet ziek werden. Daarom is TCM veel meer op preventie gericht dan de Westerse geneeskunst. Een concreet voorbeeld: Chinese vrouwen leren om iedere dag hun borsten te mas­seren. Dat is de beste manier om borst­kanker te vermijden, stukken beter dan de boel te ver­wijderen als het te laat is. In Hong Kong zijn de praktijken van de meest bejaarde dokters het grootst. Die hebben hun kunsten pas echt goed bewezen op zichzelf.

En zo kwam ik toen terecht in de Thai Wor Tong gezondheidswinkel op de Gedempte Burgwal in de Haagse binnen­stad. Zie http://www.thaiwortong.com. Meer en meer jonge Chinese ondernemers vinden hun plek in de Neder­landse commercie. Het is al lang niet meer alleen de horeca maar met name de interna­tionale groot­handel, waarin succesvolle Chine­se zakenlie­den opereren. Vooral in het centrum van de grote steden ontwikkelen zich sterk uitbrei­dende gemeen­schap­pen. Daarin blijkt ook plaats te zijn voor een aantal in het Verre Oosten opgeleide artsen.

Sinds vijftien jaar draait de Thai Wor Tong met filialen in Amsterdam en Schiedam. Wij zouden dat een praktijk voor ‘alter­natie­ve’ genees­wijze noe­men, maar voor de Chinees is de combina­tie van polsdia­gno­se, acupunc­tuur, massage en de kruidenge­nees­kunst de gewoonste zaak van de wereld. Het grootste deel van de klan­dizie is ook Chinees. Men kan er terecht voor onschul­dige kwalen zoals de mijne, maar ook voor ingrij­pender ziek­ten. In dit winkeltje wordt één van de wanden geheel in beslag genomen door een honderdtal doorzichtige laden met exotische kruiden, in andere ruimten staan tafels waarop cliënten acupunctuur krijgen of een massage.

ARTS UIT HONG KONG

Gezeten achter een klein bureau nodigde een kleine, stevig ge­bouwde man mij met een gebaar uit om mijn linker­pols op zijn bureaukussentje te leggen. Dr. Lam was in Hong Kong opge­leid. Hij sprak alleen Chinees, maar een jongere mede­firmant, in Nederland gebo­ren, vertaalde. De dokter zou mijn hartslag en energiepulsatie testen. Terwijl hij met drie vingers op mijn pols mat hoe het met mijn Yin en Yang evenwicht gesteld was, vroeg hij via de tolk naar de kwaliteit en de regelmaat van mijn stoelgang. Wat voor kleur is de poep, hoe nat en hoe vast van consisten­tie? En verder: hoe eet u, hoe veel uur per nacht slaapt u en hoe goed of slecht? Dokter Lam keek me ernstig in de ogen en wilde nog even mijn tongbeslag zien. Toen ontspon zich een vast zeer boeiend gesprek van bijna tien minuten tussen de tolk en de dokter, helaas in het Chinees. De dokter wilde ook nog even aan mijn adem ruiken. Zijn vrolijke mond lachte een keer of vijf zeer opge­wekt en invoelbaar superieur aan die stomme Hollan­ders, grap na grap, maar de heren deelden hun gevoel voor humor niet met mij.

“Wat zegt hij allemaal?” wilde ik vreselijk nieuwsgierig weten. De tolk vatte het slechts samen: “U heeft teveel kou en teveel vrou­welijk in u. U bent te yin. Uw hart is onregel­matig en te zwak. Daar­door is uw stofwisseling niet helemaal in orde en uw weerstand te wei­nig.” Ik was teleurgesteld. Natuurlijk wilde ik details weten. “Mis­ter Lam heeft toch nog wel meer gezegd?” probeerde ik.  “Zeker. U heeft niet voldoende Qi”, legde de tolk uit. “U bent een Vuurhond. Daarom, u moet meer vuur hebben, uw ogen staan slap.” Ja, ja. “Wat bedoelt u met onvoldoende Qi?” vroeg ik.

“De levensadem, uw levenskracht is te weinig yang,” verduide­lijkte de tolk. En een Vuur­hond, wat mag dat zijn? Maar nee, de cultuurbarrière werd helaas te groot, meer kreeg ik er niet uit. Ik was al eens door mijn vriend gewaarschuwd: “”De Chinese muur bestaat ook in een niet-stoffelijke vorm, namelijk om elke Chinees heen. Zij zijn drakenkinderen, wij niet. Zij voelen zich volstrekt superieur. Als Nederlander win je maar heel langzaam hun respect.”

Inmiddels had ik zelf wat boeken bestudeerd over het onderwerp en begrepen dat Qi net zoiets is als wat wij ‘prana’ noe­men. Chinezen onder­scheiden drie soorten Qi: 1) de hemelse Qi, samen­hangend met zon, maan, plane­ten en ster­ren, 2) de aard­se Q’i dat het hemelse Qi absor­beert en vertaalt in zwaarte­kracht en magne­tisme en 3) het menselij­ke Qi dat in ons lichaam circuleert. En als je van dat laatste te weinig hebt, ga je dood.

Vooruit dus maar, ik liep achter Dr. Lam aan naar de kruidentoonbank. Voor mijn ideale evenwicht tussen Vuur en Water moest ik zes dagen achter­een van de drie pakken kruiden die voor me werden klaargemaakt een thee zetten. Drie kopjes water 40 minuten koken tot er één kopje zou overblijven. Het mengsel zag er indrukwekkend uit, maar dat mocht ook wel voor die € 40 die het kostte. In dunne plakjes gezaagde plantenwortels, droge boomtakjes, boomschors, allerlei soorten zaad. Ik herkende alleen een soort zoethout, ontpitte gedroogde dadels en manda­rijnschil­len.

EU-WETGEVING

Inmiddels is er geniepige manoeuvre van de westerse farmaceutische industrie geweest om via EU-wetgeving (per 14 december 2012) veel van dit soort geneeswijzen kapot te maken. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), die tegenwoordig belast is met de beoordeling van de gezondheidsclaims zal niettemin wel de beslissing nemen om de kruidengeneeskunst als een geval apart te bekijken en de huidige strenge wetgeving herzien op dit punt. Zo’n duizend jaar traditioneel gebruik is vast voldoende bewijs voor de gezondheidsclaims. Zie bijvoorbeeld http://ec.europa.eu/food/food/labellingnutrition/claims/index_en.htm. Dat de traditionele Chinese geneeskunst, inclusief het gebruik van puur plantaardige producten, voortreffe­lijk werkt is echter ruimschoots door Westers onderzoek bevestigd. Zo is bij­voorbeeld de anti-oxyderen­de werking van Aziatische favorie­ten als ginseng, astragalus en schizandra over­duidelijk geble­ken. Anti-oxydanten repare­ren de verouderende schade die zogenaamde vrije radicalen aanrichten in ons lichaam. In de Westerse geneescultuur kun je zieker worden van de bijwerkingen van een medicijn dan van de kwaal. Dat overkomt je met Chinese geneeskunst in ieder geval niet. Iedere Chinese dokter is ook astroloog. De Chinese astro­logie komt geheel voort uit de medische diagnostiek. Er wordt in de horo­scoop gekeken naar het eventuele oneven­wicht tussen vijf dynami­sche elementen die elkaar in actie houden: Vuur, Water, Hout, Metaal (hetzelfde als Lucht) en Aarde. Daar­naast meet de dokter de effecten van wat ‘de voor­ge­boortelijke bestemming’ en de invloed van omge­ving op je li­chaamskracht­veld. Ook de lijnen en rimpels in het gezicht te kijken en de stevig­heid van de huid zijn voor de TCM-beoefenaar een graad­meter voor je gezond­heid.

FENG SHUI

Waar en hoe je woont en slaapt, is eveneens van belang. De Chinese dokter kan je ongewone vragen stellen. In welke windrichting het hoofd­einde van je bed staat bijvoorbeeld. Dat moet namelijk in overeen­stem­ming zijn met je astrologi­sche achtergrond. Zo moet bijvoorbeeld een Chinese Hond, dus geboren in de jaren 1946, 1958 en 1970 voor een optimale nachtrust in noordwes­telijke richting slapen. Met het hoofd in zuidoostelijke richting slapen schijnt voor niemand bevorderlijk te zijn.  Chinese doctoren waarschuwen voor extreem lage stra­lingsfre­quen­ties, die door TV-kabels en -antennes en met name door hoog­span­ningska­bels geleid kunnen worden. Wie er voor gevoelig is, kan daardoor in aller­lei zenuw­stoor­nisssen terecht komen. De Chinese genezer zal rekening proberen te houden met aard­stralen, waterlo­pen en eventueel zelfs met de wensen van je voorvaderen. Als er door negatie­ve omgevings­facto­ren storing optreedt, dan kan die worden opgeheven of afgeleid met diverse energeti­sche geleidings­in­strumen­ten zoals spie­gels, windklank­mo­bielen (windchi­mes), boompjes, planten, aquaria of eventueel een vijver­tje binnenshuis. Wie over dit aspect van TCM meer wil weten, beveel ik boeken over Feng Shui aan. Feng Shui betekent letterlijk ‘Wind en Wa­ter’. Het draait om kosmogeologi­sche voor­schriften die deel uitma­ken van een groter filoso­fisch, Tao­stisch en holistisch ge­heel.

Uit de literatuur begreep ik ook dat TCM veel energiege­vende prepa­raten verschaft. Met die extra energie moet het lichaam van de patiënt zelf een goed Yin-Yang evenwicht kunnen herstel­len. Ik geloofde Dr. Lam dus wel. Boven­dien stelde hij langs een andere weg dezelf­de dia­gnose als mijn huisarts. Gerustge­steld ging ik dus naar huis met de krui­den­thee. Lekker was het helemaal niet (bit­ter, met een zouti­ge na­smaak) maar helpen deed het wel. Ik werd er zelfs een pietsje ‘speedy’ van. Sommige effecten na het middernach­te­lijk uur waren bepaald vurig te noemen. Ook daar gaat dan veel stress prettig van over.

PdH

    Print       Email

Laat een boodschap achter

You might also like...

Over de invloed van spirituele en maatschappelijke verhoudingen op de tere kinderziel

Read More →