Loading...
You are here:  Home  >  Andere verhalen  >  Current Article

Het heilige boontje van Sint Maarten

By   /   January 10, 2013  /   No Comments

Sint Maarten had een verre reis gemaakt. Er moesten weer  ergens arme mensen geholpen worden en dat was een heel werk geweest. Toen hij terug keerde naar zijn geboortestad, was hij heel moe. Zijn kleren waren vies geworden van de wind, de regen en de modder. Hij had zich lang niet kunnen wassen en hij stonk dus zelfs een beetje. Zijn sterke paard kon hem gelukkig nog dragen ook al had het zelf niet veel te eten gekregen onderweg. Bij de grote toegangspoort van de stad reed hij door de zware dikhouten deuren waar een klein meisje stond te bedelen. Ze zag er ook moe uit, want bedelen is nog best moeilijk. En hoewel Sint Maarten er echt verfomfaaid uitzag, herkende ze hem direct aan de lieve blik in zijn ogen. “O, heerlijk!,” riep ze uit. “U bent weer thuis. Nu zal alles beter gaan!”

Sint Maarten moest lachen. Hij bukte langs de flank van zijn paard en streelde haar even licht over het hoofd. En o wonder, haar haar werd licht als goud en haar oude jurkje werd weer nieuw. “Niet meer bedelen, kind,” zei Sint Maarten. “Ga maar zoeken naar werk dat beter bij je past.” Hij reed een smalle steeg in, op zoek naar het huis waar hij vroeger gewoond had.  Er was veel veranderd in de stad en hij herkende sommige huizen niet meer. Voor een wat ingezakte herberg op een stil pleintje hield hij stil. Meteen kwam er een jongen naar buiten. “Laat mij voor uw paard zorgen, heer,” zei hij. Maar toen hij naar het oude gezicht keek, begonnen zijn ogen te stralen. “Hee, Sint Maarten, ù bent het!” riep hij uit. “Wacht ik zal eerst voor ù zorgen.  Gaat u even zitten op deze bank in het zonnetje.“

Hij rende naar binnen en kwam terug met een grote teil. Daar klotste lekker warm water in. “Hier, voor uw voeten, Heer Maarten,” legde hij uit.  Hij hielp Sint Maarten om diens stijf geworden laarzen uit te trekken. Wat werd die oude man blij van dat warme water om zijn koude, vieze voeten! De vuilkorstjes weekten er van af en de warmte trok omhoog door zijn benen. Sint Maarten grinnikte: “Beste jongen, en waar kan ik jou nou eens blij mee maken?” De jongen boog verlegen. “Ik ben al helemaal tevreden dat u weer in de stad bent, “ zei hij. Sint Maarten klopte hem even op zijn broekzak. Dat leek toevallig maar later vond de jongen er een grote gouden munt uit een ander land in!

Er kwam een jonge vrouw langs die belangstellend keek naar het bestofte paard en de oude man in de halve mantel. Ooit was die mantel schitterend rood geweest, maar nu was hij bruingrijs geworden. Ze stapte naar de bank toe en ging naast hem zitten. Ze keek in het vuile voetenwater en toen verbaasd naar het vermoeide gezicht. “Echt? Bent u het?! Terug?” Sint Maarten lachte haar toe en toen wist ze het zeker. “U zoekt zeker uw oude huis?”vroeg ze. Hij knikte.

“O jee, dat is afgebrand vorig jaar” antwoordde ze terwijl ze haar hoofd schudde.  “Maar  u komt bij ons logeren. In ons beste bed. En ik ga het lekkerste eten van de hele wereld voor u maken.” Sint Maarten knikte. “Dat moest ik dan maar aannemen, “ zei hij. Ondertussen had het bedelmeisje iedereen in de stad het grote nieuws verteld. De mensen stroomden het kleine pleintje op. Ze lachten en ze zongen en Sint Maarten wuifde iedereen toe. Alle vrouwen boden hem hun beste slaapkamers aan en zelfs de burgemeester van de stad nodigde hem uit. De jongen uit de herberg droogde de schone, warme voeten van zijn grote vriend af en hielp hem in zijn laarzen. Sint Maarten ging op weg naar zijn logeeradres, maar keerde ineens terug. “Wacht,” zei hij en hij zocht in zijn schoudertas naar iets. Het was een boon. “Wil je die voor mij planten, jongen, bij de muur van de herberg?” vroeg hij aan de knaap.  Die deed onmiddellijk wat hem gevraagd werd.

 

Het volgende jaar groeide er uit de boon een klimplant met wonderlijk mooie peulen. Die had Sint Maarten mee genomen uit het verre land. “Dat was een heilig boontje,” zeiden de mensen naderhand.  En zo kreeg Sint Maarten terug wat hij altijd zelf gegeven had: liefde en aandacht. En de bewoners van zijn geboortestad bleven nog eeuwen van die heilige boontjes eten, want ze zaaiden  ze overal in de stad uit. Het leuke was dat op de buitenkant van de witte boontjes bruinige vlekken zaten, die heel veel op een biddende vrouw leken. Of op een engel. Of op een roofvogel. Net wat je er zelf in zag. Sommige mensen droogden ze en namen ze mee op reis als een soort  amulet, een bescherming tegen gevaar.  En als alles goed was gegaan, dan bedankten ze Sint Maarten in gedachten.

PdH

    Print       Email

Laat een boodschap achter

You might also like...

HSP-kind de dupe bij scheiding

Read More →